LAIS CLXIX

voor A. C.


Op het einde van haar stralen, waar licht
zichzelf verlaat, aan het raakpunt van haar
schijnen waar ’t menselijk betrachten zwicht,
in zware stilte achter hemels klaar
de gouden lichtval in heur ochtendhaar:
haar ogen zinken niet, haar lach klinkt klaar,
haar hand herhaalt ’t gedachte als gebaar,
heur haar omvloeit dat woordeloos gebaar
en alles haakt met alles in elkaar
en het ontdoet zich van elk lijden daar.

invoertekst (2012)

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CLXIX

Eén reactie

Geef een reactie