Categorieën
daniël robberechts

(in)DR(inger)

Di 1003   Zondagavond terug uit A’dam. Gedurende de hele terugrit misselijk geweest (effect van cafeïnevrije koffie?), ben nu pas aan het bekomen. _ In ’70 kon een boek als Kaleidiafragmenten van J.F. Vogelaar nog op een 5000 exemplaren gedrukt worden. ☐ Over het ‘verval van de normen’ in verband met de verloedering van de stad.  Wellicht heeft ‘links’ een veel te naïef mensbeeld gehanteerd, niet zozeer dat de mens ‘eigenlijk wel goed’ was, maar dat hij zich ‘redelijk’  zou gedragen.  Een verband met Aids: lijkt wel de meest reactionaire houdingen te rechtvaardigen.  Blijkbaar heeft ‘links’ook een verkeerd beeld van de werkelijkheid gehanteerd, dat het nu moet bijsturen? B.v.: dat seksueel verkeer niet alleen maar iets lekker is, maar dat elke fysieke intimiteit ook fysieke risico’s meebrengt. ☐ Geboorte van m’n eerste achterneef, in Frankrijk: Etienne-Joseph (en kan hier zijn familienaam niet eens schrijven doordat ik de naam van Agnès’ man Pitou ben vergeten). ☐ Josse de Pauw (Humo): ‘Na twee jaar Brussel komt m’n vrouw in de luchthaven van Tokio aan en haar ouders raken haar niet aan.  Geen omhelzingen, geen kussen. Twee dagen later vraagt haar moeder of ze bij m’n vrouw mag slapen, om haar nog eens te knuffelen. ‘ ☐ Margaret Atwood, Lichamelijk letsel.  Aantrekkelijk is wel het contrast tussen de luxe-problemen van een Canadese en de primitieve problemen van  Caraïbers; en het thema ‘lichamelijk letsel’, de onvoorstelbare kwetsbaarheid van het menselijk lichaam – maar het is niet bevredigend uitgewerkt. Er is ook iets fundamenteel goedkoops aan het thema: ‘Jij rijke westerse die vindt dat je diep in de problemen zit, we zullen je nu eens met èchte problemen confronteren.’ Terwijl het toch de moeite van het aansnijden loont? ‘Het gaat maar door, drielingen, polio, auto-ongelukken, operaties wegens waterzucht, aan opengebarsten blindedarmen, plotselinge sterfgevallen, mannen die hun vrouwen verlaten, tantes, nichten, zusters, invaliditeit veroorzakende ongelukken, een web van bloedverwantschappen dat niemand ooit zou kunnen ontwarren, een litanie zowel triest als vervuld van een vreemde energie, bijna vrolijk, alsof de vrouw op een kinderlijke wijze met zichzelf is ingenomen vanwege het feit dat ze in staat is zoveel doelloos onheil te verdragen…’ (271-272): vergelijk met De dood in het dorp. ☐ TOT  ‘Een geschiedenis/wereld waarin geen speld zou vallen zonder dat het een functie/zin zou hebben.’  Wat zou betekenen dat de fictie ‘de les zou spellen aan de werkelijkheid’, die niet zinvol genoeg is bevonden. Op die manier kan ‘realistisch’ proza in feite even fantastisch zijn als de meest fantastische literatuur – alleen wel op een tersluikse wijze, die nauwelijks door een enkele lezer wordt doorzien. Ook toepasselijk  op Jacobs kamer (Virginia Woolf) b.v.: strikt literair gesproken bevat de tekst veel te veel eigennamen van personen, zouden alleen de ‘functionele’ eigennamen (die vaak terugkomen) moeten voorkomen; maar de tekst zou er aan ‘realisme’inboeten, d.i.: de suggestie van een openstaan naar de totale werkelijkheid; en dan merk je dat de verhouding functionele versus niet-functionele eigennamen ‘realistisch’gesproken toch nog zeer hoog is ( ik schat: 60/40), wat betekent dat Woolf toch nog een hele ‘toegeving’ heeft gedaan aan de eisen van de mooi besloten tekst?

DR

Geef een reactie