LAIS CCXXII

In de afgrond van de herhaling wordt
de herhaling de afgrond van het her-
haalde en daar het herhaalde verwordt
tot rot van het verderfelijk verder
herhaalde, dat met nostalgie die er
niets toe doet, ’t heelal herleidt tot een al,
dat wij claimen als heil maar dat ons zal
herhalen slechts als ’t virus dat wij zijn:
doods monotone toon, humane mal,
waarvoor wij ons geen dank verschuldigd zijn.

invoertekst (2013)