Categorieën
Vertalingen - Bewerkingen

georges bataille – de nacht is mijn naaktheid

De Nacht is mijn naaktheid

De nacht is mijn naaktheid
de sterren zijn mijn tanden
ik werp mij bij de doden
gekleed in witte zon.

De dood woont in mijn hart
als een kleine weduwe
ze jankt ze is laf
ik vrees dat ik moet kotsen
de weduwe lacht tot in de hemel
en scheurt er de vogels uit.

Ik verbeeld mij
in de oneindige diepte
de uitgestrekte verlatenheid
anders dan de hemel die ik zie
met niet meer die flikkerende lichtpuntjes
maar een stortvloed van vlammen
groter dan de hemel
meer verblindend dan de dageraad
vormeloze abstractie
met kloven doorkliefd
opeenhoping
van ijdele vergetelheid
langs één kant het subject ik
langs de andere het object
het universum
pluksels van dode begrippen
waarbij ik wenende stort het puin
het onvermogen
het hikken
het valse hanegekrijs van de ideeën
o niets gemaakt
in de fabriek van de eindeloze ijdelheid
als een kist van valse tanden
ik leun op de kist
ik heb
mijn lust te kotsen lust
o mijn failliet
extase die mij slaapt
als ik schreeuw
jij dat bent en die zijn zal
als ik niet meer zijn zal
dove X
reuzehamer
die mijn nachthoofd verbrijzeld.

 

La Nuit est ma nudité

La nuit est ma nudité
les étoiles sont mes dents
je me jette chez les morts
habillé de blanc soleil.

La mort habite mon coeur
comme une petite veuve
elle sanglote elle est lâche
j’ai peur je pourrai vomir
la veuve rit jusqu’au ciel
et déchire les oiseaux.

J’imagine
dans la profondeur infinie
l’étendue déserte
diÃérente du ciel que je vois
ne contenant plus ces points de lumière qui vacillent
mais des torrents de flammes
plus grands qu le ciel
plus aveuglants que l’aube
abstraction informe
zébrée de cassures
amoncellement
d’inanités d’oublis
d’un côté le sujet je
et de l’autre l’objet
l’univers
charpie de notions mortes
où je jette en pleurant les détritus
les impuissances
les hoquets
les discordants cris de coq des idées
ô néant fabriqué
dans l’usine de la vanité infinie
comme une caisse de dents fausses
je penche sur la caisse
je ai
mon envie de vomir en vie
ô ma faillite
extase qui me dort
quand je crie
toi que est qui seras
quand je ne serai plus
X sourd
maillet géant
brisant ma tête de nuit.

Georges Bataille, uit L’Impossible, 1962

Geef een reactie