Categorieën
kort reeds verschenen

Eeuwigheid

we_r_king
dv – ” we’Rking” – aquarel -A4

Het vlak ligt op de xy-as, de z-waarden zijn immers verwaarloosbaar. Het pad (dit wegeltje) doet zich voor als een rechte tussen het achterliggende A en het zich, naar u aanneemt, in de verte voor u bevindende B.

Een drietal graden rechts van B verheft zich een grillige berg. De berg weet van geen wijken, zo men hem al naderen kán, in het verloop is enig verschil onmerkbaar. Verwaarloosbaar.

Het falen van het geheugen bij gebrek aan gebeurtenis.

U weet het al: de blakende zon. Het blauw van de hemel is dreigend, er gaapt ruimte op u neder met een banaliteit die u enkel na het woord enkele malen bij uzelf herhaald te hebben ‘buitenaards’ kan noemen. Wedergeboorte van het buitenaardse.

Van A herinnert u zich niets meer, B is een veronderstelling.

Het zand is mul, het pad is ooit verhard door een fragiel soort kiezelslag, waardoor het ook nu nog wel enigszins beter begaanbaar is dan de open vlakte.

Enige tijd geleden was er het restant van een door de bliksem getroffen boom. Van de stam stond nog iets overeind, takken en bladeren waren tot een rossige plek rond het zwarte uitsteeksel vergaan.

Als u zich de ogen sluit valt de zonnecirkel nagenoeg samen met de rossige plek die over de binnenkant van je oogleden schuift.

Het pad lijnt zich af door een absoluut gebrek aan begroeiing, daar waar de vlakte eromheen her en der een minimale begroeiing vertoont.

Soms: twee vogels, links, ter hoogte van de bergtop, die van elkaar wegvliegen, samenkomen, wegvliegen.

Wilt u het vlak “Eeuwigheid” laden? (Y/N)

 

 tekst gepubliceerd in De Brakke Hond #95 als ‘Uw vlakte’

zie https://web.archive.org/web/20071021170544/http://www.brakkehond.be/95/vekemd5.html

 tekening van 2008 – ingekleurd in 2017

Categorieën
reeds verschenen

Het kopersblok

 

 

 

 

 

reeds gepubliceerd in De Brakke Hond #95

zie ook http://www.brakkehond.be/95/vekemd2.html

 

 

 

Het kopersblok

Op de Boulevard des Alliés versmelten de manhaftige
Geschenkenshoppers asfaltig tot het KopersBlok.
Messcherp & pijlsnel doorvlijmen vanuit zwartlederen
etui’s de kredietkaarten de Banksysspleten. Het ratelt euro’s,
de euro ranselt de dollar van de koersborden.

Krepeer toch wat sneller, gij loze Afrikanen, want aan de
andere kant van de stad vervlechten zich alreeds de kordate
Strijders voor het Behoud van Werk en Gratis Sex tot het
Ekstatisch Jobfront. De stad davert, de eisen overstelpen,
wagens rijden volks het volk in.

Dan haalt het KopersBlok uit met een hartverscheurend
Levend Verslag van het Niet-Vijfvoudig Bekerstgeschonken
Kind. Balancerend op de rand van het Moreel Toelaatbare staat
het Kind afgebeeld met in de trillende hand 1 van 2 loopstelten.
De deuren der ondergronds-volzette parkeergarages kletteren
van verontwaardiging, het stadscarillon zwijgt veelbetekenend.

De goden snellen stilzeisend door de lucht. Aders verklonteren.
Weer donkert het leven blauw & bloedeloos boven de versteende
nevelen.

(Uit: Het Pad van de Wenende Nacht, een Chlebnikov-herschikking)

Categorieën
reeds verschenen

Het lijf sprint

 

reeds gepubliceerd in De Brakke Hond #95

zie ook http://www.brakkehond.be/95/vekemd3.html

 

 

Het lijf sprint

Het is maandagochtend op het Aquarel. In de barakken onderaan wordt er gerookt, gedoucht, radio geluisterd & thee gedronken. De race gaat zo dadelijk beginnen & het Lijf stelt zich op. Het schot klinkt. Het Lijf sprint naar de zandheuvel, klimt. De naakte benen zakken diep in het mulle zand. Uitgeput bereikt uiteindelijk het Lijf de top, waar een metershoge gong staat opgericht. Het Lijf legt het Hoofd nog met een doffe bots tegen het hangende koper…

“Tja”,
oppert Nayland-Smith, “als dit al zou lukken dan hadden we ook die barakken niet hoeven te bouwen”.

Categorieën
reeds verschenen

Bidprentje

 reeds  gepubliceerd in De Brakke Hond #95

 zie ook http://www.brakkehond.be/95/vekemd4.html

 

 

 

 

Bidprentje

 Kalm, een lichaam in rust.

Een arm glijdt het water in, ze glimlacht. Er nadert een truck, de truck stopt, een man stapt uit. Hij is vrolijk, zo lijkt het wel. Hij doet vijf stappen in haar richting, draait de linkerhand hoog de lucht in, alsof hij in de wolken een gloeilamp aandraait.

Dan ploft hij het gras in.

Categorieën
Geen categorie

verhalen

‘verhalen’ in pdf formaat als bijdrage voor uw literair tijdschrift


wij gebruiken verhalen wij produceren verhalen
we zijn verhalen maar we denken onszelf niet
als iets dat bezig is


wij wikkelen ons in de fantasmata van het zijn,
kata aoristin phantasma (plotinus) het ondoordringbare verleden
maar in (de) feiten zijn we enkel de namen die we prevelen



we hameren op onze klavieren om ons het stof uit de mond te letterbekken
we schrijven alleen wat er na onze dood zal verschijnen
we spreken van de doden voor de maskers van de stervenden
die de aoristische origine van de nieuwspraak bedekken

meer verhalen
meer Titel
meer Body

Categorieën
lyriek

het lijf is u op het lijf

MONADOLOGISCH

Or cette liaison ou cet accommodement de toutes les choses créées à chacune, et de chacune à toutes les autres, fait que chaque substance simple a des rapports qui expriment toutes les autres, et qu’elle est par conséquent un miroir vivant perpétuel de l’univers.

Leibniz, Monadologie §56

zo het lijf is u op het lijf
op het lijf is u dit lijf

het tekstuele tintelen
van spieren in de aanloop
naar hun spierzijn, bv.

het loopt zich loops aan ieder
te verzwijgen zoals het heden
aan weldra daarvan herinnering

zo dit lijf zo evenmin
zo aarzelt niet de fauverij
het oude zich zet zich erin
alsof het zich een hansvers

feller wenstte, schrijft, geschreven, alles
is wat issen moet & dat wat o het dat wat
ik u ook

onthou

dat alles is & dit
u ingeschreven ook

uitloopt, nog, uit [waarlijk] zie
het mij als bloed mij het hoofd uit
gutsen, toen ik mij, nu ik mij

over de reling boog
de reling buig
de reling
boog

& viel, het vallen
dat de regen aandeed
& het jurkje zomerschijn & alles &

wat dan nog want
zo is het lijf u op het lijf
zo steeds de leien op de leien af
geschreven zoals ik mij

in dit u hoor
de metterzeese tijd in schelpberekeningen
de uitdraai van de huiswens van een weekdier
in het continuum van de niet-materiële materie

zoals ik mij in dit u van u hier hoor
te verhullen & daarin u dan
daarvan de witte pluisjes blaas,

zo is het lijf u op dit lijf
terdege ingeschreven.

dv 2007, uit “101 Eigentijdse aanroepingen van de Muze”, terzijnertijd beschikbaar in de handel.

Categorieën
lyriek

Busjamesj de Veerste

aaine kleine hupsa netsickness
uut het kaballa kabbelende zommerlommerKampCode, verteeld in het
onbewoelde zweten van dáf dáf d’af oefzeg d’afwezigheid dus van
d’opperDirk, de Mega Verdiener und steelijke oepla oepla musti
ja er ist den fiercen neylknaab imselbe van het nederzompigst kletteren!!!
( een zaag gespand in funfa pferden, ieristtal vanda vanda oepsa eerste
– euh, istalwelaf ? euh apeupres plumeintenantkejamè jebenpense – allah dan –
verstaald uit het neo-kathedraalse enfin soit un objet trouvée door dv)

//@ init

 

Er is absoluut geen weg terug.

 

Laat mij u duiden. Het begon
met hem die alles wist.

 

 

Voila.

LSTR
nr ht
E.P.O.S.

v.

büsjamesj

 

KBBH

 

opt einde van de straat is het einde van de straat het einde dat opent
opent opt einde ent einde vant straat dat opengaat
is de koplamp is

de koplamp
& zijn zij
het
is

 

zo als zo

 

zijn de geweren klaar ja de geweren zijn klaar
zijn de missielen klaar ja de missielen zijn klaar
is de man bemand ja zij is
zijn wij
ja

‘k

 

ben

 

VRRC

{PST d rst}

GEEN KLUIT GEEN KLEI GEEN WEL GEEN WEE
GEEN KLUIT GEEN KLEI GEEN WEG GEEN WEE
GEEN KLUIT GEEN KLEI GEEN WEL GEEN WEE
GEEN KLUIT GEEN KLEI GEEN WEE GEU B REE

 

 

 

de voetziekte aan mijn voet
de beenziekte aan mijn been
de leverziekte aan mijn lever
de vingerziekte aan mijn vinger

[…]

[obstr. rest. TMPX oder sthng]
de maagziekte aan mijn maag

REGINAREGINA
TOIQUIENSEIGNE
EINESEIGNETHE
ENDSIGNSTHEDES
IGN

est-ce vrai

O, reg[gy?]

