Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #496

496 – de mond is de maat van alle dingen

hexagram 38 –  (kuí) – “Tegenstelling”

invoer

Harusmuze 200meer, meer, meer en straks zijn er geen monden meer

commentaar

geef hieronder uw eigen commentaar op deze uitspraak van de Harusmuze.
die wordt dan opgenomen in de volgende Omwenteling
vermeld uw mailadres als u persoonlijk antwoord wil krijgen (uw mailadres wordt niet publiek gemaakt)
vermeld uw website als u een link daarnaar bij uw commentaar wenst

Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #452

22B14b

452 – teveel is temporeel, tekort is locaal

hexagram 38 –  (kuí) – “Tegenstelling”

commentaar

  • de tijd dringt, de ruimte vernauwt.
  • dit is de dynamiek eigen aan de GeldRuimte, vraag en aanbod is een interdimensionele dynamiek: het Kapitaal is de natuurkracht die streeft naar egalisatie, de uitvlakking van de entropie, het Rot: het wil het tijdelijke teveel verplaatsen naar elders, vooruit, naar het lokale tekort om zo het eigen teveel nog op te drijven: handel drijven is de ruimte exploiteren om de plaats geen tijd te geven om leefruimte te worden. Kapitaal kwantificeert het tekort aan plaats en het teveel aan tijd om in een vernietigende gelijkschakeling de kwaliteiten van die dimensies samen te vouwen tot een fictieve Waarde die altijd fictief, altijd schuld en belofte blijft: de Waarde van het Kapitaal is de Werkelijkheid van de GeldRuimte, het programma van het Rot bovenop het Echte
  • het leven, als zoekend (intelligent) handelend rot (in dienst van de waarheid=negatie van de negatie van de dood, het Zijn) heeft het exces van de tijd nodig op de haar toegemeten, de beperkte ruimte: dat is biokapitaal, het leefgeld in de a-lineaire Geldruimte. het biokapitaal motiveert, het geeft de zin van het leven, de goesting. het teveel van het nu, de energie, wil expansie, zoekt het tekort op, exploiteert zo de ruimte. leven is altijd transgressie, expansie, usurpatie een uitdeinen van het teveel
  • afgeleide waarnemingen
    • als we het leven willen synthetiseren zal het ons evenveel aan kapitaal kosten om het ‘natuurlijke’ gebrek aan het teveel van de tijd te compenseren (wet van het behoud van energie): de miljarden aan onderzoek worden niet besteed aan het in stand houden van natuurlijk leven (‘life is cheap’)
    • andere dimensies kunnen andere, voor ons niet waarneembare vormen van non-leven herbergen
    • als we het teveel van de tijd zien, zien we het tekort van de ruimte niet, en omgekeerd.

geef hieronder uw eigen commentaar op deze uitspraak van de Harusmuze.
die wordt dan opgenomen in de volgende Omwenteling 1alle teksten van de NKdeE worden in lussen van herschrijfprogramma’s opgenomen. zo’n revisie/herschrijving noemen we in de Gignomenologie een Omwenteling
vermeld uw mailadres als u persoonlijk antwoord wil krijgen (uw mailadres wordt niet publiek gemaakt)
vermeld uw website als u een link daarnaar bij uw commentaar wenst

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/11/20/harusmuze-155/

Noten   [ + ]

1. alle teksten van de NKdeE worden in lussen van herschrijfprogramma’s opgenomen. zo’n revisie/herschrijving noemen we in de Gignomenologie een Omwenteling
Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #446

22B25

446 – de dood heeft geen substantie, geen omvang

hexagram 38 –  (kuí) – “Tegenstelling”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/06/17/harusmuze-2/

commentaar

denken over de dood is, in klassiek-ontologische taal, denken over het object van de angst: elke vorm van angst lijkt ‘in wezen’ terug te voeren tot een angst van het verliezen van ‘alles’, van de ‘wereld’, het ‘leven’.

maar de wereld is geen woord of een eigendom. de wereld ‘is’ niet, de wereld gebeurt. de wereld is de wereld is de wereld niet. het gebeuren duurt voor jou net zolang je tellen kan, zolang je zelf telt. en die ‘duur’ zelf is ook een tellen, een kwantificatie van een ‘beleving’.

