Categorieën
Het Pad Links - publicaties

Update Het Pad van de Wenende Nacht

Het Pad van de Wenende Nacht, release 4.3 (pdf bestand)

houtskoolschets van V.I. Tatlin voor de decors van de uitvoering van Zangezi in 1923, een jaar na het overlijden van Chlebnikov.

Het Pad van de Wenende Nacht, inclusief de Chlebnikoffer, wordt nu met het oog op een eerste uitvoering tijdens het Klebnikov Festival in augustus geheel gereviseerd.
We verwijzen kandidaat-uitvoerders graag naar deze en volgende releases van de broncode.

Uw kandidatuur als uitvoerder van één of meerder ‘Vlakken’ is welkom bij mij via dv@vilt.net of bij het Politburo van Grapes of Art.

Wij proberen ondertussen duidelijk te maken dat de uitvoering van een Vlak eender welke vorm kan aannemen, dat je zelfs zoals het stukje recycle-art hieronder, code die doorheen de Vlakken loopt, zoals de Reva-code kan compileren en veruitwendigen.

Ruischt gij zwarte zeilen van de Tijd!

———————————-

Als voorbeeld van de huidige code-revisie hier Vlak 9.

Wij zijn gestorven wij

(voor i.d.)

wij zijn gestorven wij het bloed
zijkt ons de trein uit & de trein raaskalt, oogrolt
& sjort hoog de zinnen tot in de laatste vier rijtuigen
de praatgaatjes de bestemming aalst liederkerke uitkraken

wij zijn gestorven wij maar niemand
voelt met ons mee de uitval van het licht
hoezeer wij ook op lijfeigen wijze
uit het zichtbare wegdeemsteren

met van de huid de spieren de dikke darm
de befaamde tintelingen bv.
bij het zich voltrekkende stadsnaderen.

Punt het nieuwe punt aan de klasse
zoekt ons op in de curve, de curve
tunnelt zich in hoogglans uit
in het al dat zich op bedrieglijke wijze
als een in voordeed, het alles dat al was
in de kan of in de kruik, stopt

Nu.

Kaduuk & voos van nature,
de veeltuigige slangeleider staat
vereenzamend stokstijf in de kudde

kastanjekleurig beverstaartbeslierte pubermeisjes
die bij de treindeuren snotziek te sjaaltrekken staan, te riemfrutselen
schijfjeslurkend per ipod ik ben ik & het leven is het leven
te lawaaitreiteren : nietige Tiense

tienertjes zijn het bij wie de naad ettert
van de streepjestijd hoe zij erbij zijn zij

want enkel zo zijn zij zij zij

met er middenin die ene ontluikende jij-bloem
bij het wij bij het ons bij het wij onder ons
dat weerom is gestorven & ook de barcode
van de stationsnaam verzweert & overal

barst uit de voegen het rigoreuze verlangen
dat zich tussen ons in een tweespalt baant
zodat wij ons de voetjes weer niet kunnen
netjes aan de benen binden
zodat onze neuzen even nog dóórruiken willen áán,
zodat onze handen een ogenblik nog dóórtasten willen ónder

& zo wij richten ons te gronde nog
wijl de dingen al ter modderplas
in schuinse regen roemloos bezwijken
zo zitten wij de noodwendigheid ingedraaid
als een gloeilamp in een sokkel bakaliet.

& Uw zwijgen
braakt nu de zwijgpit
in onze doodsmonden & de
eeuwige stilte vangt

het suisloze suizen & start zeggen we
daar floept ons het eternele g*dswijsje uit:

macheella michaailee michola micham:
wij nemen de gebroken wereld minnend in de mond
wij helen de naakte lijven liefkozend van hun wonden
wij zetten de geknakte zielen onomwonden bloot & recht

& in de loopse orde der eeuwig wemelende verbonden
verknopen wij de zang aan ’t verglijden van de monden
waarin wij ter dood aan ons versproken staan & stonden

& zo versteven wij verstijvende de barsten in van nu

Geef een reactie