Categorieën
lyriek

voorvaderlijk pornolettristisch sonnet

GENOEGEN (want)

het nijpt. er is van vernauwing sprake. het.
beklemming is wat je in de omgang verkrijgt.
als ik porno zeg valt onmiddellijk de letter haat.
wij doen geen vlieg maar deze wereld kwaad.

ik neem u door. gedachten hebben voor het denken
een onfeilbaar afgesteld gehoor. ik draag je lam.
in mijn verlangen ontstaat daardoor een kleurizwam
mijn vrienden weten niets of dit & zeggen dan & dan

de avond dat ik  u van alle draken heb ontdaan
zal in de annalen als een onverbiddelijk feit
bestaan. enjambe moi, verhak mij benig in je

naaste taal. gemeenschap hebben wij in wat je zei
een splitstong met de kwade  oorzaak van het zaad
het lillen dat u om mij slaat. ons.  elke kracht is daad.

1 reactie op “voorvaderlijk pornolettristisch sonnet”

Geef een reactie