Categorieën
liefdeskunst lovecraft lyriek

het interview met Bill Phakeley (1)

transmutatie van ‘The Statement of Randolph Carter‘ (1919) van H. P. Lovecraft

Augustus 2007. Twee gieren glijden van Gainesville Pike de vlakte in. In de zwoele lucht leeft nog de illusie van een keuze, de waan van de vrijheid in Amerika.

Een grote ventilator wiekt boven mij terwijl ik in het goedkope motel probeer het verwarde relaas van Bill Phakeley te transcriberen naar iets dat Hennie een plaatsje op de website van het blad wil gunnen. Om de gedrukte versie te halen dien je als vrouwelijke junior onderzoeksreporter ‘toffe Hennie’ wat anders aan te bieden dan woorden, en daar voel ik mij nog net iets te goed voor.

Ik sprak Bill Phakeley exact een jaar geleden. Hij overleed verleden maand, dat hoorde ik eergisteren toevallig en omdat ik weer maar eens vast zat in mijn rompslomp van L.A. en ik niks beter wist te verzinnen, reisde ik af naar Gainesville om godbetert zijn graf te bezoeken.
En om eindelijk ’s wat te doen met dat merkwaardige verhaal van ‘m. De opnames op mijn laptop zijn dan wel onbruikbaar voor publicatie, maar je kan verstaan wat hij zegt, en ja, het is toch wat, zijn verhaal.

Hij noemde mij ‘mevrouw’, het treft mij ook nu weer. Je diende hem in de waan te laten, en het geaffecteerde, belerende verloop van zijn pseudo-literaire vertelstijl kon je hem maar beter gunnen ook. Hij was toen al meer dood dan levend, een trage kanker teerde hem uit. Ik kreeg er pijn van in mijn haarwortels, toen, net als nu. Het was een oude zielige man en hij had vooral aandacht nodig. Met zijn lange witte haren, het uitgeteerde lichaam en de purperen mond leek hij wel een bejaarde horror-versie van Andy Warhol.

“Uw vragen zijn mij een marteling, mevrouw Lundy. Wat u mij vraagt kan ik niet geven. Hoe kan ik onder woorden brengen wat er gebeurde als de herinnering opnieuw laat gebeuren wat het geheugen zelf vernietigt omdat het niet alleen van Harold maar ook van mij, van ons allen die ene verschrikkelijke toekomst is? Het te denken brengt het naderbij!

Wij. Harold en ik. Wij leefden in de moerassen van ons geheim. Harold, de geniale zwarte kracht en ik de witte branieloze nicht die nergens voor deugde, te laf om te leven naar mijn aard. Vergis je niet, mevrouw, het Gainesville van die tijd was nog niet aan een Pride parade toe!”

Telkens hij dacht iets belangwekkends gezegd te hebben, perste hij de paarse lippen op elkaar tot een dunne streep en bolde hij de ogen tot twee zwarte tunnels naar het niets. Ik was niet de eerste reporter op bezoek, zoveel was duidelijk. Maar ik toonde gewillig fascinatie en begrip, en zo werden we al snel een stel vriendinnen onder elkaar.

“De blikken die wij deelden spraken. Onze gebaren waren zo subtiel dat
niets ervan voor een buitenstaander te lezen stond. Er was een zwarte wolk die ons verbond waar de woorden en het weten ophielden, waar een snelle blik volstond.

Hoe naief wij waren! te gaan geloven dat wij alleen de alles doordringende Ichor van de oude goden zouden kunnen misleiden. En arme Harold! Ik ben de oorzaak van zijn ondergang. dat ik hem toestond mij zo te adoreren. Ik beef tot in mijn weke diepten als ik eraan denk. Ik wist het maar al te goed. ik zag het vuur dat sluimerde in zijn diepe bruine ogen als hij mij aankeek. Hij was een rots van spier en kloppend bloed waarop ik trilde als een riet.

Vergeef me, ik ben een oude man en dat is alles nog wat rest van ons.

Elkwegs, wat Harold wou, was het onmogelijke. Hij wou niet zichzelf, of de wereld maar ons begrijpen. Wat hij in mij zag, god mag het weten, maar hij noemde het een levend Ding. Wij, onze liefde, was een entititeit en hij zag ons overal. En ja, van zodra hij mij wees op tekenen van dat ons buiten ons om, zag ik het ook. Ik wou het maar al te graag geloven.
En zo groeide ook langzaam in mij een vermoeden, waarvan we beiden onmiddellijk wisten dat het geen vermoeden was, maar zekerheid, kennis van een feit. Het kostte ons enkel wat tijd om het als dusdanig te aanvaarden, maar onze liefde nam duidelijk deel aan iets dat ons oversteeg, en het wou ons iets laten zien.”

Ik zie en voel weer hoe hij op dat moment zijn hand op de mijne legde, dat akelig geel berookte slangenvel van zijn knokelige vingers op mijn huid. Er schoot een flits door mijn hele lijf toen, ik weet niet wat het was, afschuw, of eerder een gevoel van herkenning?

In elk geval liep er toen wat mis met de opname, want een heel stuk van wel tien minuten is enkel witte ruis. Hij vertelde mij tijdens die verloren tijd over de bizarre theorie van Harold, over de oude leer van Ichor, de wereldziel waarvan je overal in oude geschriften de sporen kon terugvinden, en hoe Harold telkens met nieuwe revelaties kwam, waaruit bleek dat zij, een raciaal gemengd koppel nichten uit Gainesville, Georgia, voorbestemd waren om nieuwe informatie te ontvangen, een Boodschap die de mensheid zou kunnen leiden in de verschrikkingen die ons te wachten stonden. Dat soort kak dus. Ik googelde na afloop een en ander, maar kwam steevast terecht bij obscure rommelsites van fantasten met een voorkeur voor schreeuwerige lay-out.

Na een minuut of tien zuivere ruis van de vergetelheid floept de stem van dode Bill weer aan….

Lees verder…

invoer : ‘The Statement of Randolph Carter‘ (1919) van H. P. Lovecraft – uitvoer van het LIEFDESKUNST 1.0 programma

over liefdeskunst 1.0

liefdeskunst 1.0 produceert een verzameling transmutaties van teksten van H.P. Lovecraft.
het algoritme is vrij minimaal, het heeft wat van een cadavre exquis met je eigen geheugen:

- lees, bij voorkeur bij ontwaken, 
een tekst van Lovecraft

- schrijf (begin) zo snel mogelijk na de lezing 
een narratief gedicht of verhalend proza
 op basis van elementen uit de tekst 
(je mag een digitale versie van de tekst
 gebruiken om te 'plunderen' )

- herwerk na minimaal 1 jaar 
de geschreven teksten 
zonder de teksten van Lovecraft 
te herlezen (onder geen beding 
mag je een tekst van Lovecraft 
die je reeds gebruikte als invoer
 ooit nog herlezen (dedju).

- schrijf tijdens het herwerken 
van de oude uitvoer (bv. in het 
Gedicht van de Dag programma)
 enkele nieuwe teksten 

- formaliseer, test en verfijn het algoritme
 tijdens het schrijven (deze regel geldt
in elk NKdeE-programma)