Categorieën
Anke Veld lyriek

necrosis

Anke staat voor de deur, ze drukt haar neus plat tegen het raam & roept mijn naam. De deur kraakt,  ik laat haar binnen, ze weet anders niet waarheen te gaan.  Ze zegt ik heb je hier het lichaam meegebracht van Sneeuwwitje, het heeft nog net een zijden jurkje aangedaan, de borstjes priemen.  Ze vraagt mij wat ik wil & ik zeg niets & bied haar koffie aan. De geur brengt woorden in de mond, ik denk aan kamperfoelie, wijsheidstand, de heiligheid van heksen in een bos dat brandt.

We strijken olie op haar huid & kleven alle gaten toe. Ik ben onhandig, breek een vinger af & Anke lacht. We steken kaarsen aan. Ik vraag haar hoe het gaat met hem, ze zegt je kent hem wel. De dwergen buiten gaan erg fel tekeer, ik doe het vensterluik maar dicht.  We versnijden de zijde tot vierkantjes van 3 op 3, het lukt ons wel maar van de linkertepel glijdt het steeds weer af. Ik leg haar uit dat het maar beter zo is, dat het niet zo goed is voor de mensen als alles is zoals ze wensen.  Ze kleedt zich uit & neemt de vorm aan van een slang. Ik sla een nagel door haar staart & vraag waarom ben je nu toch zo bang?

Er gaat door haar een siddering, ze mompelt iets van laat maar,  dat vertel ik je later wel. Ik zeg oké, laat ons gaan slapen. De wind giert. We hebben de chauffage laten openstaan, iets wat ik normaal nooit doe. Haar lichaam glimt, een hand van Anke vindt mijn hand & wrijft met zijde op de krullen van haar onderbuik. Ik rook een sigaret & hoor hoe Anke masturbeert. Ze eindigt met een droge snik. Ik doof mijn sigaret, mijn gsm gaat af, ik zeg haar nee, dat zien we morgen wel.

Geef een reactie