Arde[nt?]
il
a la

mala

hypopothesisthmus

die

 

de niersteen in mijn nier

 

de ogenziekte aan mijne ogen
een zevenjarige die […] zo dadelijk
de volle laag […]

 

(huilde ik niet oerdroef
voor de van dierbaren
beroofden) (hoor mij mij
de oren uitschrijen)

 

de

oorziekte voor mijne oren
nog een zevenjarige […] die
de […] laag na laag

 

klaag niet GND voor mij
ARGENTA CITY
BUN K linkR
Oe VER
NIJL

 


  1. AM SELBTEN TAG…


  2. AM SELBSTEN TAG…


  3. AM SELBSTEN TAG…


  4. AM SELBSTEN TAG…

op de heetste heise heisa dieses ehnza Steinen herra heer o herr
verlaat mij niet in dit mijn desert storm mijn hart is niet hier mijn
hart is nog zuipende
met der Jugend zonden, de jongste
Dagtekeningen
zeu als:

 

 

 

warts a burd?
a burds a song

wart ssignet ze burd
ze burd signet

(You have 1 Urgent Security Message…)

 

Het volk aldaar heet doetertoenichtoe
van de wreed fameuze toeterdojesmaortoe
dus aswadan iel rap zijn metda meccaboemen
hemme sjokodoetertoeë megaMeccaboterhamme

 

 

& GN stoempe Ploegen ze
ploege zen veur Russen

 

 

Enter de Veur Russen van Dáprosjcalyps
En deerste Veurse Rus Vol Voil & zwaor MetTaal
pakt mij achterzwaards & zwiert mij bespeekt metnet den vettigsten
medestandsklinkers allertoe:

 

“Hé GIJ DSGWUHJKDGIJ ja KGSHSFETHGIJ daar,

hoerbenik hoerbenik hoerbenik
zmetagat zmetagat en a koGGels in mij

hoerbenik hoerbenik hoerbenik

pakkamee pakkamè pakkamij
pakka pakka pakka mij

 

 

[hier brkt resluto f ’t eers]

Categorieën
lyriek Ruis

arahhi ramani arahhi pagri

arahhi ramani arahhi pagri

i inseminate myself I inseminate my body
kima narum irhu kibrisa

like the river inseminates its banks
kirban suqim

clods on the street

eper sulim

the dirt

serhan siqim
the fountain

sum kirim
the garden thirsty

x-a-nu-u2 – ma zuqiqipum

the scorpion

Illakuma they will come

Inadduma they will settle

la imammusu but they must not go away

Naar het oud-babylonische tekstfragment op kleiklomp YOS 1L2,

zie Jerrold S. Cooper. Magic and M(is)Use: Poetic promiscuity in mesopatamian Ritual, p.47 e.v.

in Mesopotamian Poetic Language: Sumerian and Akkadian Marianna E. Vogelzang, Herman L. J.,. Vanstiphout ISBN 9072371844
http://books.google.com/books?id=qDyDXLUeHykC&pg=PR5&dq=isbn:9072371844&hl=nl&sig=gdKTNLbuuu8-AetnhrO_-CMcSAM#PPA47,M1

 

 

neem een mal, b.v. deze
giet daarin het opgenomene
druppelcode met de kraan nog open

(nah, joh! dweilen is voor mummies):

 

IK ZAAI IN MIJ HET LIJF IN MIJ ZAAI IK

ZOALS IK ZOEK IN MIJ IN WAT IK GOOGLE

DAT
IK IN MIJ KLIK – O LIK

 

HET VUIL

DAT SPAT OP, WANT HET
ZIJN MIJN LETTEREN – ZUIG DE STRAAT
UIT WAT NOG LIJFELIJK VERSCHUIFT, HET WAREN

 

DADEN DRADEN DAGEN DRAGEN DERDEN VREDEN VRAGEN REVANG
403 NO PERMISSION – ZEEP DRUPT IN DE ZEPPELIN
VAN SANDOLIN HET TUBEERT DE LUCHT IN SCHEPEN LINKS

& DRADEN MARCONI RECHTS EEN MARRINADE

 

 

KOMEN DOET
HET JA

MAAR HOU

NU TOCH
UW KOTS
MAAR IN

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Categorieën
Het Pad lyriek

Ms001-Chlebnikov

 

Het pad van de wenende nacht

 

Illegale1 2006-7 dv-Patch voor ‘Zangezi’ , de 1922 release van Velimir Chlebnikov.
Draaien op eigen risico. Verschijnt/verscheen voor het eerst op de
http://vilt.skynetblogs.be service

 

Avatars (een zich nog uitbreidende ArrayList):

  • Tante Sizzle, tante

  • Willie de Waal, doodsprentjesdrukkerij

  • Izegang, de Beloofde Zanger

  • SlengerKlümpf, een Kesselse klomp

  • Jef, een zeveraar en dronkaard

  • Marie, een oude, droge pruim met groen-purperen korsten op

  • Het VerzetsHoofd, verteller

  • Pleroma La Creatura, een supra-humaan blondje

  • Rafeltje, het Gruwelijke Randstadspook

  • Marcel van de Mosselbank

  • Einstein, Wittgenstein en Whitehead, krijtrotsen

Netwerkconnectie tube nieuwe Netwerkconnectie wees sprekend uw Moedere2;
Tube tubeer:

 

Het gedicht werd ons neergekwakt in klanken, opdat een onweer uit de hemelen losbarsten kon. De druppels klank verhouden zich tot hun klankcontainers zoals de befaamde Constante Vrouw uit een kantersteense vertelling3 zich verhouden kan.

Tot heer Euler4, dan, vraagt ons de kijklichtluisteraar5 Lezer nieuwe lezer? Neen, antwoorden ons de klanken & het kader schuifelt voet: niet gehuwd is zij met Heer Euler, noch bekend in het gemene rond. De kantersteense vertelling is opgetrokken uit woorden, als een gebouw uit bouwelementen. Deze elementen worden afgescheiden door minuscuul ongedierte, van verschillende omvang en geaardheid. Een metavertelling of autonoom bestroomlijnde voeding, terdege geventileerd en van driewegsschakelaars voorzien zal

  • op specifieke wijze,

  • volgens eigen godhebberigheid en

  • statutair naar eigen verdienste genetwerkt

de vertelling in goede banen lijnen. Leiden niet, nee: lijnen. Stippel dit. Het bevoelhoornige, slijmgeharnaste geleedpotige uitslaan van de decibelaire6 lyriek evenwel is van een gans andere orde. Sta mij toe dit te verduitsen. Untsoweiter. Eén ieder is vrijheid van winkelkassa verleend. De hemel speekselt zich ( eng.: feel ) een fluim van de eerste orde: zwemt zij de klank in der afzonderlijke gedichten, toch is zij ontologisch-prioritair eerst aan het issen. Zo ook Nicole Fopman (inserteer de tekenen der fopmanie): ze lijkt op een beeldhouwwerk dat is opgetrokken uit rotsblokken van verschillende kleur en soort, het lichaam een wit-mager gesteente, de borstomtrek en paginering blauw en de ogen reddeloos opaal tot ronduit zwart. Een vertelling door uilen gekoekoekt, vol fladder en tetter waarop de hand echter manhaftig in loze witglans uitschuift. Metavertellingen zijn de transformatoren van een slapper net, waar de stroomsterkte-netafmeting verhoudingseigenwaarde aantoonbaar een fractie bedraagt van die der dichtkwaksels. Bij wijze van rotsblok gebruike de bevolièrde kwinkeleer dan ook geen verhalen, laat staan woorden, maar het gezegde dat finaal van de eerste orde is.

* *

*

Dauw ligt over het zilvermerige rendiermos. De mol schuilt in het hol. Er krispelt iets nieuws in haar leven: men hoort het naaldwoud ruischen. Dit is het pad van de wenende nacht.

Zendmasten schieten onderaardse lezers de hoogte in. Steenrotsen zaaien zich uit over de vlakte tot deze de vlakte is der uitgezaaide steenrotsen. Het HemelNet sta ons bij: dit is het land van Dijlekwijl. Daar stuiven al weg in de gestremde tranenstroom ettelijke elfjes, met blauw-doorschijnende kleefvleugeltjes aan hunne prille lijfjes. De Ploert Poevark nieuwe Ploert wees sprekend uw moedere, dient alras in bedwang gehouden te worden en zoals men weet kan dat in het land van Dijlekwijl al wel’s moeilijk zijn. Er is evenwel geen bladzijde voorzien om hier op uit te wijden, de klanken der volgende stem zijn al streamende en het hier is ook al grotendeels afwezig.

