Categorieën
lyriek

Harusmuze #436

436 – in ’t goorste rot ligt straks de blanke pit

hexagram 23 (bō) – “Ontmantelen”

invoer

https://dirkvekemans.com/2018/06/29/harusmuze-12/

commentaar

een van de grootste fouten die wij vaak maken in ons sensatiebeluste apocalyptisch denken is om onze nakende ondergang een buitenmatig groot belang toe te kennen. het is een fout omdat het ons belet om meer te doen, om meer te redden wat er effectief nog te redden valt.
in de algemene gang van zaken is de mensheid niet veel meer dan een tijdelijke ontsporing, een rariteit die blijkbaar nergens toe leidt, anders zou het in het universum al lang krioelen van het leven-zoals-wij-dat-kennen. maar dat is evident niet het geval. te veronderstellen dat wij de unieke zin en het heil van het heelal zouden zijn is een uiterst misdadige uitvergroting van de superioriteitswanen die in ons vervuild nest al tot miljoenen doden per eeuw heeft geleid. laat ons dat lot niet toebedelen aan gans het heelal, laten we onszelf dat plaatje van de kosmische hel besparen.

maar dat te beseffen doet ons ook beseffen dat het relatieve belang dat wij hechten aan onze levenscondities voor onszelf echt wel levensbelangrijk zijn. en dat bij uitbreiding de ethische en esthetische waarden die op die condities geënt zijn, relatief maar voor ons dus absoluut de grootste waarden denkbaar zijn.

net zoals de volstrekte zinloosheid van de dood ons leven zin, betekenis en vooral ook plezier geeft, staat de absolute futiliteit van onze ondergang als dominante soort op deze planeet garant voor een effectieve aarding van onze waarden.

het stelt niks voor, dus daarom is het alles wat wij hebben, alles wat er is.
de devolutieleer draait op die manier het vernietigende relativisme, het cynische nihilisme en het egocentrische profitariaat van de neo-liberale nijd om in een respectvolle, sociale en supra-individuele herwaardering van het inhumane: alles van het bekende en beruchte humane dat wij voortaan bewust gaan weigeren in een rationele keuze voor elkaar, voor onze ‘absolute’ waarden als samenleving in functie van het enige wat wij als mens kunnen betrachten, namelijk redden wat er te redden valt.

en die ethiek is niet meer dan een omslag in het denken, want eens die gemaakt is, zullen de gepaste gedragingen zich wel uitwijzen want dan is er opnieuw een evidente finaliteit, een aanwijsbaar doel. en dat is wat wij mensen in al onze humane zwakte nu eenmaal nodig hebben om tot een gezond gedrag te komen: een gemeenschappelijk doel.

deze cruciale ‘omslag in het denken’ is m.i. ook totaal onafwendbaar, omdat er ons geen andere keuze gelaten zal worden. de enige vorm van controle die wij erover hebben is bij onszelf beslissen wanneer wij die omslag maken. hoe sneller wij ze maken, hoe minder doden er vallen, hoe meer rampen er ons niet zullen treffen, hoe meer van ‘onze’ cultuur en ‘onze’ gebruiken wij kunnen redden van ‘onze’ ondergang.
want het kleurboek van de toekomst is al lang geschreven en gedrukt, daar valt geen ander plaatje meer in te schuiven. hoe we het inkleuren, daar hebben we wel alle ‘vrijheid’ van de wereld in.

de creatie van een vruchtbare bodem valt niet mee voor het pas ontloken gebladerte dat nog moet groeien in de rol van compost die het te spelen heeft.

scève

Incessamment travaillant en moy celle,
Qui a aymer enseigne, & reverer,
Et qui tousjours par sa doulce estincelle
Me fera craindre, ensemble & esperer,
En moy se voit la joye prosperer
Dessus la doubte a ce coup sommeilleuse.
Car sa vertu par voye perilleuse
Me penetrant l’Ame jusqu’au mylieu,
Me fait sentir celle herbe merveilleuse,
Qui de Glaucus jà me transforme en Dieu.

Geef een reactie