Categorieën
lyriek

VAL

DSC00503Onaantastbaar is het donker van mijn zinken,
Ongenaakbaar hoe mijn rotten zinkt in gronden,
Onhoudbaar is de groei die mijn vergaan er voedt:

Ik sijpel van begane grond naar diepe zee & breng
De teloorgang der dingen zilt als water, golven mee.
Mijn woord barst los, verparelt, voel mijn  vurig zand.

In mijn onderstroom bruisen de kernen van liefde
Mijn gedachten zijn slierten voor een rode zon.
Mijn hoop is zwermen vogels in de avondlucht.

Mijn haat blaast zwarte wolken naar een barre kust
Mijn vriendschap keert zich om, verhardt tot lust.
In de blakend bleke kadavers der dieren herken

Ik mij & neem ik vrede met de tederheid, het zachte
Wiegen der gladiolen in de onkuise lentewind,
Bomen die de hemel blad & tak & lucht aanreiken,

Hoe gans de aarde met haar zeeën woelt & bidt
Tot het vàn haar, immer sneller, vliedende heelal.
Ongenaakbaar is mijn zinken, de vrijheid van mijn val.

Geef een reactie

This website uses the awesome plugin.