Categorieën
121 Manieren lyriek

22B25

‘Capital is dead labor which, vampire-like, lives only by sucking living labor’
Karl Marx, quoted in The Necrosocial, by George Agamben

van de instortende gangen. een rookpluim siert
de heuvel (het gevederde hoofd), dwarsbalken
branden, een hand tekent een M in het roet &
valt stil. ‘kom, de zee wacht op ons.’

(de nacht deint op andere dagen in haar ogen, er
zitten vele werelden in, haar  ranke lichaam is
een doorsnede, kaart van het heelal, versie 2).

slaat over in brullen, schreeuwen, snikken. pal
boven zijn hoofd, op het einde van de hellende
straat, staat de maan, schildert hem af, zwart
op de keien, hobbelende  neergang, een duwtje

volstond. briefjes van 50 wapperen weg.  de kraaien.
dode arbeid, de geur van urine. Hoe grootser nu
je sterven, hoe groter toen je aandeel was.
Tijd

is de eenheid van plaats & handeling, meet het
onvermogen. Haar vuur brandt in je vingers.

dv, ‘121 Manieren om Heraclitus te lezen’

Één reactie op “22B25”

sterk staaltje vind ik want ik, leek, lees hier in die ene ‘tekst’ al drie of vier manieren. En ik veronderstel dat ik er Deleuze, onder andere, nog moet naastleggen maar ik moet hier bij zetten dat ik hem amper las dus ik kan me vergissen.
Over de ‘instortende gangen’ ben ik het nog steeds niet met je eens, merk ik. ik kom er vast nog op terug.

Geef een reactie