bij de dood houdt de beleving op, het tellen stopt.

maar waar is de dood? waar is dat object achter al onze objecten van angst? of is er nog iets angstaanjagend onbekends, een ‘het onbekende’ dat verschilt van ‘de dood’? maar waar is dat onbekende dan?

nergens. noch de dood noch het onbekende, het Buiten, hebben een omvang. buiten de dood van de taal wordt er enkel gestorven. maar is ‘sterven’ niet hetzelfde als ‘leven’ zonder het object van de dood? het sterven hier is andersom misschien geboorte?

onze angst is omvangrijk. die neemt af en neemt toe. het lijkt wel dat onze angst de dood zoekt, haar object wil vatten, net zoals de liefde haar object wil vatten en het schoonheid noemt, of waarheid, wijsheid of lust.

de dood heeft geen omvang: het is een naam voor het niets-van-dit-alles

ja, misschien ‘maakt’ de angst de dood wel, net zoals de liefde in de filosofie de waarheid maakt, produceert. ook daar geldt immers: waar is de waarheid? waar is de schoonheid? god? niets daarvan heeft omvang.

zijn god en de dood samen gestorven?

scève

Rien, ou bien peu, faudroit pour me dissoudre
D’avec son vif ce caducque mortel:
A quoy l’Esprit se veult tresbien resouldre,
Jà prevoyant son corps par la Mort tel,
Qu’avecques luy se fera immortel.
Et qu’il ne peult que pour un temps perir.
Doncques, pour paix a ma guerre acquerir,
Craindray renaistre a vie plus commode?
Quand sur la nuict le jour vient a mourir,
Le soir d’icy est Aulbe a l’Antipode.

Categorieën
Grafiek Harusmuze lyriek

Harusmuze #385

22B94

385 – de angst voor het vreemde verbergt het geheim van de leegte

hexagram 38 –  (kuí) – “Tegenstelling”

input

https://dirkvekemans.com/2018/08/19/harusmuze-63-2/

commentaar

als men, bijvoorbeeld in de strijd tegen het racisme, de angst voor het vreemde aanhaalt als oorzaak of causaal element in de verklaring van een fenomeen, is het wellicht raadzaam om die angst zelf nauwlettend te proberen duiden. anders ruilt men de ene lege doos in voor de andere, waarin dan de welig tierende opinies op de sociale media weer hun aandachtskronkelingen kunnen gaan maken.

een echte duiding van een emotioneel gebeuren is uiteraard zeer moeilijk omdat je in het bestuderen van de emotionaliteit onmiddellijk geconfronteerd wordt met de fictie van het essentialisme: dé angst bestaat immers niet, de angst is een spectrum, zegt men dan, van emoties.

maar ook dat is weer afschuifwerk, want meestal begint men dan alsnog aan een zeer reducerende categorisatie, en wel op basis van het ‘object’ van de emotie, en daarmee reduceeert men dan stilzwijgend de emotie zelf, het gebeuren, tot een statisch gedacht subject, tot een agens dat zichzelf naar iets toewerkt. een misplaatste reïficatie van iets dat geen ding is, maar een gebeuren.

een emotie is geen subject, dat is zij enkel in de externe beschouwing, een schema gegenereerd door de waarnemende abstractie en het object van de emotie is evenmin een eenduidige stabiliteit, een ‘ding’: elk gedacht ‘object’ van elke emotie spat ogenblikkelijk uiteen en maakt diffuse bewegingen, ‘besmet’ de omgeving.

