
jt42 – nulle part rien de fixe – RO DA NI JA
het Frans komt weer uit het Kleewerk van Bonnefoit (BONNEFOIT 2013), waar ze een passage uit Goethe’s Zur Morphologie aanhaalt die Klee onderlijnde tijdens zijn studie voor de Bildgestaltungslehre:

die herformulering van Herakleitos bij Goethe inspireert Klee tot een waarschuwing voor het amortificerende effect van het rigide formalisme, en die dubbele houding is dan weer de uitkomst van zijn haat-liefde verhouding met het Russische constructivisme. de vorm is goed als het beweging is, activiteit, maar slecht als rust, einde, doel :

het dode product hoger inschatten dan de activiteit is vooral ook in onze dagen de grootste pest voor elke vorm van creativiteit.
maar mensen maken eindeloos dezelfde fout zodat je niet anders kan besluiten dan dat de mens zelf de ‘fout’ is en dat waren we dan ook: het meest perfecte instrument voor het kosmische Rot.
het lijkt er op dat we de fout die we op die manier ‘zijn’ nog ’s een laatste keer gaan herhalen in de megalomane misvatting dat wij op welke manier dan ook enig eindpunt zouden zijn. integendeel: alles wijst er op dat het kosmische Rot al serdert enige tijd een meer geavanceerd instrumentarium vindt in de mechanismen die ons heden als koopwaar exploiteren, mechanismen die emergeren uit onze eigen onmachtige technieken, die zich uiteindelijk allemaal baseren op de plaag van de taal.
“maar neen, dat kan niet want wij Zijn toch De Mens!” joa. die Mens heeft vooralsnog toch maar heel weinig verweer tegen de zwakte van zijn vlees, blijkbaar. en geeft de wetenschap ons veel meer dan een klare kijk op de evidentie van een gedwongen handelingsverloop? doen we iets met de klaarblijkelijke ‘diepere’ inzichten, onze fameuze causale verbanden of gaan we straks gewoon verder met het extinctiemodel van de economische groei? kunnen we wel iets anders? of zijn we echt gedoemd om eindeloos dezelfde fout te maken tot ze niet meer gemaakt kan worden? omdat er niemand meer is om ze te maken?
dat individuen zoals Goethe en Klee ons daar inzicht in bieden geeft ons alvast het faustiaanse genot in de dramatiek van de eigen ondergang:
Faust dans l’ immense et dans l’infini!
(REQUICHOT 2002,37)
Ah la jouissance d’être l’auteur de sa propre apocalypse!
over het journal intime
-programma

pseudo-code van het programma:
gegeven:geste:
het pad van de primaire, spontane bewegingschrijfleeslus
: herhaling van de geste
die zich gaandeweg stabiliseert binnen de corridor van de gestecorridor
: het tijdruimtelijke vlak waarbinnen de geste zich herhalen kan zoals geprojecteerd op een 2D schrijfvlakjij, je
: een participant aan het journal intime
programma
het journal intime
is een dagelijks algoritmisch uitgevoerde handeling (functie
);
je wordt wakker
en je doet onmiddellijk dit (géén andere bewuste handeling ervoor): je beeldt jezelf een geste in eventueel gelinkt aan een woord of een frase
je neemt de blocnote en initieert de schrijfleeslus
je vocaliseert daarbij het woord of de frase
als je merkt dat de herhaling zich gestabiliseerd heeft tot een geste
neem je jouw vocalisatie voor minstens vier iteraties op
teken je de geste
je leest in een boek in een vreemde taal (eender welke, niet je moedertaal) tot je een fragment tegenkomt waarvan je denkt dat het kan dienen als 'titel' of 'benoeming' van de geschreeftekende schrijfleeslus
uitvoer van het programma:
– een potloodtekening met een titel in een vreemde taal
– een geluidsopname van vier herhalingen van 1 uitgesproken woord of frase in het Nederlands (met NL tongval)
– enkele universa aan nieuwe betekenissen
journal intime
is een gratis NKdeE-programma
bibliografie journal intime
ARTAUD 1947: Artaud, Antonin, Van Gogh le suicidé de la société, Gallimard, Paris, 2018, ISBN 978-2-07-076112-8
ARTAUD 1956: Artaud, Antonin, Oeuvres Complètes Tome I, Gallimard, Paris, 1956
BARTHES 1995: Roland Barthes, Oeuvres complètes vol. III , Paris: Seuil, 1995
BONNEFOIT 2013: Bonnefoit, Régine, Paul Klee. Sa théorie de l’art. Lausanne, PPur (Presses polytechnique et universitaires romandes), 2013 ISBN 978-2-88915-034-2
CHAUVIRÉ 2003: Chauviré Christiane, Phénoménologie et esthétique. Le mythe de l’indescriptible chez Wittgenstein dans Rue Descartes, nr 39, Wittgenstein et L’art (februari 2003), PUF
CHEVRIER 2019: Chevrier, Jean-François, Bernard Réquichot. Zones sensibles, Paris , Flammarion, 2019, ISBN 978-2-0814-4197-2
CV-P 2016 I: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. I: Thèse , Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016
CV-P 2016 II: Viallat-Patonnier, Claire, Les dimensions de l’écriture dans l’oeuvre de Bernard Réquichot. Etudes d’un processus. Vol. II: Annexes et illustrations, Paris , ECOLE DES HAUTES ETUDES EN SCIENCES SOCIALES, 2016
CR 1973: Billot, Marcel (ed.), Bernard Réquichot. Bruxelles, La Connaissance, 1973 (Catalogue Raisonné
)
FREUD 1989 I: Freud, Sigmund, Colleges inleiding tot de psychoanalyse . Inleiding tot de psychoanalyse 1/2, Boom Meppel Amsterdam, 1989
GREEN 2013: Green, Michael (vert. & red.), The Russian Symbolist Theatre. An Anthology of Plays and Critical Texts, Ardis, New York 2013.
KUSTERS 2014: Kusters, Wouter, Filosofie van de Waanzin, Lemniscaat, Rotterdam 2014
MORALES 2002 : Moralès, Gérald: La Poésie de Bernard Réquichot. De l’être à lettre, EFEdition, Paris 2002, ISBN 2-913786-13-8
MORALES 2010, Moralès, Gérald: L’écriture du réel. Pour une philosophie du sujet, Paris , Cerf, 2010, ISBN 978-2-204-09225-8
MURRAY 2014: Murray, Ros, Antonin Artaud, The Scum of the Soul, London, Palgrave Macmillan, 2014, ISBN 978–1–137–31057–6
OURY 1989, Oury, Création et schizophrénie, Paris, Gallimard 1989, ISBN 978-2-7186-0354-4
REQUICHOT 2002: Réquichot, Bernard: Écrits divers. Journal, lettres, textes épars, Faustus, poèmes, 1951-1961, Les Presses du réel, Dijon, 2002
VALERY I: Valery, Paul, Oeuvres Tome I, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1957
VALERY II: Valery, Paul, Oeuvres Tome II, Hytier, Jean (ed.), Paris, Gallimard, 1960