Categorieën
lyriek

klachten 3 – zoutarm

klachten_coverZoutarm

Als Dana zong den duvel zelve niet kon nog
den hemel uit mijn rokken jagen. O glazen ademstoot
haar vurig blauw haar lichte lik  haar zachte aardetonen
diep & hoe ik van begeerte sidderde. In ’t voorjaar eens

het vroor nog dat op ramen de kristallen kraakten, kwam
ze op haar klompen heel den hooiweg af haar jas
hing als tapijt half open al op ’t oker gloeien
van heur huid, ze lachte met haar lippen van karmijn

& macht als ’t paard van Bramke had ze als ze
bibberend van goesting aan mijn vel kon zitten.
Zie mij in de spiegel nu, een grijze
rimpeling van licht. Zienderogen

bij vlokken & vlagen valt de wereld uit
het duffe deken hier & nu.

Een zoutarm brood is als bij toeval
daar wel eens te krijgen.

over ‘klachten’ – klachten 1 klachten 2 – klachten 4

Geef een reactie