zo maakt het geluk elke plaats tot een geluksplaats, zo bekleedt de liefde vrijgevig het meest banale contingente object met de liefde voor het naburige, zo slaat de woede over van de woede omtrent 1 daad van 1 agent tot woede over het gedrag van de onderdrukkers en zo ook zorgt de angst voor één specifiek object voor een uitdeinende ‘klimaat’ van de angst omdat het onderhuidse angsten die nog niet de kritische grens van de expressie hadden bereikt, meesleurt in een kanaal van de angst…

de oorzaak hiervan zoekt de NKdeE met haar Bewegingsleer in het recursieve verloop van elk emotioneel gebeuren: elke emotie gebeurt als een productie van die emotie vermeerderd met de perceptie ervan, een uitslaande brand…

in de Bewegingsleer of Gignomenologie van de NKdeE proberen we immers de beweging zelf te duiden en niet de markante punten waardoor de beweging passeert, dat zijn slechts hulpmiddelen voor de kwalificatie ervan.
uiteraard maken we ons daardoor ook schuldig aan een essentialisme omdat we de beweging dan tot stabiel object reduceren, maar we doen dat bewust en de impact van de reductie is minimaal in vergelijking met het streven naar uitspraken als ‘racisme komt voort uit angst voor het vreemde’ met ‘oplossingen’ of mediëring van die diagnose door ‘maak het vreemde vertrouwd en vermijd zo racisme’.

het is niet voor niets dat men steevast terugkomt van dat soort ‘oplossingen’ met een mededeling dan in de trant van ‘ach, het is complexer dan dat’.

uiteraard is het steevast complexer dan dat omdat wat er ‘is’ louter de expressie is van het gebeuren zoals wij die ‘lezen’, en elke expressie is altijd singulier en eindeloos complex. in feite is er niets dat complex is, maar vloeit de complexiteit voort uit de reducerende impuls van de ontologie die alles een bestaan als ding wil toekennen om het ‘vatbaar’ te maken.

het is daarom, omwille van de eindeloze complexiteit van het singuliere gebeuren, dat ook de wetenschap steevast een Vaihingeriaans ‘as if’ hanteert als het haar studieobjecten benadert: men doet aannames waarvan men weet dat ze niet kloppen, dat ze te grof zijn, en op termijn nefast zelfs, maar men doet het toch omdat het nou eenmaal wérkt.

op een soortgelijke wijze, met dezelfde terughoudendheid benadert de Gignomenologie de bewegingen die het onderscheidt in het Gebeuren. maar we doen dat bewust, als techniek en daardoor ontdekken we vaak dat het niet complexer is ‘dan dat’ meer juist eenvoudiger. het is een shortcut in het binnen van de spiraal van de kennis.

aldus proberen we dan een abstractie te maken van het traject van een beweging. een traject is noch object, noch subject, noch Whitehead’s ‘superjet’. het traject is een analogie in het Deiktisch Oponthoud van het gebeuren.

we dienen het woord ‘analogie’ hier te hergronden als een gelijkaardige beweging doorheen woorden of semantische velden. in de orakelspreuk ‘de angst voor het vreemde verbergt het geheim van de leegte’ voert de Harusmuze een analoge beweging door de semantische velden ‘angst’, ‘vreemde’, ‘verbergen’, ‘geheim’ en ‘leegte’ die in het Deiktische Oponthoud (D.O.: de ruimte van het talige denken, ons theorie-laboratorium waar zich ook de zandbak van de mathesis bevindt) gelijkaardig is aan wat er in het ‘echte’ gebeuren plaats lijkt te vinden.

aan de hand van de geabstraheerde beweging in het D.O. kunnen we de beweging in het echt waarnemen, een beetje zoals je als kind pas cirkels leert zien van het moment dat iemand je uitlegt wat een cirkel is, daarvoor ‘bestonden’ die immers niet.

om de spreuk van de Harusmuze te ‘begrijpen’ moeten we ze niet ‘doorgronden’ of ‘expliceren’ maar we moeten de beweging gewoon mee MAKEN in onze hoofden, in onze eigen gedachten.

de orakelspreuk is letterlijk bewegingscode voor de gedachte, een soort BVH-bestand voor het denken. je zou op basis van de spreuk een ‘geste‘ kunnen maken, wat we ook gaan proberen in het journal intime programma, later (zie kader hieronder).

de vijf-fazige spiraal doorheen het kwadrant van de angst


de basisstructuur van de corridor van deze spreuk is, zoals hierboven afgebeeld, de vijf-fazige spiraal doorheen het kwadrant waarbij de laatste faze op dezelfde ‘locus’ in het kwadrant is beland maar dan een omwenteling later: de ‘leegte’ is en is niet de ‘angst’.

