Categorieën
lyriek

plof in het duister hart van afrika

Op twintig minuten vliegen van Bujumbura was het nog volop licht. Even later was het stikdonker.

De evenaar weet je wel: de dag sluit zich hier in het tempo van een dichtslaande deur. De aarde trekt zich hier het zwart als deken over het lijf & doet haar ogen toe.

Tijdens de rit van de luchthaven was er dus niks te zien buiten wat er in de koplampen van mijn gastheer J viel: het enige wat er langs de bekuilde straten verlicht wordt, zijn de met prikkeldraad en uitstekende neonlampen beschermde officiële gebouwen. Rondlopende groepjes mensen waarbij je voortdurend moet opletten want ze duiken langs de straten op, soms naast, soms in het midden van de weg.

J. wees mij enkele plekken aan, de VN missie, het centrum van de stad, de richting van het meer waarachter de Congolese heuvels oprijzen.

Tien minuten later stond ik totaal overrompeld op het paradijselijke terras van de Nederlandse ambassade. J’s vrouw A. werkt daar, hun aanwezigheid was er vereist. Uw arme dichtertje stond dus plots te zwijmelen tussen diplomaten, hoge functionarissen van humanitaire organisaties, ministers, de Minister-president.

Dan neergeploft onder het muskietennet van mijn gespreidde bedje. Van het echte leven hier heb ik dus nog niks gezien.

dv, vanuit Bujumbura, Burundi

Één reactie op “plof in het duister hart van afrika”

Geef een reactie