Categorieën
lyriek

HOTEL ( in 8)

  • Het huis ligt in de golven, de golven vullen de nacht, de nacht zit in je hoofd & je hoofd staat in het huis. Wat kan er misgaan?
  • Kijk hoe je lichaam daar te wiebelen ligt: ik zet het roermondje erop & hap het lijden open, slurp stilletjes (stilletjes) want lichamen lachen niet. De ernst zit in de materie namelijk (cfr.  het huis), de lust in de mens maar het geheel loopt ergens daar tussenin verloren/mank & ook wel eens te pletter.
  • Ja doen! Koop deze maar dan blijven de bindteksten lekker kloppen.
  • Ach, vriendje, als het gedachtenstreepje maar ophoudt & afklopt op tijd, & regelmatig berijmd het ik zich vinden kan met de einder & de einder het zicht op de ander betrekken. Jaar na jaar tot iedereen vergeten is dat het ook nog kan ophouden. Maar wat zou het: zoals het echt was beleef je het toch nooit.
  • “Kak man waar is dat hotel nou gebleven, die lamstralen van een Belgen ook al.”
  • Deze deur niet, nee, blijf daar maar vanaf. (Het zit ‘m in de komma, denk ik, in “namelijk, de lust”.)
  • “Ah ja, kijk hier staan jullie: V&V De Smet, kamer voor twee, op 23-8. Da’s in orde mijnheer De Smet, kamer 406 op de vierde etage, hier is het sleuteltje, alstublieft & wij wensen u een prettig verblijf!”
  • Alles komt altijd op tijd.

Geef een reactie