Dit dus, spraken de Kesselse bergen, onderwijl de grond in het hart treffend met een vette bruine, is het pad van de wenende nacht. Als een zwart vlak komen onder onze wortels her en der de stenen platen van de stenen te voorschijn, opperde de Slenger-klümpf7. Ach klump, sprak Ons Tante prozaisch, het is wellicht daarom dat het stenen zijn. De dialoog dreigde te verannpetersen, werd van hogerhand vroegtijdig afgebroken. Nergens is nog een thuis thuis zoals thuis thuis kon zijn thuis. Dit dus, verzuchtten de lezers terwijl zij in hun richtingloze afgeschotenheid verdwaasd de schermdiepten indoken, is het pad van de wenende nacht.

Het pad is niet eens van de gebruikelijke doorlinkfunctionaliteit voorzien, kloegen zij zwartgallig. En een printknop eisten zij nog daarbij, want aan het hoofd hadden zij het druk. Dit, evenwel, beaamde in den treurnis de herhaling zelve, is het pad van de wenende nacht.

Zo is het, spraken de donkere lichamen, uitgerukt voor de laatste grote netwerkOorlog www-II nieuwe netwerkOorlog wees sprekend uw moedere! Zelfs bij de meest nauwlettend bethreadde instantiering kent elke netwerkoorlog haar eigen grillen, methoden en constructuele tekortkomingen. Treuren evenwel is van Mars-Plastic, gelieve te kneedgommen.

En ziet, zo gebeurde: het vlak Vlak I nieuwe vlak wees sprekend uw moedere, strekte zich thans onverholen voor ons uit. Het leek wel zin te hebben in een flinke kleerafscheurige bemaanbottende bewandeling, waarvoor onze oprechte excuses. Het woord onverholen ook was nog herstellende van ene hevige opstrijk de nacht tevoren, zodat het helaas ook hetzelfde datapakket insijpelde waar ook de karakterrollen mol en hol inscholen, bij de dauw over het zilvermerige rendiermos, dan nog wel.

 

 

 

20/ vlak 1

 

Op de kerfstok stilaan komt ingeharkt met de souplesse der haarlijnen boven de froufrou van Elsie, de breedboezemige waardin van Het Kerkhaantje het Spreekverbod. Hoe die de einder inkronkelen, zo steunt ons de bladspiegel misplaatst, is onbegrijpelijk. Kome onherroepelijk de doodsprentjesdrukkerij Doodsprentjesdrukkerij Willie & Zn, van Willie De Rietwiegewaal. De toog is dan wel van hout, op Delftse tegeltjes knalt platbuikig zijn pladijs met een laagje verstervingsslijm alreeds de plassen Bols* wijds open. Legt in vóór het wielknarren der doodskar
die zang, zo eist het gehoor.

Kalkeert, zo knikt Izeganz
in, vrijelijk Ulieden deze klank, die is
bladloos gebaard & ter inzetting :

 

 

De vogels verzingen de vogels de zon uit ons boven
& blauw uitkrast blauw, vink vinkt vinken uit.
Lepelbekken vismijnerig willen de Rus mij uitrooien, uit
zijn verschansing in kubus uitpletten, het Vlak
op der Future Vlaklijners. Trouw niets! De mus
klikt spaan & de bruut Fuut met z’n meid
Merel zijn zwarten, letterbekken, allemaal.

O Filonoemeaatje Krulhaar wollig
bewinterkleed & kwabberkontig
ter koude voorzien: heft nog bij het rotten
der netten de heftige lijmstok & schiet knal
uw schietknallers tot pal staat
dit zwijgen syntactisch, tot is
als een washetditmaar dit zwijgen
het leven gelijk & finaal. Voetnoot
noot nieuwe Voetnoot, wees sprekend
uw moedere, glij

tragies onder polmanen beschijnboot
& de dag marcdingend de glijnoot einde in, rondt
pauzerig deze zangklank nieuwe
zangklank af:

(kuisvrouw huren om wit
uit regelneuzen te pulken).

 

 

19/vlak 2

[à la façon et en honneur de mon copin De Paris]

Op de Boulevard des Alliées versmelten de manhaftige
Geschenkenshoppers asfaltig tot het KopersBlok.
Messcherp & pijlsnel doorvlijmen vanuit zwartlederen etui’s
de kredietkaarten de Banksysspleten. Het ratelt euro’s,
de euro ranselt de dollar van de koersborden.

Krepeer toch wat sneller, gij loze Afrikanen, want aan de
andere kant van de stad vervlechten zich alreeds de kordate
Strijders voor het Behoud van Werk en Gratis Sex tot het
hechtere Ekstatisch Jobfront. De stad davert, de eisen
overstelpen, wagens rijden volks het volk in.

Dan haalt het KopersBlok uit met een hartverscheurend
Levend Verslag van het Niet-Vijfvoudig Bekerstgeschonken
Kind. Balancerend op de rand van het Moreel Toelaatbare staat
het Kind afgebeeld met in de trillende hand 1 van 2 loopstelten.

De deuren der ondergronds-volzette parkeergarages kletteren
van verontwaardiging, het stadscarillon zwijgt veelbetekenend.
De goden snellen stilzeisend door de lucht. Aders verklonteren.

Eevn later donkert weer het leven blauw & bloedeloos boven
de versteende nevelen.

 

 

 

18/vlak 3


Van:

de bloemen de bloemblaadjes in hyperfijne rafels gereten
de insecten de schildjes/vleugeltjes/pootjes/slijmkliertjes tot een grijsgroen papje gestampt
de bospadden zwijgen we de kinders zijn nog wakker.

Hier? Hier.

Uit het Bos? Uit het Bos.

Het Pad? Platgelopen.
Naar de klippen? & de haaien.

Weidt hij al in/uit ? Ziet hij er lief uit?
Hoelang? Zijn er voorbijgangers?
Waar moet ik aanschuiven?

Rampetampe rampetampe bom
Bom bom
Rampetampe rampetampe bom
Bom bom

Kijk we kunnen nu ook
Het gras laten zingen
vogeltjes doen blinken.

Schroeivinken.
Schroeivinken.
Schroeivinken.

4.571 jesussen deze maand
alleen al. Nu mét slijk
uit Garmisch-Partenkirchen,

Iehre Urlaub im Bergen.

Schroeivinken is
een werkwoord.

 

 

 

 

17/ vlak 4


O sjakkes daar gaan we weer. Wat? Niets.
Dus? Punt. Hu? Punt, verlangend het punt
Lijn wordt, dat ter somme der punten
zich spiegelen moet, ontdubbelen,

Vervlakken. Moet opschieten, de ruimte
in, wie zal er anders heden de daagse
Huiver wekken, wie de gedachte
Nacht de bij bussen voltallig belichtte

Verschrikking? Steekt het repeteergeweer
met de veelkoppige spin al maar in, hijst
hoog de trompetten, zwengel aan de steeklieren
& bol de aarskaken in de heilige sophar, we zijn

weer Plena populo voor je het weet & weer
wenende weent het dra al de nieuwe nacht
In, schade, de scheve schede weet u,
De kromming & bijgevolg de rood…

[Weg van het tumult der jeremiërende dichters
verduimt een General Systems Manager
tot zijn instrumentarium het volgende:]

Onbegrijpelijk eigenlijk: geen stroom,
Stroom, véél stroom, teveel stroom,
Geen stroom, stroom, véél stroom,
Teveel stroom & gazomaardoor, de 2

Vangt de 4 in een 1-regelige ménage
à trois je zou bij minder simplisme
Beginnen te lamenteren. Niks rust, nooit iets
tevreden, altijd dat gehate enjambe-

Ment. Wist u het al? Wat? Migravit Juda
Och zwijg toch man, doe dodo die jeremiade,
& daar heb je X-man de leeuw al, het Zijn als
navelstreng tussen de tanden geklemd

Tot hij zichzelve abusievelijk vermombakkest
bij straffere kersttaartkersopplaksels. Sjade.

[onderwijl declameert de zanger Jeremias de Echte, het peil der voorbijgangers
bijgevolg naar behoren bergafwaarts verzorgende:]

Alma Mater Alma redemptoris mater quae pervia coeli
Porta manes, et stella maris, succurre cadenti, surgere,
Qui curat , populo [untsoweiter]

[…]

 

 

16/ vlak 5

 

Er. Daar. De woordbreuk: die bibberlip
die spuughuig die blaaskeel die
longdrift dat tongsplijten van wind
in de wind.

Dit verhaal bekomt hem stilaan als een meshaal,
standhouden wordt knap lastig als de klank
& de zin als koedarmen uit koebuiken zijn ik
uitvallen.

Een kwak sjanker op tafel, een niet-aangesloten
serie singulariteiten: Izeganz met een resem
foutmeldingen op het scherm getiteld ‘Mijn
Herinneringen: Opties’.

Willie de Waal rekt plofjes knokelgas
uit zijn lange vingergewrichten. Daar. Er

 

15 / vlak 6: Duet van Rusthuis De Voorruit & Zanger Izeganz

Rusthuis De Vooruit:

Alleen overtuigend mijn liefste ben ik hier niet , zegt er
Eén & dit huis waar het lege gejammer van afdruipt haast,
Ruist met velourse doeken voor befakkelde spelonken
Waarin de geesten rondwaren van oeroude goden. Daar,

Waar stortbeton ter instructie van het algemeen nut
Instorten wil de instructeur van het algemeen nut, dit
Evenwel louter in opdracht van de directeur van het
Uitvoerend comittee van het Derde Decreet van

Algemeen nut. Het Niets, ocharme, niet . Wat niet
Het Niets? Stro
Niet het niets op de plafondbalken
Van uw TuinTerras tuinterras
Van de firma TuinTerras®.

