Categorieën
Grafiek Harusmuze

Harusmuze #372

22B99

372 – echte heersers heersen in ’t geheugen

hexagram 2 (kūn)“Veld”

de HARUSMUZE is een eigentijds orakel, een NKdeE schrijfprogramma gebaseerd op het Boek der Veranderingen, de I Tjing. het programma heeft 520 orakelspreuken als uitvoer, maar die zijn zelf nog aan verandering onderhevig.

de commentaren zijn alleen van mij, voorlopig, maar dat is maar 1 lezing, die van een simpel en labiel dichtertje. jouw lezing is zeer welkom en die kan je kwijt in het commentaarformulier waar dat al voorzien is.

de HARUSMUZE heeft al wel wat, maar ze glundert pas echt als ze hartstochtelijk becommentarieerd wordt door wie haar raadpleegt.

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/01/harusmuze-76/

commentaar

het is een dubieus fragment, vind ik, die 22B99.

de andere aanhalingen van Ploutarchos getuigen ook niet echt van een zorgzame lezing. maar ik heb niet echt harde argumenten, hoor: het is een aanvoelen. dat er iets niet klopt. o gruwel: een intuïtie!
‘zonder de zon is het altijd nacht’. een beetje herakliet zou minstens zeggen: ‘zonder de zon is het altijd dag. vind ik.
de hele Herakleitos-receptie is gebaseerd op dat soort ‘bevindingen’. het gezaghebbende, het ding, het BOEK van Herakleitos ontbreekt ten ene male.

Herakleitos beheerst als geen ander de gedachten door afwezigheid.

elke vorm van heerschappij lijkt zo te werken: de vorst is vorst in absentia. hij verheft zich door er niet te zijn, want elke aanwezigheid is een verlaging van het vorstelijke, het soevereine dat hij dient uit te stralen. god werkt ook zo, The Young Pope heeft dat goed begrepen.

het soevereine, Agamben zegt het niet met zoveel woorden denk ik – erg è: ik ben alweer quasi alles hopeloos vergeten van wat ik daar las – is een prima voorbeeld van de populaire conceptie van een zwart gat. ik zeg ‘populair’ omdat we natuurlijk in feite totaal geen benul hebben van hoe een zwart gat gebeurt, maar iedereen heeft er wel een ‘klare’ notie van. iets, een vorm van kennis met de status van het Bolwerk van Verbrugge, de zeer toevallige maar daardoor niet minder geniale verwoording van de ‘essentie’ van het humane brein door de beroepskwaster Harmen Verbrugge in een FB-conversatie onlangs.

men zegt dat te weinig, dat wordt te veel verzwegen: dat er van een lezing van ‘moeilijke boeken’ zoals die van Agamben na enige jaren quasi niks meer overblijft in het parate redeneringsvermogen van de euh, ‘denker’.
niet alleen in de breinen van alcoholici of ex-verslaafden è: dat is bij iedereen zo. de semantische capaciteit, de informatieretentie van ons grijs gekwabberte is nu eenmaal beperkt en sterk aan slijtage onderhevig.

men wil blijven voorwenden dat als men een boek gelezen heeft dat men er dan de kennis van bezit. maar kennis is geen ding, dat is een gebeuren, een kunde. als men Derrida kent, dan kan men ‘de Derrida’ toepassen (wat men er tijdens de lectuur van gemaakt heeft, hoe men ‘zijn Derrida’ (weg) geschreven heeft, ‘bewaard’ heeft).

ontzettend veel bibliotheken van ‘intellectuelen’ zijn als de perfect opgeborgen blinkende gereedschapskisten van handige harry’s die nog geen nagel recht in een plank kunnen kloppen. heel de boekhandel stemt zich af op het ongelezen boek dat kraaknet in de vitrinekast kan.

alles wat je leest, zeker lectuur die je consumeert: ’t gaat weg. en wat ge er in stopt dat indruk maakt, wordt groter in de gedachten net dóór het vergeten. op die manier hebben en kennen we allemaal ‘onze’ Derrida, ‘onze’ Plato, ‘onze ‘ Einstein en ‘onze’ Vekemans (mijn dochter, later, hihi) . en daar pakken we dan smalend mee uit: ‘ha, maar gij kent uwe Plato niet gij’

jaja. ’t zal zijn. de auctoritas verkrijgt haar effectieve macht in de door de fantasie tot magistrale proporties her-toverde afwezigheid.

de meest succesvolle politica weet vooral wanneer zij moet zwijgen. en van alle hypocrieten zijn de intellectuelen de ergste want zij geloven hun eigen huichel nog. aja, die kunnen dat volhouden omdat ze wèten dat hun collega’s krak hetzelfde zijn, wie zou er zo loemp zijn om daarover te beginnen?

(zou het nu opvallen dat ik weer wat Montaigne gelezen heb, de laatste dagen?)

scève

Tu m’es le Cedre encontre le venin
De ce Serpent en moy continuel,
Comme ton oeil cruellement benin
Me vivifie au feu perpetuel,
Alors qu’Amour par effect mutuel
T’ouvre la bouche, & en tire a voix plaine
Celle doulceur celestement humaine,
Qui m’est souvent peu moins, que rigoureuse,
Dont spire (ô Dieux) trop plus suave alaine,
Que n’est Zephire en l’Arabie heureuse.

Geef een reactie