Categorieën
Kathedraalse Leer

theoretisch etterkopje

In de praktijk van de Artificiële Intelligentie (AI) is het heden gebruikelijk om de stukjes code die AI-technieken ten uitvoer brengen als krenten te verspreiden in het brood van de ‘gewone’ programmatuur. In plaats van een top down benadering van AI die vroeger in zwang was, waarbij een AI-plan werd opgemaakt, dat middels gewone programmeerpraktijken  tot zaligmakende resultaten zou leiden,  is de Modern Approach er één van graduele vermenging en wederzijdse ‘besmetting’ (cfr. Russell & Norvig, Artificial Intelligence. A Modern Approach, ISBN 0-13-080302-2).

Negatief gesteld: dit gebrek aan voorgrond/achtergrond, waarbij in ons geval de theorie de achtergrond-beschrijving-aanleiding  zou zijn voor de lyrische praktijk, is ook kenmerkend voor het Neo-Kathedraalse Onderzoek. Vandaar dat u nergens duidelijke, overzichtelijke, laat staan eenduidige exposés zal aantreffen waarin dé Kathedraalse Bouwkunde uit de doeken wordt gedaan. De theorie is als gebeuren onlosmakelijk verstrengeld met de lyrische praktijk.

Teksten die zich enten op de traditie van het essay ‘verworden’ ongemerkt tot lyrische ontboezemingen (Heraclitus en de Vrije Lyriek, 121, essay in voorbereiding). Verzen die bol staan van het gejammer van een door ondraaglijk liefdesleed gekwelde ik-figuur, via Facebook schijnbaar 1 op 1 verbonden met een reële persoon, blijken even later in de lyrische stroom via een anachrone ingreep plots wonderwel te passen in een veel eerder geïnitieerd proces (Uit, Plateau ‘Maaike’, Anke Veld).

Immers:

“2.012 In the Cathedral nothing is accidental: if a thing can occur in a state of affairs, the
possibility of the state of affairs must be coded into the thing itself.”

Tractatus Neo-Cathedralicus, dv, Facebook notitie van vannacht 03/05/2010

Het resultaat van dit deconstructief strooien met infectueuse theoretische etterkopjes is (hopelijk) een verdere problematisering van enerzijds de stabiliteit van de tekst als Woord van de Orde/Orde van het Woord en anderzijds van de gevestigde attractiepolen, zoals daar zijn:

  • realiteit – fictie
  • ik – wij – zij
  • taal – code
  • binnen – buiten (interioriteit – exterioriteit)
  • canon – experiment

’t Is maar dat ge het weet, tiens.


Geef een reactie