Categorieën
lyriek

& de hal was nog nat van pernath

Hier, waar ik de rijkdom van mijn dood bezit,
Het kronkelen van het nare nergens naar
Uw krimpende weigering, de ranke pit,
Het inhaleren van de tijd, bezwaar
Dat u maakt tegen het daar van mijn lijf,
Terwijl mijn enten levend in u zweven,
& Al het licht naar dit zonlicht is gericht?
Vindt u het erg dat ik nog even blijf?
Er is in mij een rest van u gebleven, nu,
De tijd die ruimte zoekt, uw adem: u.

Één reactie op “& de hal was nog nat van pernath”

Geef een reactie