Categorieën
lyriek

De Verre

deVerre

Het is zo-mer. De Verre Veek speelt al-leen in de wei. Jet en Kee zijn ziek. Moe maakt melk met honing. Ze roept : “Verre, kom je niet? Er is melk met ho-ning!” Verre wil niet. Hij is niet ziek.

Verre vindt iets hards in het gras, het is me-taal. Moe roept Verre nog.
Waar ben je? Verre hoort haar niet. Zijn vin-gers zijn het gra-ven in het gras. Plots komt al-les los. Het is een bron-zen sa-la-man-der.
In de zon lijkt hij wel van goud. Hij wrijft het schoon, zijn kle-ren worden vies.

Moe staat naast hem. “Verre, wat heb je daar? Mag ik eens zien?”
Verre geeft Moe de salamander. Wat is die mooi!
Kom we gaan naar bin-nen want er komt on-weer.
Verre wil nu wel wat war-me melk.

Geef een reactie