Categorieën
lyriek

MIRAVAL

De mond van de Heer verhing zich in de bergen.
& de mensen verdaagden de dag naar de nacht.
De storm aasde in het oog van de storm op de plof
van haar eenzame stilte, de kracht binnenin. Ik zag

de kinderen krijsen tot de ouders hen de schedel
splijtten, ik hoorde vlees & bloed het grijze ijs
opkwakken van de zwelgende zwijgtijd. Niets
zeiden de vlotte schotsen, niets de vaste stenen.

Niemand zag het blauw of het wit of de vlok
in de pels van armijnen. Water verstikte in water
& de zon vergaste de zeeën & de aarde vervlakte,

verviel. Het licht van het vuur verwaaide het licht
van de sterren. Bel m’es q’ieu chant e coindei.
Pois l’aur’es dous’e-l temps gais.
Miraval was hier.

————-
armijn: archaïsch voor hermelijn, cfr “Wat baet een purpre rok, gevoedert met armynen, Als eer en macht verdwijnen? ” Poot 1, 76

Zie ook hier, een razo op de liederen van  Miraval (& de directe insparatie voor het gedicht), de volledige tekst staat in  Jacques Roubaud, Les Troubadours, de tweetalige antologie verschenen bij Seghers in 1980, p 334.

De beweging in die tekst is onwerelds mooi, het ritme ervan drijft op de hamerslagen van de droogjes aangehaalde verwoestingen (dezeretatz/perduda/destruitz/mortz/morta/fugida/mort/dezeretat en zo gaat het maar door & door) & op het einde slingert zich het lied van Miraval uit die woestijn van wreedheden & onrecht & onmacht. Heel even maar want Miraval’s lied zou volgens de laatste paragraaf  de koning er toe gebracht hebben een leger te sturen van ‘mille chevaliers’ om ‘recobrar la terra que-l coms avia perduda’
m.a.w. om al het aangerichte kwaad te herstellen, waarop echter de koning daarom vermoord werd samen met die duizend ridders ‘que nuils non escapet’.

All resistance is futile, lieve schermbedruipertjes, &  helpen doet het allemaal geen zier, integendeel zelfs. Maar tóch staat daar dat lied te bloeien.

Meer werk van troubadours

Geef een reactie