Categorieën
lyriek

LAIS CXXX

Zomerstof waar de mot al knus in zit,

Zomerstof waar de mot al knus in zit,
rafels rot, slierten rond ons kille lijf.
Noten tonen vrank door het loof hun pit,
hun zijn staat altijd eetbaar buiten kijf.
  Winter wordt weer koning, herfst is zijn wijf,
dat geil al het groen van de takken stroopt,
naief op redding van zijn strengheid hoopt.
  Het mint vandaag en knoop een blouse los,
’t ene heeft het wit, ’t ander rood gedoopt:
’t wordt vuur in haar en er verschijnt een blos.

invoertekst (2012)

LAIS is de geschiedenis van een verwording.
het ‘ik’ van de dichter sterft af en is een ‘het’ geworden.
het ego van de auteur sterft in wansmakelijk zelfbeklag als god in ’t diepst van zijn gedachten, het schrijven zelf echter wil van geen wijken weten.
‘het’ is restant, begraven in het desolate landschap van een dode taal.
argeloze lezers wekken het sporadisch tot de hel van een onmogelijk leven.

LAIS wordt sinds 2010 rechtstreeks online geschreven op deze website en elders. het werk zal uiteindelijk uit minimaal 449 dizaines bestaan.

LAIS is dan ook in zekere zin een update van de DELIE van Maurice Scève, een complex werk gepubliceerd in 1544, waarvan alvast de strikte vorm en het aantal dizaines werden overgenomen.

het dizain van Scève is een oude Franse dichtvorm die na hem in onbruik raakte ten voordele van het sonnet.
het telt 10 regels van elk 10 lettergrepen in een vast rijmschema ababbccdcd.

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CXXX

Geef een reactie

This website uses the awesome plugin.