LAIS CCVII

LAIS’s in tijd verstilde schittering
wordt lichaam, lach en straal van tastbaar licht:
het humane zijn is haar een matiging,
het schone tot aanschouwbaarheid verdicht,
het ware in ’t stramien van recht en plicht.
 Het legt haar schouders bloot, haar zucht is zijn
festijn, het likt en drinkt haar lijf als wijn.
Liefde staat Het toe in haar te vergaan:
zij worden naakte eenheid zonder pijn,
gespannen snaar, lijn, en het lied vangt aan.

invoertekst (2013)

2020 – asemische lezing van LAIS CCVII