Categorieën
Grafiek Lopende zaken lyriek Ruis

Betegelde leegte

De leegte spreekt, spreekt leegte tegen mij:
met lippen die aaneengeregen zwoerden zijn
waarachter de woorden verzweren tot stilte.


De stilte ettert, ettert letters uit mijn mond:

– de klinkers slepen zich de stomme klanken uit
& strepen het verlangen in de dode tekens uit

– de medeklinkers schuren zich de wangen open
op het stortbeton waar zij ter onderscheid
neerstorten bij het naaktere talen van de mens
naar namen, ogen, handen, armen of herinnering.

Het licht zomert kortstondig nog
in het reeds halfvergane hoofd.
Vredig verwaaien de bloemen
hun vele blaadjes daarrond:

– zij druipen vochtig op de tongen der verstervingsluchten
– zij glimmen als druppels aan de inzakkende kin

In de volle volte van vernietiging
spreek ik uw namen uit:

de namen kleven de leegte van namen
aan de tegels van de leegte
die de leegte betegelen zodat
er middenin leegte kan ontstaan,

waarin de woorden tranen bloeden,
waarin de mens in stilte kan vergaan.

dv, 2/09/2008 – 13u-14u17
Vrij naar een tekst van Judith V.

Geef een reactie