je kan zo de denkbeweging reconstrueren waarbij de reconstructie geen herhaling is maar een terugvallen op de ‘aard’ van de beweging zelf, haar kwaliteit, haar ritme (cfr. het ritournelle-concept in ‘Milles Plateaux’ van D&G): denk heel geconcentreerd en met voldoende pauze om ‘rond te lopen’ in elk semantisch veld, de gedachte ” de angst voor het vreemde verbergt het geheim van de leegte” en versnel langzaam die cyclus tot ze één vloeiende beweging wordt.

wanneer je dat cyclische denken op het juiste tempo doet, ga je zeggen: “aja, natuurlijk, zo is dat, dat weet toch iedereen “

inderdaad. en iedereen vergeet ook weer ogenblikkelijk alles als het hen goed uitkomt. want racisme is misbruikte angst, een vorm van nijd, een bewuste gedragskeuze in stand gehouden in functie van het eigenbelang.

scève

Dessus ce Mont, qui la Gaule descouvre,
Ou l’on entent les deux Soeurs resonner,
Lors que la nuict a l’esprit sa guerre ouvre,
Je luy voulois paix, & repos donner,
Avec le lict cuydant abandonner
Mes tristes pleurs, mes confuses complainctes.
Quand le Soleil dessus ses roues painctes
Celle a mes yeulx soubdain representa,
Qui par douleurs, ny par cruaultez maintes
De ce coeur sien oncques ne s’absenta.

BRONCODE van het journal intime -programma

This image has an empty alt attribute; its file name is ietsanders.jpg

gegeven:

geste: het pad van de primaire, spontane beweging
schrijfleeslus: herhaling van de geste die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de geste
corridor: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlak
jij, je: een participant aan het journal intime programma

het journal intime is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie);

  • je wordt wakker en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
  • je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
  • je vocaliseert daarbij het woord of de frase
  • als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
    • neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
    • teken je de geste
  • je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus

uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen

journal intime is een gratis NKdeE-programma

Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #338

// een lijn verdeelt het niets

338 – een bal op een traject is op elk moment van het traject evenzeer bal als traject

hexagram 38 –   kuí – “Tegenstelling”

input

https://dirkvekemans.com/2018/10/05/harusmuze-110/

commentaar

in sommige commentaren ook begrepen als: “de wilde tijger wil als een storm bedwongen worden en de diepe dalen golven mee”

scève

Affection en un si hault desir
Poulsa le Coeur, qu’il y attira l’Ame
Toute credule, & d’un noveau plaisir
(Combien que vain) si doulcement l’enflamme,
Que toute ardente en si confuse flamme,
Moins si congnois, quand plus de douleur sent.
Que songe cheoir en un peril recent,
Pene, & tressue encores qu’il s’esveille:
Parquoy je souffre & present & absent,
Comme enchanté d’amoureuse merveille.

r.6: si congnois : staat er zo in beide edities maar de meeste tekstbezorgers willen dit gecorrigeerd zien tot een der opties se cognois(t) of s’y cognoist
het zou ook gewoon kunnen betekenen, zoals het r staat dan ‘dat terwijl ik minder weet (hoe minder ik weet), terwijl [het hart] meer pijn voelt’: het weglaten van de pv gebeurt wel meer in de gelatiniseerde écriture van Scève
men dient er mss rekening mee te houden dat dit dizain een antwoord kan zijn op Epigram XI van Pernette met dezelfde weglating van de pv in de pointe:

Comme le corps ne permect point de veoir,
A son esprit, ny sçavoir sa puissance :
Ainsi l’erreur, qui tant me faict avoir
Devant les yeulx le bandeau d’ignorance,
Ne m’à permis d’avoir la congnoissance
De celuy là, que pour pres le chercher
Les Dieux avoient voulu le m’approcher :
Mais si hault bien ne m’àsceu apparoistre.
Parquoy a droict l’on me peult reprocher,
Que plus l’ay veu, & moins l’ay sceu congnoistre.

