Categorieën
LAIS, 449 dizains lyriek

kijk mama, zonder hoofdletters

“item in paleis seu festucis in ignem iniectis et pelliculis seu membranis, quae subsultant et quodammodo corruptionem suam refugiunt”
giordano bruno, de magia

naast de vorm is het in een doorgedreven aemulatio natuurlijk ook zaak de themata, tropen, en clusters van topics van het ingevoerde werk in het programma te integreren.
in deze inhoudelijke oefening snijden we de tijdloosheid van scève aan: het ‘nu’ van de ontmoeting van de ik-figuur met zijn délie is geen nu tussen een verleden en een toekomst, er is geen ‘verhaal’ zoals bij Petrarca waar de platonische liefde evolueert van een brandend gemis naar een uitgezuiverd vuur.
er is enkel een eterneel nu waartegen geen verhaal is, de afloop, de wanhoop, het verlangen en het gemis zitten als een mug in amber gevangen.

scève’s versie van de feiten is een constante ‘state of being’, het is geen serie van events maar een ‘event state’ , zoals louis armand in praag het graag hoort.
in onze emulatie gebruiken we een allusie op een werk van giordano bruno, wiens werken Scève waarschijnlijk wel bekend waren, om dit soort van  min of meer stabiele configuratie van lopende processen (de geliefden) in te schakelen in de opvattingen van magie in die tijd.

die theorievorming van de magie was toen, zoals het hoort volgens het nkdee-gedachtengoed, veel minder ‘magisch’ dan dat de gangbare perceptie nu is, en veel meer een gerespecteerd deel van wat toen kon doorgaan voor het canon van de geleerdheid, het equivalent van de ficties waarmee wij onze ‘wetenschap’ tot humane almacht plegen te verheffen.
de machtscontrole van de kerk op wat er binnen dat canon kon of niet, daar vind je dan heden ted dage een equivalent voor in de wijze waarop wetenschappelijk onderzoek al of niet ‘rendabel’ is, een totaal onwetenschappelijk criterium waartegenover dan natuurlijk de mythe van de objectieve’wetenschap eens zo stevig moet worden rechtgehouden, een fenomeen dat menig welmenend wetenschapper in een pijnlijk spagaat dwingt, niet ongelijk aan dat van de zgn. ‘kunstenaar’, nog zo’n fictioneel sujet dat als een romantiek spook door de media blijft rondwaren.

maar goed, we dwalen af. let’s talk about sex, baby.

 

terwijl ze valt, bolt zich naar het oog de traan;
in vuur krult stro & hout naar  licht terug;
zo krimpen wij tot ons ineen, rug aan rug.
er mag geen afstand tussen ons bestaan.
de tongen moeten in de monden overgaan,
de armen in omarming samengaan,
de dijen zacht vermeien tussen dijen
de handen naakter zijn dan waar zij landen
want dit samen heeft  met tijd geen banden
& straks blijft van dit ons geen ons bestaan.

Geef een reactie