Categorieën
Kathedraalse Leer

enkele gedachten net na vaderdag

  1. Ik heb als auteur een hekel aan wat men het autobiografische schrijven, of de bekentenislyriek pleegt te noemen. Een één op één verhouding nastreven, pretenderen, tussen een verstrengeling van woorden en een onvatbare verstrengeling van stromen in een leven,  is een verraad aan beiden en vooral een onaanvaardbare ontkenning van het mortificerende dat inherent is aan het vallende oordeel van  het verwoorden (aanhoor daartoe Heracleitos en de Vrije Lyriek).
    Niks wat hier ‘staat’ heeft iets met mij te maken, want ik zit hier
    (Daniël Robberechts heeft zich daar op tragische wijze in vergist). ‘Ik’ staat altijd in een tekst, zelfs al is het Lopende Code (=tekst op internet, een lichtjes versnelde versie van tekst in een boek).

    1. Er zijn drie problemen met deze gedachte:
      1. niemand heeft er oor naar
      2. er is geen enkele sluitende manier om op internet een ‘grens’ te trekken tussen dit is literatuur en dit is geen literatuur. De pogingen die ik gezien heb, zijn, hoe zwaar gesubsidieerd en beladen met namen ook,  infantiel of puberaal te noemen in hun ontkenning van het basic fact dat dé Literatuur enkel ‘is’ als dynamisch en algemeen cultureeel onderbouwd  gegeven
      3. niemand heeft er oor naar
  2. Sinds ik ermee begon, in 1999, heb ik altijd  gemeend dat  ‘publiceren’ via internet in niks hoefde onder te doen voor wat men een reguliere publicatie noemt. Zij die dat wél vinden, doen dat uit overwegingen die met de literatuur an sich niks van doen hebben. Of is Homeros dan geen literatuur, misschien? Zij buigen zich als een hoer  om het steeds slapper hangende stokje van de marktlogica aka (macht+kapitaal)/media. Of ze blijven blind voor het feit dat het schrijfbedrijf (sic) enkel kan voortbestaan als we dit quasi-gratis en relatief vrije medium niet ten volle gebruiken (dat quasi-gratis etc. gaat ook niet blijven duren, tenzij we het nú afdwingen, via de locale overheden). Ik heb dan ook geen enkele zin om als auteur achter een publicatie te gaan aanhollen. Als de markt wil exploiteren, moet ze de delfstoffen maar zélf opgraven. Neen, ook nu niet, nu ik in zo goed als mensonwaardige omstandigheden moet zien te overleven in een samenleving die nog steeds bulkt van het geld, maar schaamteloos het hoofd afwendt van de noodlijdende massa’s onder hen.
    Zéker nu niet, ik ga nog liever met mijn lijf de boer op.

    1. Er zijn verscheidene problemen met deze gedachte.

  3. Mijn drie kinderen zijn absolute schatjes.
    1. Er is geen enkel probleem met deze gedachte

Geef een reactie