Categorieën
lyriek

meer oefendizaines

1

Mijn mond, verbonden, opent op razen
& de schimmen verjagen de angstdieren
& vuur brandt het zwakke licht uit kieren
& uw janken volgt gedwee mijn oekaze.
De Nieuwe Mens ontsteekt in u, een Wil
die een onlesbare lust doet ontvlammen
& uw brein met doodsdrift fataal verkilt.
U hakt op de ander als zocht u zichzelf
in die bloedklomp, dat affe, verlamde,
in spattende slijmen druipend gewelf.

2.

Het kloppen in de aders van de nacht
Is het klokken van de levensvochten
Weg uit de zomerse weelde, uit op
De  vlakte van de rottende vruchten.
Ik tast met beide handen de randen af
Van het duister, of het op inbreken staat
& mij omarmen zal , mij de droeve kus
van het donker op de lippen leggen,
& de scharreltong mij knippen zal de lus
& mij uw zoete tover zal ontzeggen

3.

Dit opdringerige heden droom ik
mij weg opdat ik mij in haar cocon
de poten beter kon laten verteren
& het zuur van haar afscheid optimaal
mijn geledingen zoude bedekken
zodat ik straks in de volheid van haar
gegeven woord de lucht mijn pracht
ten toon zou spreiden & mijn vlucht
de exacte bewegingen van haar verraad
ter zon zou tekenen, voordat haar vogel

4.

Zie mij hier mijn lettergrepen rekken
om de stilte & haar diepten vol verdriet
met  de vergeefse klanken van mijn lied
als een bedstee voor u op te dekken.
U lacht om wat ik hier aan zacht fluweel
voor uw afwezigheid te berde breng,
& mijn beden vindt u smekerig & eng.
Terwijl hier net het doek valt van ’t toneel,
& ik de Waarheid loom in  kussens duw
& met Dichtung toch uw helse lusten luw.

5.

Ik haal een kam door je gedachtenstroom
de deling maakt je denken traag & loom
want waar je één was denk je alles dubbel
& de tijd is wat ik niet verdubbel.
Ik laat je opgedeelde denken toe
innerlijk in strijd te zijn, het Ene moe,
zodat ik mij tussen de gespannen twee
ongemerkt als staande golven in de zee
in uw weidse deinen op kan houden:
zie mij,  ’t gemis, als één in u gevouwen!

Geef een reactie