LAIS CCLXXIX

Het wil schoonheid schoonheid laten raken
wimpers laten langs lippen glijden, ’t oog
stormstil, ’t lichaam zee zijn, de ziel een baken:
beweging wil bereiken zijn betoog.
Zij is moment waarin het nu bewoog,
straal waarin het licht zichzelf betekent,
stroom die zich in de stroom vanzelf herkent,
parel in het weke van ’t verlangen,
geheim dat met een zucht haar naam bekent.
De wereld bulkt, breekt, brult haar gezangen.

invoertekst (2015)