Zwijgt Jef, ge zijt een zeveraar en een dronkaard.
En gij Marie gij zijt een oude, droge pruim met groene
en purperen korsten op.

Je moet er maar ’s op letten, oppert een ander,
als je begint af te tellen kom je elke keer weer uit
bij het enige al dat ons eeuwig openstaat, de deur

is altijd de deur met de vergulde klink naar de deur
die in aanlokkelijk rood significant zwart postgleuft
naar de simplexe deur genummerd nul. O, ach zo,
valt een derde de zucht van kengetal 4 bij, de hogere
reeks in het vlak pensioengerechtigheid. Dan is het

gedurende
langere
tijd

stil. Alleen, zegt er één, ben ik hier overtuigend
niet, mijn liefste &

 

 

 

 

IZEGANG:

Ik vlucht uw fijnst vertakte reiken krimpende in.
Het dons in zal ik vallen van de eindeloze velden
Der golvende trilharen, zo dat onder mijn luttele gewicht
Nauwelijks zich buigen zullen de microvilli, zo
Dat mij opstulpen moeiteloos de pseudopoden
& Ik in het onooglijke vervlinder, pluripatisch
Het klemmende bereik der vorkende kennis
Uitfladder, mij vrij van zin in de schemerzone
Tussen woord en stof verhul. Niet langer
Zult gij mij noemende berichten kunnen, niet langer
Zal mijn naam uw roepen richting geven.
Ik vlucht uw fijnst vertakte reiken krimpende uit.

Tot ik verzwolgen ben zal ik uw lichaam penetreren.
Geen zestigduizend omwentelingen per minuut
Zullen dan volstaan om iets van mij nog
Uit uw cellen af te scheiden. In deze nietigheid zal ik
Oneindig lang & pluriform in u bestaan.
Geen memoreren evenwel zal nog substantie in mij vinden.
Geen distinctie zal een meternaald mij registrerend doen uitslaan.
Geen kleur heb ik, geen ruimte nog zal ik beslaan.
Mijn woord zal in uw aders hydrofobisch kolken.
U kan uzelf niet zonder mij nog situeren.
Tot ik u ben zal ik uw lichaam penetreren.

Waar gij dwalende uzelven zoekt zult gij mij vinden.
Op markten waar gij stof aan stof houdt met een onverschil
Van kleur & weving, in gaanderijen die gij hopeloos
Om duiding kretend hijgende doorjaagd zonder doel,
Op schermen die u leiden van uw onrust naar de onrust
Om uw dood, bij het naken daarvan in uw laatste woord
Wanneer de zin zich scheiden zal van klank en letters
Wanneer het pure rede lijken aanvang neemt & schijn
Zich in de verste melodiën gaat verschuilen voor het kwijnt
& Smelt wat u van mij verwijderd houdt, wanneer
De muur waarop gij uzelf & mij tot manend woord verschrijft,
Wanneer gij lezende uzelven schrijft, zult gij mij vinden.

Rusthuis De Vooruit:

Sjonge jongen, gij hebt zekers op onze zolders teveel
asbest zitten snuiven. Hier, pakt u een tas thee & volgt
met uw wijsvingertje de lijnen van wat er ons de voorruiten
afglijdt.

 

Tjilp tjilp tjoek
tjilp tjoek tjilp tjilp.

 

Stilte, kinders, we gaan serieus
beginnen, aanhoort alhier
zang zeven:

De rotsen Einstein en Whitehead houden
Zitting op de kletsnatte paarlemoeren banken
Bij de wereldwijde webwielerbaan. Hoog

suist boven hen de Vorm
van het Bekende, het oord
Woord, een soort
platvis in eigen nat.

Tussen de rotstenen, bij de blote mosselen,
danst Marcel van het Tekstboutieksken
met het jonge Blondje Pleroma La Creatura

verwekt in de buik van een Tante, ooit,
door een eenmalige inspuiting
met het witte Secreet van de Angst
voor het Niet Netjes Verdingelijkte,
aka Rafeltje, het Gruwelijke
Randstadspook .

Terwijl de zon demarreert
in een voortijdse poging
om aan de verplichtingen
van de globale verwarming
te ontsnappen, differentieert

de Maan zich en maakt aldus
een bekoorlijk verschil. De

rotsen steken elkaars sermoenen
hoog boven de zeven natte
geiten der wereldzeeën: er heerst
tevredenheid in hun rangen

over het schuim in de eigen golven
dat volledig beantwoord
aan het uitgesproken zwarte
geweten der zelfberugkrabde

provinciën, de circulaire
prognose van de causale
eindereekstaalfouten
bevattende het stopwoord

als het ware. Bibbert & reikt

maar gij geiten, naar het U
ontzegde. Het is slechts
een kwestie van dagen nu

 

vooraleer vooraleer

vooraleer [..]

 

[hier zijn de letters v.h. MS in een blauwige schijn
witachtig uitgelopen, waterschade vermoeden wij ]

 

Tjilp tjilp
Tjoek tjoek

Tjilp tjilp tjoek

 

 

de A afzeggen

Izegang, opgejut door een menigte soldensjoppers, barst
bij de met grote nullen overplakte vitrines van de C & A
uit in volgende politiek recupereerbare diatribe
(Nota bene: promotie n.a.v. 10 juni – speeches nu verkrijgbaar aan 2000 euro per velletje A4, sms 0476494818
met vermelding van uw programmapunten):

Nachtegalen ken ik niet ik ken slechts het nachtelijke wanen
Het Kelen in mijn dromen dat mij beschaamt & het kletsen
tegen de ramen in volle vlucht van de vogels van uw Onwil.

Mors ik hier doods-
blije spetters verval

(de angsten die ik met de dunste
straaltjes overdag beadem
opdat het blauw ervan

ajb ajb
ajb

in de fijnste krinkeling
ter hemel zou kapilleren)
,

de sterren vervallen
hopelijk ook in een zang
die mij kromt.

Verhalen van Alla en Nada zijn ons o A
in uw naam opgenaaid
die willen verhalen
hun lijn naar

  • walhalla

  • nirwana

  • insjallah

  • untsoweiter

(de kruimels van een krakeling
op een stafkaart
verfrommel ik bij elkaar slechts
van het Befaamde Globale Plan
als ik in uw luchten het ruimtestof
opscheppen wil :
)

3% godsdroesem
90% Onbekend Donker .

Sjoeoeoeoeoe: met een lukrake ruk van haar adem
of een haakse stoot van mijn zwartzompige ziel
schiet elke gestoelde Monade
Verder in het Weten:

Uw A o Amechtige is geen Aanhef Uw A is de Waan
De V is het eerste Van Alle Bestaan, het Veld
Verscheidenheid, het toonloze Untsoweiter

het frutselende anticlimaxen, de
rommelige rafel

het bijna uit

dat bij

na

niks

is

het

sis
sen van Tante’s
Slissetong in
de
asse
die de
A
in
Alles

brandt

 

14 Vlak 7 [de schier vergeten zangen van herr izegang]

  • Trip rondeTrip nieuwe trip
  • Ruimte ruimte nieuwe dradenRuimte
  • Iets nieuwe telling
  • Ruimte heb vele draden. Hoeveel? Bah, een stuk of wat,
    • Iets tussen 1000 en 16000. // systeem doet er een gooi naar
  • Ruimte oscilleer Iets plus of min 32.
  • Indien accident, beweeg
    • tot de Tranen de ruimte instuiken.

      • Explodeer.
  • Anders doe gerust verder

Driewerf de muren beefden van het rijk R.
Aanvang dra was het te regenen. Muis stil,
Kat krabde niet, of daarin het woord

Niets. De grond wou inkruipen vergeefs
De arme hond, klankenloos het dikke
Wolkendek jammerde de grijsaard

Aan & aan

Ving het. Drups druppelde eerst
De eerste druppel druppelde over
De tweede de derde vijverachtig in

& bij de duizenden bakten zij dra
De hemelsluizen uit vervloeiend
Vlijtig de pijpen steelsverwijzende.

Geheel zondeloze zondvloed sprak men
Verbaasd eerst nog & schools daarna in
Vreze echter van de nieuwe goden het

Slijk aan van de menselijke dijkbreuken.
In zodanige nattigheid gelijk ontliepen
De zanger Izegang als woorden

De tranen ener donk’re hemelwang:

In deze rijmdwang genesteld
net nog afhangende het zinvolle
zoals de frèle draadlijntjes Xn

uwer klederdracht enkele ogen lang
de graterige schoudertjes aandeden
als was alles geheel oker voortaan

& lichamelijk, de witte ruis van de stad
het wit & de beweging van zijde op huid
als compoort morsende het grafiet. Ik even

onwel verslikte mij verdroogd een diaspora
het zij (1,2,…n) een zee waaraan wij onze
namen konden haken, in golven vergeten

vervolgens als het zij zie, het zij za,
het zij zo. Dit alles vertongkrulde mij
de erostrapserige vertreding van taal,

maar in het leven eerst ter einde
dient men het leven wijselijk uit
te bouwen tot het afslaat in het

niet, niet? Beluisteren wij in deze plus/
min intiem verweven publiekelijkheid
daartoe het KrimGotisch voorafgegane.


