Categorieën
LAIS LAÏS 0 lyriek

LAIS CCCXI-CCCXVI

CCCXI

het zwart is het roet. dat waait doorheen het rijk,
dat maakt enge spinsels en demonen,
bitsig bijtende wriemels in het slijk.
in uitgerotte holtes komt het wonen
het maakt er met zijn lied de lieve zonen
en de dochters dwaas, geil en horendol.
schril, vals en krijsende tokkelt het hol
tot er een doet alsof dansen nog kon.
‘t lijf zonder ziel houdt het dansen niet vol.
het likt ’s en ‘t laait weer op tot waar ‘t begon.

CCCXII

maar de pijn in de borst, de kou daar waar
het eerst was, wie gaat het daarvan bevrijden?
het ziet de dingen te helder, te klaar
gebeuren. zwart is het waar zij rijden.
af zijn de prints, de previews van lijden.
“het is geen ding waarvoor u teder beeft,
en waarheid is het niet waarnaar u leeft.
het is dure angst die u doet rillen
en zo er iemand om geweten geeft,
is het besef met builen en gillen”.

CCCXIII

maar de pijn in de borst, de kou van git
waar vuur was, wie gaat het daarvan bevrijden?
het is dat het niet anders kan dan dit,
zich in eigen woord van ‘t gelid bevrijden.
enkel zo geeft het troost voor het lijden.
wat het ook vat, het vergaat in het vuur
en zelf voelt het niets van enige duur.
geve dat ‘t in het vage blijven kon,
zwarte  sintel in een zwart eeuwig uur.
geve dat het zich daar vergeten kon.

CCCXIV

“temper de geest matig de rede zwijg
als het pijn doet en laat het gevoel van
het vlees de val van het mes leiden. hijg
zo niet van lust en spijt bij de boel van
je eigen failliet. je snapt er niets van.
‘t is wat het is, dat heb jij zo gemaakt,
je hebt voor dat zijn je leven verhaakt
tot het lijf kleed werd, de gedachten pop,
strengen verwrongen haast die je maakt,
want niet het haken maar de wol is op.”

CCCXV

als een krabbel loopt het door de straten
in een stad waar niemand het echt kent.
zij weten niet dat het het zijn kon laten
(spijt beleeft het intens, maar ook dat went)
en ‘t zich helaas van hen had afgewend.
ja, ze kunnen het maar beter mijden
want wat het is, brengt hen erger lijden
dan wat voor hen was voorbestemd. het ik
wou dat het in waanzin af kon glijden,
maar ‘t lezen is en wil zijn laatste snik.

CCCXVI

men zegt dat het regent, en het regent.
men zegt dat het erg is, en het is erg.
het doet wat men wil en heel erg decent,
het doet niet hautain of hoog van de berg:
de reus is te reus en het is te dwerg.
’t hangt wat scheef, ’t is waar wat men zegt
maar ’t doet wat het zei nu ook in het echt:
‘t hangt er, maar hoort er gelukkig niet bij.
enkel gelezen in wat men niet zegt,
kan men LAIS nog zien dansen met mij.

LAIS is de geschiedenis van een verwording.
het ‘ik’ van de dichter sterft af en is een ‘het’ geworden.
het ego van de auteur sterft in wansmakelijk zelfbeklag als god in ’t diepst van zijn gedachten, het schrijven zelf echter wil van geen wijken weten.
‘het’ is restant, begraven in het desolate landschap van een dode taal.
argeloze lezers wekken het sporadisch tot de hel van een onmogelijk leven.

LAIS wordt sinds 2010 rechtstreeks online geschreven op deze website en elders. het werk zal uiteindelijk uit minimaal 449 dizaines bestaan.

LAIS is dan ook in zekere zin een update van de DELIE van Maurice Scève, een complex werk gepubliceerd in 1544, waarvan alvast de strikte vorm en het aantal dizaines werden overgenomen.

het dizain van Scève is een oude Franse dichtvorm die na hem in onbruik raakte ten voordele van het sonnet.
het telt 10 regels van elk 10 lettergrepen in een vast rijmschema ababbccdcd.

Geef een reactie

NL EN FR RU ZH-CN AM
%d bloggers liken dit:
This website uses the awesome plugin.