Categorieën
lyriek

u/mu

U

“STELLING: de programmatorisch uitgerokken tegenwerping als uitgestelde verprutsing
heeft in tweede instantie een verheviging van de lyrische inpact tot gevolg”

uit “De Anti-Buddha in 1001 uiterst misselijk makende stellingen”, dv 2048

Gij, éénlandig lichaam,
Met vele holtes omwrochten
zich wijdkeels in het in van dit in
instrengelende U, gij

de uit het prut ener mottengrotto gekropen
reuzevlinder Genjo gelijk, die vertrappelt het blauw
in het beeld zoals ooit een weerschijn uwer zielsverhuizing
te rokschuivelen stond op kousevoeten & in de knetterluchten
het blauw te aanroepen: “blauw

is het blauw daarboven & het blauwt”
(jaja maar hoe je in haar u kon raken).

De arenden mekkeren als eendenkroost.
De potloodventers kribbelen, de Mediatieke
annoteurs van het verhevigde Flikkeren
flikkeren verhevigd. De Barst ijkt

de dansenden & de

plaats is de weg, Wat is, was nu & Weent al & het pad heet
b.v. scheurbuik, het geluid makend dat een tokkelende ladderkin
maakt, wijl zij kwijlend de ladder aftokkelt. De tong
is sedert geruime tijd gevat al door de klappertanden,
ligt plat gevallen op het vaderland, in volle volksaanloop

gesneuveld, heroisch de midscheeps aanstormende voorruit tegemoet,
die met splutverwekkende vaart het pad dreigde te kruisen,
dat bij herhaling niet voor niets scheurbuik heet. Heette. Namen

zijn in Tienen evenwel nooit toevallig, het is zaak immers voldoende
vlucht te maken bij het manhaftig insleuren, het curven
instrikken, het druipvet inwassen, elke verheffing
uitboenen, de regel bij de wet inpressen, de lede ogen
op de maten platstomen. QED. Maar

Adem ademt
dan het trilblad op. Huid
verhardt op langzaam maar zichtbare wijze
op de in kogeltijd bekorstende kervingen, zie

de eeuwen ten onzent als barcodes oplichten al,
hoor het doffe ruisen van marmer gedurende millenia.

Bloem, zie mij vallen. Te tuimelend
als onkruid staat, brandhout wordt als ik,
dit mij in ikjes
verslikkende

vergaderd wij-ding, o
men gebruike
een allerlichtste waaier

om u de luchten
te wegen voordat
men er u in aanbrengt,

in gedachten
verzonken,

om aldus de eeuwigheid
op sporen van uw niets
af te luisteren, tel

na tel na tel na …

een soort positieve
heksentest, quoi –

dat gelooft toch geen kat.

MU

Hier, daar
in die eendere oorden
vervat in het nieten van touw

b.v. aan kartonnen naamkaartjes

waarop vervolgens

in wonderbaarlijke kribbels

uw naam hangt te bengelen,
in de duidelijkheid

van het absoluut unieke,
onleesbaar hier dus,

daar

waar de onoptelbare bewegingen

binnen het tellen de uitkomst

herhalen zoals zij onmogelijk


zijn kan in de tijd, & dus
onophoudelijk zo de tijd

insuizen;



waar de eendere woorden &

ik u gedurende honderduizenden &

myriaden aeonen voorbijstromen

u niet raken met het niets
dat wij verhalen op het niets
dat u ons tonen wil;

waar wij ons aldus
voortdurend uitputten
in het alomheersende uitdrukken

van het onvervangbare
dat in het vervangbare

onvatbaar te zweven hangt


[…]

niet,

door niemand van het cijfer
ontdaan, vergeten,

waar het bengelen zal,

in eendere oorden, daar
bij het touw gevat, niet

hier.



Geef een reactie