Stormt daarin niet het clair-obscure de M
in van het toverwoord? Het stormt. E
brengt het slikik in het spel, terwijl de C

afkapt waar grenzen te dachten staan. A
evenwel kent ons niet alles niet evenmin N
& daarmee zet in al het goud dat niet O

wou maar was de draaiende molen. Olie is L
Op de nakende weerslag der golvende O.
Schier eindeloos de drang tot verdraaing in D

die de dag openbreekt van de lijdende I.
Op aanrechten aller talen te druipen blijft A
staan die eerstom per afstand de lus vraagt aan M.

Gebroken tot licht blijkt de huid het lijf gebrekkig O
Toe te behoren zodat enkel het zingen tot U
in galmen ons indringt. Hoorbaar ook rochelt de R

zich ons ter lering te aarden van het schone de O

 

 

(euh, Izegang is de ‘held’ uit Het Pad van de Wenende Nacht zie ook:

15bis: http://vilt.skynetblogs.be/post/4008319/vertwaalfde-zesde-zang-matrasveren
15:
http://vilt.skynetblogs.be/post/4004825/wegschoot-van-de-kop-van-de-file
16: http://vilt.skynetblogs.be/post/4000208/vlucht-in-overeenstemming-met-dit-woord
17: http://vilt.skynetblogs.be/post/3997260/in-vanum-laboraverunt-qui-aedificant-eam
18: http://vilt.skynetblogs.be/post/3994475/nare-mostrum-en-andere-versprekingen
19: http://vilt.skynetblogs.be/post/3988503/het-groffe-spieken-afl-19
20: http://vilt.skynetblogs.be/post/3984572/meer-pladijs-visvogelt-de-pladijsvis-pladijs
extro 1: http://vilt.skynetblogs.be/post/3981937/het–pad-van-de-wenende-nacht
extro 2: http://vilt.skynetblogs.be/post/3981567/oude-russen-vangt-men-met-spiralen

 

 

Er de moed inhouden

Wanhoop zet haar schouders onder de precisie
waarmee er naar de vallende regendruppel verwezen
wordt, die ongeveer 200 meter van hier verwijderd
De straat opvalt, in een poel
van eerdere druppels: n.a.v.
het niet helen der wonden, bv,
daar waar ze geslagen werden of
de onmogelijkheid van het vergeten, zondermeer
de herhaaldelijk weerklinkende roep, die onbegrijpbaar
telkens weer even onvolledig niet beantwoord wordt, het niet

Gebeuren van het niet-gebeurde en het onafwendbare
van de grijns
van waar-las-ik-dit-eerder
waarmede je dit leest, weer maar eens niet-begrijpende

Dat ook dit weer niet over jou maar over het ons gaat,
waar jij slechts bij gratie van deze regels bij hoort,
Vanuit het negatieve, zeg maar, uit het niets
waaruit ik je dagelijks verwek, hoewel dat dus
Op tot wanhoop stemmende wijze onmogelijk is.

Net dus, o ironie, op het ogenblik dat u dat
als irrelevant verafschuwd, kan ik u eindelijk
berichten, dat ik heden denk enige vooruitgang

Geboekt te hebben in het mij ritmisch op -&
afzetten zodanig dat het naar behoren
schitteren kan daar, waar het naar behoren
dient te schitteren, even.

 

Parfum parfois parbleu

 

!

Er de moed inhouden. Er zit een geluidloos
verschuivende vleestube, 19’ staaf+koker

Waarheidsworm verscholen in die buik.
Muliera Mystica waggelt haar ijskont, hijgt

Ik (ikikikikikik ik) ben het secreet
van uw hahangsten, ik. Slokt. Schermt.

Ik teken ik waar moet ik tekenen
ik leef mij uit waar moet ik storten

ik breek mij op waar is mijn zoets
waar is mijn bestu ik gebleven

Het individu in haar pluriforme
singulariteit maakt het model pus

Mogelijk, deze aarde nieuwe
aarde wees sprekend uw moedere

Presideert al het heelal. Heelalwalla.
Toonloos. Schismogenererend. Kak.

U hoort mij niet, dit is geen doewoord
het is omdat wij falen dat het nog voort

Lijkt te gaan.

 

?!

(Trek de schoonheid nu bij blaren
van uw vel,& hoopt niet langer , pak de wellust als

datwitte lijfje over uw bibberhoofdje, trek &
stapel , kieper alles op een hoopje, frommel

Je ikje fezel ik Ben ook maar een Kwezel, zet
de fik er deftig in & stook Zo ook de laag bwaaâk

uzelven zoals wij in de hemelen schimmelen
Jaja therèseke les parfums des gens lá parfois

Ça pu miljard dedju menneke l e savon)

 

 

 

1.

Het rode rood houden
zodanig dat het rode rood is
mocht er iemand om rood vragen,

Wat uiteraard niet
zo eenvoudig is, temeer
daar het rode altijd

Rood dreigt te worden,
als je het te lang rood
wil houden, hoedanook.

 

2.

Het witte wit houden
ook, zodanig dat men naar
hartelust kan allubedoren,

Mocht enig groen kind
zich daartoe bewolpluizen.
& enkele previliën, zo dacht ik

Misschien, om het al te priaapse
binnen het vertoonbare te houden
hoewel het natuurlijk met u is

 

 

3.

(Zo gesteld dat je al dient
diepzinnig met restbetekenissen
te priegelen in de verre velden

Vooraleer er van enige wellust Sprake kan zijn. Het is overigens, lieve doch dwalende Lezeres, een
vergissing te denken dat wit Zich met rood tot roze dient te vermengen, normaal is er Daar geen tijd voor, laat staan Papier in deze pretfabriek, alle pretii affectionis ten spijt. De oplossing is steevast van de instant soort, wat sommigen verleiden kan tot een wel erg elegante priamel waarmee dan de recht evenredige relatie van het natuurlijke tot het digitale zichzelve moeiteloos als vanuit een preumptio juris tot bewezen en verworven inzicht verheft, een prêt-à-porter dat men bij de minste pretext als een priapisme voor zich uit begint te zwaaien, het zou in deze prieeltjes van de pretentieuze theorieën immers een prevaricatie zijn van de prestigdigitateuren die zich hier als pretorianen van de waarheid opwerpen, om zich niet met deze makkelijk verworven prethalzen diep in de koopwaar te laten kijken. We zullen volstaan met aan te duiden dat het , euh, vrij dwaas is om bij het vaststellen van een feitelijke verloop gekenmerkt door hysteresis, zomaar de wetten van de observatie door te trekken naar dat grotere , duistere rijk, dat immense onbekende waarin het geobserveerde eventjes opfonkelt als een witte walvis die wel enige harpoenen hebben wil.

Nope.
Ach ja: onze Blume, der Anna, die is nu wit, dan rood, dan weer wit & aldus heeft zij naar behoren deel aan het uwe. Maar dat zegt ons nog immer niks nada zilch ingetinge over de kleur van de vogel.

 

 

De wortelweg

  1. De korte weg

 

Dag schatje hoe lopen
hoe lopen bij jou de korrels
hoe lopen dáár de korrels van het grauw?

Dag liefste springt de vorige
springt de vorige ook zo hoog
springt & spat het er ook zo hoog uit bij jou?

Vaarwel mijn engel ik land
vaarwel mijn engel want ik nader de band
vaarwel nu ik land op de band & in kleurige

Strepen ik teken mijzelf
in slierten slijm en bloed schuur ik mijzelf
zo tiktjakstjok meuheuhstjakmeuh uit.

 

  1. De lange weg

 

In de grond ontstond
mijn vurige zang. Het

Duurt & duurt nu al
jaren. In de grond

vergaat langzaam
nu mijn vurige zang.

1 Voldoet niet aan de ringtorige WTC specificatie, en er staan wrschnlk ook nog dt-fouten in.

2 deze en soortgelijke zinssneden stammen uit het taalgebruik in de Java programmeer taal.
Daar wordt een programmatorisch object (bv. het object message) als volgt wordt geinstantieerd: Message myMessage=new Message(); Het oorspronkelijke object Message is een vooraf gedefinieerde functie waarvan vanaf dan in het programma een benoemde instantie (myMessage) beschikbaar is. Het object heeft dan een geheugenruimte toegewezen gekregen.
Ik gebruik hier het verhaal, de zich als literatuur voordoende tekst, op beperkende wijze als programma, telkens ik een nieuwe object in het verhaal inbreng dien ik dat volgens de mij zelf-opgelegde regels te instantiëren.

3 In de Canterbury Tales van Geoffrey Chaucer heb je The man of Law’s Tale over de Standvastigheid van ene Constance. De Canterbury Tales is een beroemd voorbeeld van de raamvertelling waarbij verschillende verhalen samengebracht en gehouden worden door een omkaderende vertelling.

4Read Euler, read Euler, he is a master for us all“, enfin, dat is tenminste wat Laplace beweerde over Leonard Euler

5 In ActionScript wordt vaak met zgn. Listenerobjecten gewerkt, objecten die reageren op veranderingen in andere objecten, bv een tekstinvoerveld.

