Categorieën
lyriek

Afgezant

voor Tati

De talen zwijgen rondom mij, alle lippen zijn met lippen toegedaan. De boeken zijn met boeken gesloten, de letters met letters vergrendeld. Het suist. In de hersenen vangt een felblauw knetteren aan, flitsen die zich in flitsen verklaren & de gevolgen zijn de gevolgen van de gevolgen & de gevolgen zijn ons allemaal bekend. Ik wil nog iets fluisteren, maar haar stem fluistert mij het zwijgen toe. Vocht.

De stilte snijdt haar stralen aan. Zij lacht. Fatale stralen.

Een arm van haar haakt in mijn kindertijd, hoe het daar bloeden kon, kan. Hoe zij mij bespuugden en benijdden. Een been schenkt mij de liefde die ik een leven lang betrachtte. Ik voel wat mij is toegewenst. Wat mij is toegewenst verwelkomt mij, ik stroom erin, het wordt bevrijd. Het hout kreunt in de dode nerven van het hout, alsof  er nog iets was dat het wou.

Er verdwijnt zoveel. De bladen in mijn schrift worden witter & witter. Vanillegeuren benaderen mij als wolken. Er heerst muziek in mij, mijn zijn bedwelmt mij met mijn ik &  ik ben kwijt wat ik was & wat er is, volg ik, slaafs, een leitmotiv. Mijn handen die de wervels van haar rug vertalen tot het falen van een meesterlijk gedicht.

Haar branden brandt in mij, ik ben haar rund, haar afgezant.

Geef een reactie

This website uses the awesome plugin.