Categorieën
Het Pad lyriek

Vlak 16 (vallende ziekte)

“Gedichten moet je schrijven volgens de theorieën van Darwin”
Velimir Chlebnikov, notitie uit 1922

[ met een selectie uit de talloze gezangen der institutoir-afvalligen
te beitelen door de platgedesignde & afgezogen vingertjes van de steedse gezangenbeitelaars
in de betonplaveien op het Pad van de Wenende Nacht

Na een tijdje merken de vingertjes dat het écht niet lukt want de plaveien breken bij de minste bebeiteling. Iemand had kennelijk de kauwgom die de stenen bij elkaar hield laten verwijderen. De vingertjes beginnen daarop op afgrijselijke wijze te jammeren dat zij niks meer om handen hebben.

Hun ijselijke jammerklacht plant zich voort tot in het Duistere van de Duisternis Zelf en geeft zo aanleiding tot de tijdige geboorte van de Wenende Nacht. Immers, het commercie-afstotend geweeklaag der beitelvingertjes maakt dat de kortbenige Burgervader Al Hoewi t’oe Barak van een Vlaams provinciestadje kort bij de metropool van Kessel-Lo opschrikt uit zijn verdiende dagrust en het tegentijdse indringen van hun klachten in zijn nachtmerries over Snelle Treinen die Uit De Bocht Gaan verkeerdelijk interpreteert als een onbestemd Wenen van de Nacht. Zo analyseert althans de op korte zinnen met scherpe pointes afgestemde geest van de Burgervader omdat de eveneens kortbenige Held de Mooie Droom wil gaan verlaten.

De Burgervader hecht overigens zelf geen belang aan al dat poeticaal gemurmel, al kwam het grootste deel uit het eigen hoofd, maar Escrevisse, een spion der Tsjeven, een concurrerende meute gelieerd met de Tijdloze Honderd, een nijdig volkje van gerateerde artiesten vroeger bekend als de Top Drie, weet stiekem fragmenten van de BurgervaderDroom te visualiseren door het plasje speeksel dat de man bij het slapen uit mond pleegt te laten vloeien te condenseren tot Leesbare Wervelingen van de BurgerVaderlijke Onrust.


Met een Digitaal Verslag ( in pdf-formaat, 49mb) van een projectie bij de Broeders Alexianen daarvan, trekt hij naar de locale pers die er een wijze Lering uitperst van dubbele gisting. Toen Alfred -Jacobus de Kwakkerde Flap, een Tsjeveneend van enige allure dat opdronk begonnen hem de oren visionair te flapperen en schreef hij een brief naar…

[nvdr: het gehele verhaal is iets langer dan Laurence Sterne’s Life and Opnions of Tristam Shandy, temeer daar het een rewrite van dat boek bevat in een iets ouder Engels gesteld om de opgelopen verteltijdachterstand te compenseren. We knippen het dan ook maar weg uit dit schrijfsel dat overigens – voor een goed verstaander – het neo-classicaal & proto-mystiek-numerologisch gewauwel van Alain Badiou, de man die moest wachten tot Deleuze uit het raam sprong om enig aanzien te verwerven in de Franse filosofie- op louter includerende wijze geheel ridiculiseerd- enfin, comme disent les Anglais: game, set & match] […]

Aldus werd geboren de voorsteedse legende van de Wenende Nacht]

[ beelden van een islamitische begraafplaats]

Bloed & bodem

Het bloed moet vloeien & het geld snelheid maken. ‘ Onheil kome’, zo
verwoordt de speakerin het &’ wrijf het hen met de fabelolie in’. Sloerie.
Pokkewijf. Trek nog wat van die stekkers uit. Sla nog wat schermen in.

Dieper de nacht in dienen wij ons te duwen nog, schatje,
verder de vernieling in. O liefde: sla mij in de droeve gesel
van je frêle armen, klink mij in de klamme sloten
van de minnetaal, verguis dit comateuze ik.

  • Ik druk mijn gelaat in de zwartste inkten op je bodem.
  • Ik spreek je uit, achterwaarts, voorwaarts, van het blad, uit het hoofd.
  • Ik pruts de laatste knoopjes van je ongeloof open.
  • Ik snij de linten rond je bevende verlangen door.

