Categorieën
lyriek

Harusmuze #348

// διδάσκαλος δὲ πλείστων Ἡσίοδος· τοῦτον ἐπίστανται πλεῖστα εἰδέναι, ὅστις ἡμέρην καὶ εὐφρόνην οὐκ ἐγίνωσκεν·  ἔστι γὰρ ἕν.

348 – de fatale fout van het leven gebeurt niet

hexagram 20– guān – “Observeren”

input

https://dirkvekemans.com/2018/09/25/harusmuze-100/

commentaar

angst is een slechte raadgever, maar als het doodsangst betreft is dat toch ewa dubbel. wie de dood niet vreest maakt veel kans haar leven voortijds beeindigd te zien. toch: als het een bevraging van de dood betreft, wat moeten we daar nu van denken, van dat doodgaan, al dat sterfgedoe, dan is het wel duidelijk dat de schrik ervoor de kennis enkel in de weg kan staan.

de angst maakt van de dood een vreemdeling, met alle populistische verbeurdverklaringen vandien. een taboe is een error code in een samenleving, het geeft aan dat het fout gaat in de omgang.

de dood als vreemdeling zit ook metaforisch al fout, vind ik: het personifieert nodeloos een gebeuren in functie al van de angst ervoor: wat immers is er voor een mens meer te vrezen dan een medemens?

neen, dan kunnen we beter denken over de dood als gebeurlijke tegenhanger van het leven. en daar stuit het foutopsporingsappje van de Toegepaste Bewegingsleer op een kluwen van gerelateerde misvattingen: hoe ‘fouter’ men denkt over het leven, des te groter zal de misvatting zijn over het gebeurlijke einde daarvan.

maar, vekemanske, wie zegt er hier wat er fout is, en wat juist? waar haalt gij die van oud rot vervelde en stinkende pretentie vandaan om dit zo boude te komen beweren?

joa sè.

een fout, zo leerde ik bij ontvangst van Harusmuze #100, is waar het begrip ophoudt: zodra je een fout ziet ergens, kan je onmogelijk nog begrijpen waartegen de fout fout is, want de fout is fout net omdat ze niet ‘klopt’ met wat je aan het begrijpen was. het gebeuren van de fout heft het gebeuren van het begrip op. een fout bestaat niet, ze moet gebeuren en als ze gebeurt, eindigt het begrijpen.

aldus begrepen, ziet men misschien waar het fout loopt met ons begrip van de dood: wij zien de dood, en bij uitbreiding onze sterfelijkheid, immers als fatale fout in het leven. wij denken de dood, die gebeurtenis die ons allen te wachten staat (ik vermoed overigens dat moest men ’s een exit-poll daarover houden dat een enorm groot en stijgend percentage van de mensen heden er vast van overtuigd zijn dat hen dit niet gaat overkomen) als een zone waar het misgaat met het leven.

maar lieve bange kinders, zo gij maar enigszins positief zijt ingesteld en dus voortgaat op wat gij zien kunt, horen of leren (22B55) dan zoudt ge toch merken dat er geen leven denkbaar is dat niet behept is met dergelijke uitkomst? hoezo dan zou de dood een fout zijn in uw leven? zou het leven dan al die miljoenen jaren hebben kunnen overleven als het aldus fataal behept was met een fout?

ha maar ho maar veekske, gij had toch net een ander en nieuwsoortig begrip van ‘fout’ gegeven: is het niet volgens uw eigen definitie zo dat de dood fout is t.o.v. het leven daar je immers vaststelt dat de dood onbegrijpelijk wordt voor de levenden?

tja, geduldige en uiterst wakkere lezer, ik begrijp uw fout, ik maak ze vaak nog zelf: u extrapoleert uw foutbegrip tot in regionen waar zulks niet meer gelden kan: alles wat u denkt, inclusief uw foutherkenning, gebeurt immers bij leven, in de Geldruimtelijke Spanne waarin u zich ophoudt, een Tijdruimtelijk continuum dat voortdurend aan monetaire kwantificatie onderhevig is.
het is echter een topologische onmogelijkheid dat uw begrip van ‘leven’ het gehele leven kan bevatten, tenzij u zich in andere dimensies zou kunnen begeven. maar als dusdanig, en zolang u daar geen verslag kan van uitbrengen, moeten we stellen dat de dood als fout t.o.v. uw begrip van ‘leven’ onmogelijk kan gebeuren, want heel uw lichaam weigert onafgelaten en bijzonder halstarrig om de dood als deel van uw leven te begrijpen.

tot dusver è.

scève

Pictura of Scève, Maurice: Délie (1544): PLUS PAR DOULCEUR QUE PAR FORCE.
E 39 – L’ Albastier – Plus par douleur que par force.

Par ce penser tempestant ma pensée
Je considere en moy l’infirmité,
Ou ma santé je voy estre pansée
Par la rigueur, & celle extremité
Non differente a la calamité,
Qui se fait butte a cest Archier mal seur.
Pourquoy, Amour, comme fier aggresseur,
Encontre moy si vainement t’efforces?
Elle me vainct par nayve doulceur
Trop plus, que toy par violentes forces.

Geef een reactie