Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #495

22B113 – (Conche reading – Rodin D1926)

495 – als l de liefde is, zeg l en zwijg

hexagram 58  (duì) – “Openheid”

invoer

Harusmuze #199 – elke letter leest haar leegte op de spiegel van het zwijgen

commentaar

geef hieronder uw eigen commentaar op deze uitspraak van de Harusmuze.
die wordt dan opgenomen in de volgende Omwenteling
vermeld uw mailadres als u persoonlijk antwoord wil krijgen (uw mailadres wordt niet publiek gemaakt)
vermeld uw website als u een link daarnaar bij uw commentaar wenst

Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #471

22B8

471 – al vrijende bevrijden wij de ziel

hexagram 58  (duì) – “Openheid”

invoer

Harusmuze #174 – wij beminnen één en dezelfde in velen

commentaar

nergens komt onze verkramptheid in het Zijn, de Dingen en onze nijdige verknochtheid aan het illusoire ‘ik’ zo pijnlijk en schaamtevol bloot te liggen als in onze houding inzake onze seksualiteit. vooral mannen, nog steeds, helaas, maar ook, en evenzeer helaas, steeds meer vrouwen excelleren in het onder mekaar reduceren van onze belangrijkste biologische en spirituele taak als levend wezen, onze voortplanting, en alles wat daarmee verband houdt of geheel los van het biologische als verrijkende ervaring kan worden genoten, tot een ‘prestatie’ van het ik, terwijl zowel het louter sensuele intermenselijke contact, het lijfelijk genieten van elkaar, de tedere intimiteit, als het gehele, hopelijk veelgangige, menu van de copulatie met haar veelsoortige bereidingswijzen, al die pluriforme activiteiten net gekenmerkt zijn door een gedeeltelijk of algeheel verlies van de verstikkende gevangenis van het ego.

onze seksualiteit bevrijdt ons in de sensuele verslingering van het ego met alle grotshit en thuisscenario’s en trauma’s en relatiekweddels en familiedrama’s en politiek en wat-al-niet…

wanneer de mens niet meer strelen kan zonder te willen bezitten, wanneer de hand enkel kan nemen nog, en niet zichzelf aan de ander aanbieden als een kwetsbare bloem, is de mens overgeleverd aan de ergste destructieve nijd die groeit als zwarte netten van tumoren in zijn innerlijke krochten waar ’t gebrek aan liefde nijpt en aan de wildgroei van grauwe wratten op de honger van zijn huid.

onze lichamen, vooral in wijze, onderlinge aanwending in een sfeer van intiem vertrouwen, maar ook in de meest brute solitaire betrachting, vormen de perfecte medicatie voor de waanzin van het Zijn en werken ideaal als tegengif voor de stugge psychose van het ik.

men doet er goed aan, zegt de Harusmuze, om de bevrijdende streling bij zichzelf en de ander te oefenen zodat men de beweging kan overbrengen in het geheel van de lichamelijke en spirituele expressie, van in het meest subtiele gebaar tot in het meest brute talige denken, om zodoende een soort van universele sensualiteit te cultiveren, wèg van de nijdige trekken van het bezit, een liefkozing van het al, een overgave aan de universualiteit van de wereldziel.

geef hieronder uw eigen commentaar op deze uitspraak van de Harusmuze.
die wordt dan opgenomen in de volgende Omwenteling 1alle teksten van de NKdeE worden in lussen van herschrijfprogramma’s opgenomen. zo’n revisie/herschrijving noemen we in de Gignomenologie een Omwenteling
vermeld uw mailadres als u persoonlijk antwoord wil krijgen (uw mailadres wordt niet publiek gemaakt)
vermeld uw website als u een link daarnaar bij uw commentaar wenst

Noten   [ + ]

1. alle teksten van de NKdeE worden in lussen van herschrijfprogramma’s opgenomen. zo’n revisie/herschrijving noemen we in de Gignomenologie een Omwenteling
Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #418

418- het oneindige is het exces van de matiging

hexagram 58  (duì) – “Openheid”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/07/17/harusmuze-30-reconstructie/

commentaar

ernstige twijfels moet je toch hebben bij de authenticiteit van fragment 43 toegeschreven aan Herakleitos, waarin beweerd wordt dat de hybris (overmoed, ongeremde impulsiviteit) meer bestreden moet worden dan een brand.
of toch weer niet?