Wij, herauten van de leegte: onze traan versplintert
in de weidse woestijn van de onophoudelijke dood.

[verhaal van een man die een epilepsieaanval krijgt op de brusselse metro]


Beloven doen we dat we komen

Dat hardvochtige vermurw ik, zegt ze.
Daar plant ik een vinger, beweert hij.
De hals verweekt, zo wordt verteld

(& een hand gaat door je blazen) (& de lucht
valt uit je zucht) (& de wanhoop hapert, het hebberige snikken
zet zich in de vette schilfers van het tijdeloze af).

De tijdsslakken als hulzen van het onvatbare
schieten ons hun lege kogelbanen door het hoofd
zodat wij ons het geloof weldra ook lichamelijk
bekennen. De bastaards! De afvalligen! Het canaille!

Het schelden als schilden versterkt onze leegte, ons
sterven de namen als uischillen bruin af, de etiketten verbleken
de bestanden die wij waren strepen zich bij elke lezing verder uit.

Elke daad is zo de wees van een gedachte. Elke golf
van ons is een wissel uit het spoor van ik. Elke
opstoot van ons is de reststroom van een heftig
wrijven lijfje ik op lijfje jij

met beiden ter kitteling een meute fanaten
briesend & tierend van nijd in de zij.

[montage van gedynamiteerde gebouwen (cfr Louis Malle) met een vrijscène (cfr Nicolas Roeg – Don’t Look Now) op muziek van Charpentier]

De strandjurk oplichten

Voorzichtig. Omzeil de verrukking, die leidt toch maar tot stof.
We heffen aanvankelijk de jurk tot op de heupen slechts,
de maan fonkelt maanlicht op je naakte dijen. ‘Een waarheid’, fluister ik
‘herhaalt zich niet’ & ‘je trekt mij als het trekken van de maan’.

Het droge zand schelpt je nog omstandig van nee maar de weerstand
in de scene is een kronkeling van eerdere acteurs, het ritmische breken
van de bruisende golfslag wil het onze, een hoogwit ruisen
namelijk, het kabaal van de stilte op het witte strand.

“De verbeelding zet zich door het vel heen aan het vlees. ”
“Een verstrengeling van lichaam vindt plaats meestal ’s nachts,
de verstilde klomp van het rozige hunkeren, het sensuele
verrimpelt delicaat het strakke dagkleed van de verwensing.”

Ik giet je lippen in de kom met Special K. Het bed van Ikea met
de gele lakens lees ik je als de naakte code van ons verlangen.

[archief/verslag van de Eerste Globale Dag van de Desinformatie op 24-9-2008 : iedereen stuurt dan massaal veel waanzinnige berichten de wereld in- hackers kraken en veranderen op subtiele wijze de websites van kranten en persagentschappen, honderden fictieve terroristennetwerken stellen voorname persoonlijkheden in een kwaad daglicht, aanleg van een berg cd’s , dvd ‘en harde schijven op een hoofdstedelijk plein untsoweiter ]

Autobiografie (orgastisch) van de lezer

Even later vloekt je lichaam mij luidop na, de nacht in,
de nacht, waarvan wij ons op het einde al afvroegen
waar blijft het einde hé einde ha ben je daar

Elke gedachte is zo het eeuwige trillen
van uw afwezigheid in het verval
van mijn gedachte.

Haar verwording die oscilleert
tot ik echt wel van je hou. Een u

dat ik bij je trillende
lurven gespiesd liefheb, dit klapwiekende
libellenlijfje dat ik in het licht hou
van de verdere aftelling. 24, 23,..

Het schattige mormel.

Het universum dat je door je tijdsbaan stompt & stoot,
verratelt mijn verborgen melodie. Je zal het pas zien
als je het hoort, & dan is het te laat. Ik flits in u.

(Klaar is als ik stik in u).

[ schilderij van een onthoofde gekruisigde]

dv 11-12/05/2008 – 14/05/2008

Geef een reactie