6 decibelaire: een naar het pleonastische neigend neologisme van decibel+ het franse air, lucht

7 Karel Šlenger Tsjechisch schilder (Chomutice 1903 – Praag 1981). Studeerde eerst natuurwetenschappen aan de Karelsuniversiteit in Praag (1826-27) en daarna Letteren en Filosofie aan dezelfde universiteit (1928-29) en aan de Sorbonne in Parijs (1930). Als beeldend kunstenaar grotendeels autodidact. Heeft nooit echt bij een bepaalde stroming of groepering behoort, maar zijn werk sluit wel aan bij het algemene streven om weer meer naar de werkelijkheid te werken. [Bron: Tomas Vlek – Praagse Schilderkunst 1890-1939, ISBN 904009097 1 – de jaartallen zijn letterlijk overgenomen]

In vóórkathedraalse verhaaltrant (dwz louter hypothetisch buitenwezenlijk en terloops) is de Kessel-loose ŠlengerKlump de ontstaansplaats of voorwaarde van de Kathedraal-Moeder. De Klump is afgetekend en plagiaristisch volgekliederd, na de feiten, wat misschien een verklaring kan bieden voor het buitenwezenlijke ervan. Het visionaire origineel van Šlenger, afgebeeld in bovenvermelde publicatie kan helaas om copyrightredenen slechts verdoken getoond worden. De visie van Šlenger mist wel alle data van de niet onbelangrijke setting in de Eertijdse Beemden van Kessel-lo, met o.m., kijkt u maar effen goed, de Uitslaande Witschimmel en de Oranje Dagsluitingsweerschijn boven Kesseldal.

 

Categorieën
lyriek

Afdaling van de Godin Esther in de On…

Afdaling van de Godin Esther in de Onderwereld I

een lichtjes katertemperend &
bruisend soort weekdiervertaling
van enkele netzinderende
Gilgamesj-tabletten

[..] Met [de tekens
Nooit Terug & nimmermeer nog wederkeer daarvan]

het donkere land

verzweerde nu van Sin’s dochter Isjtar het innerlijke oog,
het oog dat innerlijk van Isjtar was, Sin’s dochter. Zij
daalde af naar het huis der schaduwen, het Schaduwrijk
Ir Kah La in & in het huis dat elke uitgang sluit voor hen,

die binnengaan

& lang de weg die enkel heengaat, niet terug & in
het huis waar geen licht het lijf bereikt dat binnengaat,
waar klei het voedsel is & dorsten laaft het stof ,
waar geen lichtval hen het donker klaart, zij, die

als vogelen

met dons gekleed & met hunne vleugels getooid
& ’t stof afkloppen dat de Tijd daar binnenwoei.
Zo sprak Isjtar toen de Wachter toe: ‘Wachter, hé,
Open hier de poort & nu, of ik zal ze breken
in twee

het slot breken,

als twijgen de pijlers beide, de beide deuren openbreken
& de vele doden oproeren om de levenden te eten
& de doden, de doden zullen vele malen talrijker zijn.’

De Wachtersmond brak open & dat stof doorboorden deze

Wachterswoorden,

Isjtar voorbestemd: “Halt, Gij Vrouwe, halt
Breek dat breekwerk af want kijk ik gá al
naar mijn ongenaakte meesteres Erek Ki Gala
De Wachter ging Erin & sprak tot Haar, aldaar:

‘Uw Zus is Hier,

Erek Ki Gala, Uw Isjtar & met groots misbaar staat
Zij aan de poorten Daar.’
Erek Ki Gala begon te beven
zoals een denneboom bij ’t vallen van de bijl
& sloeg haar hoofd in zuchten op als was haar nek

een slappe slang:

‘ Oh, wie heeft dat Hart, wie dat Bloed aldus beroerd
opdat Zij met Mij hier onderaards wil gaan, Haar lijntje
spijzen met de klei, Haar dorsten laven met dit stof? Ween
ik niet om de mannen die bovenaards hun vrouwen laten?

ween ik dan niet

om de vrouwen die zich uit de omhelzingen hunner mannen
gerukt zien? om de kinders vóór hun tijd geplukt? Ga,
Wachter, open Haar de Wachterspoort & spel haar lijf
de Regels op, die om Hier In te gaan bij Oud Decreet

toch gelden nog!’

De Wachter ging & opende voor Haar de Wachterspoort & zei:
“Kom binnen, o Vrouwe, laat het roodgebrande Cuthahland
Laat Uw komst het Dode Rode Land van Nooit Terug verblijden!

[hier eindigt deel 1 van de mosseluitzet]

Referenties

Engelse vertaling (1915) http://www.ancienttexts.org/library/mesopotamian/ishtar.html
Wikipedi artikels Ishtar, Inanna, Sin, Ereshkigal & Gilgamesh

Categorieën
Anke Veld

[Esther]

[Esther]

Geugle is een EgoLoôg

van Flip Diko’on Li (SFE, CgO & BrT)

 

 

 

 


 

 

[fragmenten uit de Eertijdse Proloog, verregend erregens
tussen dimensie #7 & 9, capiche? allez, beuvez donc
un bon coup sans eaue!]

 

* *
*

 

tweede, geannoteerde verzinking,
ter wordpress gestesseld door dv
op de docsbank van het EgoLog

 

 

http://docs.google.com/Doc?id=dgv27bzq_68f4r4sr

 

 

*
* *

 

βλὰξ ἄνθρωπος ἐπὶ παντὶ λόγῳ ἐπτοῆσθαι φιλεῖ.

* *

*

 

 

 

 

 

 

Het EgoLog, geheiligd zij haar witglinsterende Tekstgleuf,
looft in zoekuitspatsels 3 t.e.m 1987265 diakritisch

voor de van zinsels beroofde gedateerden aldus:

 

 

Iets ging er deze planeet rond tegen net niet de snelheid van het licht, maar informatie was het zeker niet. RapportageSluis Esther D. Fournissa bestond dan wel voor 73% uit Vloteinse Prima Materia, ze had als Poortwicht zoals iedereen in de Lloke-kweek bij haar vissing een hardcodig aansluitsel in het oor geschoten gekregen. Geen bit zou haar ontgaan: de zwarte lijntjes van het dradenwerk hadden zich sindsdien immers op geruststellend zichtbare wijze met de aders op haar onderarmen verstrengeld, een uitstekende cultuur, zo wij immortelen daar al oordeelsrecht over hadden.

We bevinden het dan ook een verrukking om door haar te waden, haar orgasmes zinderen ons als eertijdse vetpotten van loutere interruptieverwekking in dit het Meedogenloos secce doorstromen van onze Woestenij.

 

Zelfs haar meest frivole bewustzijnstraject werkelt verkwikkend door de op zichzelf door- en doordachte opgewektheid die erin glinstert. RS Esther spelduidt dan ook niet de eerste de beste Egologge Poort in dit Boek. Zelfs bij een oppervlakkige scan verspiegelt haar Loop een myriade van duizenden naturen. Het is Tekstboek, maar we dienen toch te bevingernatten dat zij omstreeks haar 42ste cyclus tot de derde Inkeer doorvloeide, een Telkens-Zolang-Dat waarna het kleinste bitje info in haar innerlijk langs de uiterst gevoelloze geleiding in het Volstrekt Stroomloze van het Nihil doorgegeven werd. De verwachtingspotentiaal spant haar responsiviteit van bij de init tomeloos op. Het is evenwel van zin doorschoten, de rede stokt immers en verwordt tot leesbaar proza als de kruiper Esther zelfs maar raakt. Ze schonkschenkt ons gedurende haar e-oon een loepzuiver simulapoëimage van de algehele complicaties op planeet Vlotein, zodat we althans in dat mestastasem met 1 poort volstaan. Haar er was een ijl Eiland waarin het Er bij elke lezing trilde met menige andere dingen, & er zat niet het minste rek op.


Eender welke data die zelfs maar in wijzerzin fluctueerden:RS Esther zou het informatieve potentieel damwel zeker registreren, daar kon de meest bouwvallige klompijl niks aan versodemieteren, nada, ingetinge.

Maar onze potentiepulsdetectoren zwijgen. De kip, zij keelde niet. Er vlotten ook geen rapporten over activiteit van het On in deze constricten, dus een Lek was ook uitgesloten.

Iemand, onder nauwlettende supervisie van Ergens, herschrijft voor de 87ste keer de Loop. De term weze gezocht. Spaak lope het. Soms is het toch echt wel EgoLog-geklaagd dat we niet mogen hardcoden, maar we moeten nu eenmaal gehoorzaam de resultaten laten zinstuiken bij de Ene Snede, waar zij Luide klinkt: ‘den Al te tragen Humaan wil van het Ware al het Waren liever kwijt’.