H. is de filosoof die vuur en tweestrijd, oorlog als het eerste beginsel bespeurt in de natuur. de lijn die wij dan doortrekken van wat we gemakshalve maar de Herakleitos-traditie in de filosofie zullen noemen (er zijn er wel meerdere die zo’n traditie ontwaren, een tegenstroom binnen/tegen de academische filosofie die dan meer naar het Platoonse ideaal zou neigen of naar de rigide analyse) naar het exces-denken van Bataille en ons eigen Rot-concept ligt voor de hand: Bergson, Whitehead, Deleuze en Derrida vinden ergens op of naast die lijn wel hun plaatsje, naast menig ander auteur, zodat het al verdacht gezellig wordt, dat onderonsje.
maar wat te denken dan van deze echt klein-griekse uitspraak? je kan niet veel meer kleinburgerlijk worden in het spuien van ‘wijsheden’ in de Klassiek Griekse context dan dit, het bedwingen van de hybris was al een even grote platitude daar en toen als de ‘rustige vastheid’ of de ‘gulden middenweg’ of ander tjevendenken nu. alleen een Duistere Duitser kan zulks nog zonder ironie in de mond nemen…

ach, misschien was het wel in een vlaag van sarcasme dat hij zich dat heeft laten ontvallen. of als verzuchting bij het aanschouwen van de consequenties van zijn inzichten, die de mens nu eenmaal opzadelen met de onmogelijke taak om zich tegen het Rot te verweren terwijl hijzelf waarschijnlijk het ergste rot op aarde is?

we zullen het nooit zeker weten, en dat is op zich al een troostende gedachte, want als je alles aan banden legt en herleiden wil tot de menselijke maat, creëer je een soort oneindige lus van het teveel dat er is, het leven dat dient bestreden te worden omdat het niet tot het gekende en het zekere wil behoren, en dat soort omslaande brand van de humane megalomanie willen we echt niet meer meemaken, dat is het soort hybris dat zich wil bestendigen in een duizendjarig rijk.

tenzij het weer bezig is? wat moeten we dan doen? kunnen we iets doen? wie is dat, ‘wij’? bestaan ‘wij’ wel? wat is dat, ‘bestaan’?

scève

Soubz le carré d’un noir tailloir couvrant
Son Chapiteau par les mains de Nature,
Et non de l’art grossierement ouvrant,
Parfaicte fut si haulte Architecture,
Ou entaillant toute lineature,
Y fueilla d’or a corroyes Heliques.
Avec doulx traictz vivement Angeliques,
Plombez sur Base assise, & bien suyvie
Dessus son Plinte a creux, & rondz obliques
Pour l’eriger Colomne de ma vie.

Categorieën
Grafiek Harusmuze lyriek

Harusmuze #69

harusmuze069

69 – “ja, een schoon plan! gedurfd maar doordacht!”

hexagram 58 – 兌 (duì) – ‘openheid’

scève

Pictura of Scève, Maurice: Délie (1544): APRES LONG TRAVAIL UNE FIN.
Embleem VIII: ‘La Femme qui desuuyde’ – Motto: “Apres long travail une fin”

Par le penser, qui forme les raisons,
Comme la langue a la voix les motz dicte:
J’ay consommé maintes belles saisons
En ceste vie heureusement maudicte.
Pour recouvrer celle a moy interdicte
Par ce Tyrant, qui fait sa residence
Là, ou ne peult ne sens, ne providence,
Tant est par tout cauteleusement fin.
Ce neantmoins, maulgré la repentence,
J’espere, apres long travail, une fin.

Tyrant: de man van Delie, die daarmee een traditionele rol opneemt
cauteleusement: ‘kunstig’ la repentence: van Délie

Categorieën
Grafiek Harusmuze lyriek

Harusmuze #57

harusmuze057

57 – het kleinste licht wordt warme gloed in ’t volle duister

hexagram 58 –    (duì) – ‘Openheid’

scève

Comme celluy, qui jouant a la Mousche,
Estend la main, apres le coup receu,
Je cours a moy, quand mon erreur me touche,
Me congnoissant par moymesmes deceu.
Car lors que j’ay clerement apperceu,
Que de ma foy plainement elle abuse,
Ceste me soit, dy je, derniere excuse:
Plus je ne veulx d’elle aulcun bien chercher.
L’ay je juré: soubdain je m’en accuse,
Et, maulgré moy, il me fault chevecher.

jouant a la Mousche: een vorm van tikkertje spelen waar de anderen de vlieg van zich af moeten zien te ontwijken want als de (blinde?) vlieg u raakt zijt gij het