LAIS CLXXXV

voor n.l.

Zijn adem is haar adem en een kus.
Zijn lichaam is haar lichaam en een zucht.
Het is in haar verheven niets, een lus
van haar in zich en het verstuift tot lucht,
verstrengelt vuur met lucht tot vlucht:
“laat ons in elkaar verweven zweven,
laat ons in elkaar elkaar beleven.
Jouw adem is mijn adem in een lus,

ik zucht, ik ben uit mij geheel ontheven:
jij bent het al dat ik nu vurig kus”.

invoertekst (2013)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXXXV

Geef een reactie