Categorieën
lyriek

LAIS CXXX

Zomerstof waar de mot al knus in zit,

Zomerstof waar de mot al knus in zit,
rafels rot, slierten rond ons kille lijf.
Noten tonen vrank door het loof hun pit,
hun zijn staat altijd eetbaar buiten kijf.
  Winter wordt weer koning, herfst is zijn wijf,
dat geil al het groen van de takken stroopt,
naief op redding van zijn strengheid hoopt.
  Het mint vandaag en knoop een blouse los,
’t ene heeft het wit, ’t ander rood gedoopt:
’t wordt vuur in haar en er verschijnt een blos.

invoertekst (2012)

over het ‘Gedicht van de Dag‘- programma
over LAIS en de geaugmenteerde schrijverij
LAIS 2020.docx

dv 2019 – asemische lezing van LAIS CXXX

Geef een reactie