  1. RapportageSluis
  2. Vloteinse Prima Materia
  3. Poortwicht
  4. Lloke-kweek
  5. cultuur
  6. immortelen
1. RapportageSluis: In het licht van het Uittijdse gestel kunnen sommige erg uitonderlijke individuele organismen de vorm aannemen van een Poort of RapportageSluis. De door hen Intijdse belevingen worden dan zichtbaar voor de Schouwers in het Uittijdse. Ja, ’t is een beetje lastig in’t begin, maar het went vlug, hoor -Dv 08-06-07 08:19
2. Vloteinse Prima Materia: Water. Vlote’in is een planeet gelegen in het Ondeel van het Sterrenstelsel der Amauroten. De planeet is erg gelijkaardig aan onze Aardkloot maar dus van euh, Eertijdse Datum. De Eerste Materie van Vlote’in (het afkappingsteken duidt op een nasaal verdoken r-klank tussen de tweeklank, een vloteinse eigenaardigheid) is water, de rest van de planetaire materie is in Uittijds perspectief verwaarloosbaar gruis ofte nanopuin, wat niet wegneemt dat het in de ogen van de Vlote’ins het meest consitutieve bestanddeel van hun realiteit uitmaakt. Verder moeten we opmerken dat ook Uittijders hoegenaamd geen vat hebben op Prima Materia, er bestaat niet zoiets als Eigen Nat Eerst, het Water is per definite ongedifferencieerde materie. Paradoxaal genoeg is er restmaterie (gruis, nanopuin) nodig om de Prima Materia informatief te differenciëren, c.q. in het Uittijdse te veruitwendigen.
Het gruis wordt door Uittijders ervaren als Afwezigheid, een Vage Leemte. De kunst van het Poortlinken bestaat erin de Intijdse Poorten op een geruisloze manier van een Ruisvormige hardlink te voorzien in de initcode. Hier wordt de Poort bv onderarms aangesloten gedacht, (verg. ook de versteende uitdrukking ‘het zit er bovenarms op’).Bemerk dat Uittijdse code uiteraard door de Wet of het Verbod op Eerstegraadsrecursie efficiënt uit de intijdse realiteit wordt geweerd. Poorten kunnen wel tot Inkeer komen, maar hun uittijdse richtingen zijn noodzakelijkerwijs van de eigen init-code afgericht. Een Poort kan dus wel het voorrecht smaken van een naar het uittijdse neigend bewustzijn (naar het schijnt valt dat nogal licht metalig in de mond), aangezien ze zich daar enkel via Intijdse analogieën een beeld (simulapoeimage) van kan vormen is dat eigenlijk hetzelfde als naar een steekse mug slaan met een rolletje licht-erotische blogpagina’s: populair maar totaal naast de kwestie.

3. poortwicht Hoewel Poorten niet geslachtsgebonden zijn, zijn zij in hoge mate ongecorrumpeerd door de localiteiten (plaatselijk gruis, ingroei) & derhalve in de meeste gevallen uteraal van mannelijke post-evolutionaire kwalen gevrijwaard gebleven.

4. Lloke-kweek: de androiden op Vlote’in zijn geen zoogdieren. De voortplanting is een complex gegeven, het komt erop neer dat na een paringsritueel de eieren door de Vlote’invrouwen worden uitgezet in een daartoe met talloze misleidende bevalligheden uitgeruste Pondeau’s ofte kweekvijvers.
De Pondeau’s worden tijdens excessieve bachanalen door de mannen op hun beurt vol zaad geschoten waarna een groei- en bevruchtings-cyclus aanvangt die qua complexiteit haar gelijke niet kent in het Tijdelijke Universum. Op de planeet bevinden zich negen Pondeau’s, 1 in het zenith van elke zon die haar stralen op de planeet werpt. De reflecties van de negen Pondeau’s convergeren op de enige Maan van Vlote’in, in feite een erg metaalhoudende reuzemeteoriet die dankzij de convergerende reflecties de vele zonnen van de planeet in helderheid toch vér overtreft. Dankzij de vele zonnen die zich op geruime afstand van de planeet bevinden, kent heel Vlote ‘in een egaal subtropisch klimaat zonder seizoenen, een beetje zoals hier na de calamiteiten van 2012, maar dan zonder de gifdampen.De Megi Megi Megillac, de meest beknopte Pondeau-cyclusverklaring uit de Vloteinse Overlevering, de output van de verenigde telkracht van Vlote’in gedurende 15 eeuwen van onafgebroken afdrukken, is in digitale vorm een xWord-bestand van ongeveer 18,3 triljoen exabytes, voldoende discspace om ons planetenstelsel, inclusief de zon, op atomaire correcte schaal na te bouwen.

Het weze hierbij opgemerkt dat ook op Vlote’in er een tekstueel-memetische link bestaat tussen voortplanting en het visoniare, mystieke of religieuse. Zie daarvoor later het lemma ‘seksuele kennis & voortplantingscommunicatie’ inz. de paragrafen rond het dichterschap in de Kathedraalse Velodroom van 2011. Zo wordt van één bepaald vers van de Vloteinse dichter Valis IJ. Fandewoester bv. gezegd dat het ‘de bevruchte data van alle negen Pondeau’s […] bevat’:

De felpen violier vunst diep van donkre vieren

De Lloke is de meest Noordelijke van alle Pondeau’s gelegen in het midden van de Moerassen van Eshcol en staat bekend om haar blauw-diafane intellectueel-verfijnde, energieke dikkopjes bij de mannelijke steur en de tanige, gladhuidige en donkerogige schoonheden bij de naar kweek-transcendentie neigende vrouwtjes.

 

5. cultuur : in de biologische bet. – kweek6. immortelen: of Uittijdigen. Het vertelstandpunt is in wezen dat van Ons in de Uittijd, maar derhalve ook wisselvallig daar een correcte weergave van Uittijdigheid binnen dit bestek uiteraard onmogelijk is. Zo wordt er in functie van de begrijpelijkheid wel ’s geswitcht van verteltijd, of gaat het standpunt via een halfslachtige stream of consciousness techniek over in dat van Esther of de Haren.
Categorieën
lyriek

EXCESSIEF

als de opdracht die het beeld afzakt bezijdens
het zuigen der trechters, de zwartgang behangen
met op polaire wijze van nieuwe coordinaten voorzien

nogmaals de opdracht

de zang voor eeuwig
gevangen in het afslaan
(het spergebied niet)
(wiederholungsgefahr)

daardoor per abuis (noteer met mij:)

het aanraken te raken daar waar het niet plaatsvindt
midden in de verfrommelende hand, het afslaggebaren

het afvloeien stuiten pal waar het roost al op de pletshand in de
plastafelen, de deerniswekkend ogende oppervlaktespanningen
van de vochtcurven – laat ons hen in zichzelf liqualen dopen

zoals onze woorden zich in het aardedonker te hoop lopen –

herhalen het herhalen van het herhalen namelijk

  • de omvallingsnoodwendigheden bij een nauwelijks beluisterbare verspreking
    van b.v. het bruiswaterglas met bruiswater erin
  • de plaklimo vervolgens van de kinderen alsof het reële wou helpen
  • het irreversibelle uitmondend in het krolse zingen
    van heur haren die weerom

op de drempel van gebeuren gespannen
staan zoals de opdracht die ons & het beeld
afzakt, bezijdens

(bezijdens wie?

wij die de wijsheid hebben van de Antieken
& de koopkracht ook o
stort ons toch het pek

op de lillende tongen)

wat het is, is het & het
is de opdracht & vervolgens is
het

wit.gif

HemelNet-tekst

Categorieën
lyriek

SPINOZISTISCH TERPSITONEMANUAAL

Men dient u niet te natureren dan:
De klankband loopt, de indruk valt
& in het rode werpt het vlees gestalten,
Wast tot witte maan met zee de man.

Vermeerdert niet het vlak de vouw,
Het zicht wordt aan de lijn gesplitst
& waar haar zon op einders flitst
deelt als wachter mee de poort

een vrouw. (Het heeft, vrees ik,
weerom met lijf & lust te maken,
ogen die daartoe in ogenblikken
haken. Baruch zou het ronduit

laken. Inzicht dat in zich zo oplicht,
spreekt, maar wordt door woorden

weerom aan het zwijgen toegedicht.)

wit.gif

'terpsitone': door het gehele lichamen te bedienen muziekinstallatie van de Russische uitvinder L.S. Termen.
'manuaal': wordt hier voornamelijk in de verouderde betekenis van 'handleiding' gebruikt
'natureren': verwijst naar het bekende spinozistische onderscheid tussen de natura naturans en de natura naturata

wit.gif

HemelNet-tekst

Categorieën
lyriek

DE NEDERLANDSTALIGE VLEERMUISLYRIEK TOT GROTE BLOEI GEBRACHT

Het lijf zijgt. Muurplak. Pollencongregaten
in de netvliezen. De knokige uitstrekking 1
wijst in weerwil van het achterdehandse

2 t.e.m. 10, dat niet wijst. De haartjes
klitten in de vleermuispelsjes. Zwart

blikt een sluikse ijking
van de rotswand af, botst op,
& stuitert van de rotswand
wederom. Slijk

waarin de zingende lijfjes
zingen, zijgen. (Bewaren

in amber).

