LAIS CLXXXIV

voor n.l.

Oud, getaand daar ’t vele lusiteren
met in hun splitsen steeds de scheve klok
die schaarslagen lang de tijd wil weren
uit hun schuiloord in ’t dorpse dichtershok,
en elk geruis van pijn verguist tot tok,
verstaan al lang de dichter en zijn vrouw
elkander zonder eed of woord van trouw:
Het Niets is lang verbouwd tot Kathedraal,
de variaties op ‘ik hou van jou’
daarbuiten zingt voor hen de wielewaal.

invoertekst (2013)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXXXIV

Geef een reactie