Saulnier zegt hiervan dat het waarschijnlijk van latere datum is: “L’ Elegie V, Confort, peut dater de la derniere periode de la vie de Pernette, entre le moment of elle quitta Sceve et sa maladie. De meme pour l’épigramme XI, ou Pernette se reproche de n’avoir pas su “connaitre” son ami tant qu’elle l’avait aupres d’elle. ”
Verdun L. Saulnier, ÉTUDE SUR PERNETTE DU GUILLET ET SES RYMES: AVEC DES DOCUMENTS INÉDITS , Bibliothèque d’Humanisme et Renaissance, T. 4 (1944), p. 19

Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #210

w

210 – wetten willen van de vrije wil niets weten

hexagram 38 –  (kuí) – “Tegenstelling”

input:


// who is what and what is where

Rodin + Héraclite

commentaar

het vrijheidsbegrip van de NKdeE Bewegingsleer berust op de bevrijding, de verlossende beweging weg van het ego, de oplossing van het persoonlijke en het menselijk-beperkte in de wereldziel.

het concept ‘vrije wil’ lijkt dan ook een samengestelde vector te zijn van de nood aan bevrijding en het verzet van de cognitieve betrachting, ook in haar uiterst nijdige vormen en is als dusdanig niet erg bruikbaar want nodeloos complex. elke notie van ‘vrije wil’ duidt een volslagen onvrije toestand aan waarbij het ego geheel is overgeleverd aan de impulsen van de nijd in hun diverse gradaties van rationalisering. die rationalisering is uiteraard ingegeven door het feit dat er tussen droom en daad niet alleen praktische bezwaren maar vooral ook wetten bestaan die de ander tegen de ongebreidelde uitoefening van jouw ‘vrije wil’ dienen te beschermen.

wanneer deze wetten naar behoren zijn opgesteld zullen zij niet responsief blijken voor uw nijdige rationalisaties: wetten willen van de vrije wil niets weten.

In plaats van zichzelf te bevrijden komt men dus door het nastreven van de ‘vrije wil’ uit bij een dubbele onvrijheid: de onvrijheid aan de eigen humane beperking en die aan de nu eenmaal noodzakelijke samenlevingswetten.

als men daarentegen de wil kan heroriënteren naar de betrachting van de persoonlijke bevrijding en het schenken van impulsen tot zelfbevrijding aan de ander, kan men zich een radicaal anders concept van ‘vrije wil’ indenken, een wil tot bevrijding eerder dan een ongemoeid gelaten rondslingeren van de ‘vrije’ wil.

wellicht is het dan beter te spreken van een ‘vrijheidswil’.

daarbij dient opgemerkt dat deze heroriëntatie totaal wat anders is dan een rationalistische verknechting van de wil zoals we die kennen uit de religieuze ascese. op dergelijke wijze kan men, zo zegt de Harusmuze, enkel een uiterst steriele verlichting of verlossing bereiken die louter berust op negatie van het reële.

ware verlossing berust op de volledige transformatie van het bedrukkende tot expressie: de zucht van verlichting.

uiteraard is elke vorm van heroriëntatie van de energetische stromen van de wil aan verandering onderhevig. de goede richting is slechts een goede richting tot ze genomen wordt.

Categorieën
Grafiek Harusmuze lyriek

Harusmuze #107

107

107 – zo de pen krast, zo kraakt de hemel:  het schrift jaagt de stem voor zich uit zoals de donder de bliksem

hexagram 38 睽 – kuí – ‘tegenstellingen’

scève

Fortune forte a mes voeutz tant contraire
Oste moy tost du mylieu des Humains.
Je ne te puis a mes faveurs attraire:
Car ta Dame à ma roue entre ses mains.
Et toy, Amour, qui en as tué maintz:
Elle à mon arc pour nuire, & secourir.
Au moins toy, Mort, vien acoup me ferir:
Tu es sans Coeur, je n’ay puissance aulcune.
Donc (que crains tu?) Dame, fais me mourir,
Et tu vaincras, Amour, Mort, & Fortune.