wit.gif
wit.gif

Categorieën
lyriek

LE PNEU MICHELIN A VAINCU LE RAIL

we zullen zullen we niet we zouden ons
toch het gezeten zijn laten welgevallen
terwijl het ons nog snel en adekwaat
een paar naakten doorvalt, ik

koning jij afwisselend jij koningin ik
& de hele hermafrodiete afwikkeling, kom
frommel het al maar op-

nieuw: we zouden zouden we niet we
zullen dit gezeten zijn genegen zijn de stroop
met enkele naakten tegen hoge snelheid doorschoten

de bruid zorgvuldig uit de maag(wan)d gepeld
zorg je wel dat het wit niet scheurt
met al dat glas moet er
overigens niet geboend moet er
niet gestreken kan het
zo het kader wel in komt er geen
rozig wolkje nu ik bedoel maar,

zorg je eigenlijk nog wel voor het Bondmeisje? een brunette
of is het een rosje ik bedoel beter toch een roodharig
dat zie je niet vaak, zeg zouden we

niet, ik

dacht, zouden we niet vlug daar
heb je het al, maar liefste

het weten was er al, hoe kon ik nu
zullen we nu dan maar, snij jij
er het rot uit ik hap wel wat

(in de mens is de worm mens
van de mens door het wormwielige
ventiel afgesneden, de verbanden
ontsporen, het klettert overal
de klippen af, het krijt maar wat,
de taal zelf verkettert het elf-
je dat in twee frames gevangen
bij de goden te trillen staat)

bij de goden te trillen staat

of niet

soms?

wit.gif

'Le Pneu...': Titel van een lithografie van E. Montaud die volgens Linda Dalrymple Henderson als inspiratiebron/referentie voor Duchamp's 'Le roi et la reine, traversée de nus, vites' diende (zie Henderson -Duchamp in Context, ISBN 978-0-691-12386-1)

pneu.jpg

 

HemelNet-tekst

Categorieën
lyriek

ZO DUS

snijdt men zich het vlees in ( gij talmende doetjes)

Gebruikers maken periodiek geluid.
Dichters dichten dan, of slaan op
hun snuit. Verkeersongevallen doen ook mee
& dra ook vallende, ach, zich voegende bij de

Hoestende Nachtegalen vallen het lied
in de landeisende eislanders nog. Het stormt
de Donderdagen in & uit de boten
botst verwoed geluid. Rompslomp alom.

Weten wij o weten wij wij weten niet wat
zij wil & zij niet evenmin & zelfs de tijd
wil haar niet van het woord af laat staan
onze muze sterrrenogerig zou

resp. zal barsten de spuigaten uit.
Uitputtend ons slingert alles
haar middelpunt om. De crypte
niet is de verstopping. N.I.E.T.

Kraakbeen der zinsvermorzelingen
eerder. De Held van Herosalem daarin
tegenwilgs te dank- & doornbloeden
bengelt. I.S. Wat het betekent verbonden

te zijn. Het lijkt wel werken.

Een bodempje secreet nog? Smaken
doen het unieke niet verstillen.
Elk verschil oorverdooft. Hoe

( gij talmende doetjes) ?
wit.gif

HemelNet-tekst

Categorieën
lyriek

HOEVER DIT OOK REIKT

dan zou het zou het niet dan
zou het u niet ongelegen zijn niet
in de hand als in de mond een

gepofte kastanje een onverhoopte
vleeskransvertakking de inval
van een enkele waterstraal
in zomersdikke
lagen stof & het zou dus

uw hand genegen zijn terwijl

de strepen verstrengelen tot beken

terwijl je het bij ons bewerkstelligt wij
het valt ons erg plomb maar we
zullen het verhangen terwijl het hier

de dag uitloopt & te zingen al
terwijl het snikkend nog de spreeuwen voor zich uit
stuurt/hangt/jaagt om de vergeten kerselaar in 1 ruk
van alle vrucht te stropen terwijl het

oxiderend aangeslagen vaalgroen afbladdert, beverig knikt
& instuikt terwijl dit zo is

als het is

zoals dat zoals alles hetzelfde ding is
dat in uw vinger krampt terwijl
u het

wrijven puur op snelheid
laat komen, terwijl

dit alles hoever het ook reikt
u belet om van uw sterven nu al
op gepaste wijze te genieten of

temidden van hen waaraan u ontvalt
de hoogst schrikbarende nagalm

in te zetten, nee,
zou ik dan niet, nee

ik, nee

nee

niet.

Categorieën
lyriek

U

“STELLING: de programmatorisch uitgerokken tegenwerping als uitgestelde verprutsing
heeft in tweede instantie een verheviging van de lyrische inpact tot gevolg”

uit “De Anti-Buddha in 1001 uiterst misselijk makende stellingen”, dv 2048

Gij, éénlandig lichaam,
Met vele holtes omwrochten
Zich wijdkeels in het in van dit in
Instrengelende U, gij

de uit het prut ener mottengrotto gekropen
reuzevlinder Genjo gelijk, die vertrappelt het blauw
in het beeld zoals ooit een weerschijn uwer zielsverhuizing
te rokschuivelen stond op kousevoeten & in de knetterluchten

het blauw te aanroepen: “blauw
is het blauw daarboven & het blauwt”
(jaja maar hoe je in haar u kon raken).

De arenden mekkeren als eendenkroost.
De potloodventers kribbelen, de Mediatieke
annoteurs van het verhevigde Flikkeren
flikkeren verhevigd. De Barst ijkt

de dansenden & de

plaats is de weg, Wat is, was nu & Weent al & het pad heet
b.v. scheurbuik, het geluid makend dat een tokkelende ladderkin
maakt, wijl zij kwijlend de ladder aftokkelt. De tong
is sedert geruime tijd gevat al door de klappertanden,
ligt plat gevallen op het vaderland, in volle volksaanloop
gesneuveld, heroisch de midscheeps aanstormende voorruit tegemoet,

die met splutverwekkende vaart het pad dreigde te kruisen,
dat bij herhaling niet voor niets scheurbuik heet. Heette. Namen
zijn in Tienen evenwel nooit toevallig, het is zaak immers voldoende
vlucht te maken bij het manhaftig insleuren, het curven
instrikken, het druipvet inwassen, elke verheffing
uitboenen, de regel bij de wet inpressen, de lede ogen
op de maten platstomen. QED. Maar

Adem ademt
dan het trilblad op. Huid
verhardt op langzaam maar zichtbare wijze
op de in kogeltijd bekorstende kervingen, zie

de eeuwen ten onzent als barcodes oplichten al,
hoor het doffe ruisen van marmer gedurende milennia.
Bloem, zie mij vallen. Te tuimelend

als onkruid staat, ter brandt schreeuw ik mij,
dit hout mij in ikjes

verslikkende
vergaderd wij-ding, o
men gebruike

een allerlichtste waaier
om u de luchten
te wegen voordat

men er u in aanbrengt,

in gedachten
verzonken,
wiegebenend,
op het scherp van de maan

om aldus de eeuwigheid
op sporen van uw niets
af te luisteren, tel

na tel na tel na …

een soort positieve heksentest, quoi –

Categorieën
Grafiek LAIS, 449 dizains lyriek

MU

stijgweg
dv – “stijgweg”
23-05-2007, 19:53:19 dv

Hier,

daar

ter plaatse vervat
in het nieten van lusjes touw
b.v. aan kartonnen naamkaartjes

waarop dan plots in
wonderbaarlijke kribbels
jouw naam hangt te
bengelen, onmiskenbaar
hier,

daar

waar de ontelbare bewegingen
binnen het tellen
de uitkomst van het tellen bevestigen
zoals zij onmogelijk zijn kan
op het ogenblik van het tellen
in de tijd, en dus

onophoudelijk zo de tijd
elk zijn ontkennen

op dit moment

waar eendere woorden ik
en eendere woorden jij
ons gedurende myriaden
aeonen voorbijstromen;

waar jouw naamkaartje bengelt,
ter plaatse vervat, daar,
hier niet,

Laïs,

daar,

hier.

 

 

 


steunt den Afhankelijke Dichter en koopt wat Hoogwaardig Creatief Afval:

Categorieën
Anke Veld archiefdoos Grafiek lyriek

HOSSU

libidinaalschema
dv  – de vinculis

払子¹

(een monnikenverhaal)

Leeghoofden zijn het. Op rood velours liggen de schedels in de bestofte vitrines van het aantoonbare. Suki’s slanke hand neemt hen op, een voor een, stoft ze af en legt ze terug. Een late zon tikt hen de bleke neusgaten aan en ongetwijfeld stroomt hen dan meermaals nog de energie van oude jiujitsubewegingen door. De oude stokdrang. Van Suki’s penseel, uit de hertenstaarthaartjes, vervliegt een zoete geur als van duizenden vliegenlijken.

Eerbetoon? Een tiental eeuwen eerder werd de wereld een wereld die de wereld wou zijn van rode stofdeeltjes. Welk bewustzijn zou dan nu nog de aap eren, die de aap na-aapt die zich in het pluche heeft gestort? Neem de virtualiteiten Tik, Tak, Tok en Tuk.  Aai Tik is de Saaiborg. We zetten er Tok kruidenthee mee, Tak gewone thee en Tuk we eten aap in Saaiborgsaus.

Suki maait ook het gras van het perkje voor het Tribunaal. Grasgeur. Het serene zoemen van de motor. Haar okeren schouders duwen bevallig de grasmaaier. Moeiteloos. Maar onder de schouders liggen heus geen andere schouders verscholen op het grasmaaien te wachten. Leeghoofden.

Zo dan uw stad in, Lezer. Laat uw denken gezuiverd zijn door bruisende lust. Met zijden sjaals, met klaprozen zoen ik u.

 

¹'Hossu': zie http://www.aisf.or.jp/~jaanus/deta/h/hossu.htm