Categorieën
lyriek

HOOFT flarf

Het clagen can versachten d’ongena
& De wind beweecht de droeve boomen
Een dochter van Juppijn can hier niet comen,
Kloot die drejt, soo sijse vindt sij is  ‘er drae
Liefde aen eene zij can int cort verdure
Ysers hart als t hart van mijn’ Godinne
Een bedtgenoodt schoon, jonck, gelijck van sinnen
of swerelts eer, een waertverkoren vrouw
Mijn vrouw , de Min en Ick hebben harde strijt
Sij mint haer selfs de Min en mij te spijt.

Geef een reactie