Categorieën
Vertalingen - Bewerkingen

V. Chlebnikov aan V.V. Majakovski

Aan V.V.Majakovski

<Bakoe, 18 februari 1921>

Beste Volodja!

De schrijversinktpot  is uitgedroogd, en de vlieg die erin duikt zal niet van verrukking verzuipen. Aldus de waarheid van de nieuwe Grote Beer die heerst over onze tijden.

Ik leef op de grens tussen Rusland en het Perzische rijk, dat mij naar zich toe trekt. Maar de zomer in Kaukasus zal zalig zijn, en ik heb geen plannen om van hier te vertrekken.

Ik neem de tulband van Elbroes af en buig voor de relieken van Moskou.

In getallen ben ik zeer ver gevorderd. En ik zou de lente van getallen kunnen maken, als de drukpers maar werkte.

Maar in plaats van een hart heb ik iets als een spaan of een gerookte haring, ik weet het niet. De liederen zwijgen. Daarom zijn mooi de kreten van ‘Hej-vo-jee’ en is mijn haar los.

Jouw

V. Chlebnikov.

[ vert. S. Zakharova & D. Vekemans 2011]

——————————————————–

English translation by Paul Schmidt:

Dear Volodja!

The writer’s inkwell is dry, and the fly was not amused when it dove in for a swim.
That is the truth of the new constellation that rules our times, the new Ursa Major.

I am living on the border between Russia and Persia, which is a place I am really drawn to.

The Caucasus this summer will be wonderful and I have no intention of leaving it.

I doff the turban of Elbruz and venerate the relics of Moscow.

I have studied much and become a master of numbers. I could create a springtime of numbers, if only the presses were working.

But instead of a heart I seem to have something resembling a chunk of wood or a kippered herring. I don’t know. No more songs.

That’s the reason for these lovely cries of Evoë! and for letting my hair down.

Yours,

V. Khlebnikov

Geef een reactie