LAIS CCXL

Dit licht dat is, dat elders niet gebeurt
dat hier tot hier maakt, niet-hier er voorbij,
verzegelt hen met zwijgen om de beurt:
twee herten in elkander, niet onvrij
hoe zij zich raken, niet, met hun gewei.
Zo fel wordt nog het licht, dat het dag wordt,
en zij daar liggen met hun lust omgord,
dat lijven in elkaar verlopen traag
en niets zichzelf nog vindt en alles stort
vanzelf tot rot en slijm ineen gestaag.

(invoertekst (2014)