Categorieën
lyriek

dageraad

ik raak mijn roeren aan & zie de makke spatel
die ik heen & weer & heen vergeefs beweeg.
ik strijk de tijd in kleuren uit, gestolde plaatjes
van het duren van haar weigering. doof,  ik uit

de woorden die als motten in mijn keelgat slaan.
blind, ik zie een lijf dat liefde reikt mij aan. Omzeg
ik de zinnen, de zinnen blijven medelijdend staan.
daar, een voorwerp van verlangen houdt rozig hoog

de bloeiende gebaren van haar falen in de open hand.
er, mijn mauve stilte donkert er tot een blauwig grijs.
ach, zij zoekt een spreekgestoelte. ja, zij komt er klaar.

mijn gebeden blijven steken in haar draad van haat.
mijn lichaam drukt zich af in muffe kamerlucht. nacht,
ik voel de zon al razen, het nare solfer van uw dageraad.

Geef een reactie