Categorieën
121 Manieren lyriek

22B119

Het karakter van een mens is zijn lot*

Zijn demon giert in kieren door de stad. Vrij
van hem, een slangenvel dat in zijn bed zijn
bed niet kent,  vermorzelt zich met dekens
droom & droge daad. Herinneringen spuwt hij

met het vuur van ziekelijke weemoed zwart
op alles wat beweegt. De scherpte van zijn
pijnen schaaft hij snerpend op de pleinen.
Wilde haren dansen leeg om hem. Geen

gelaat, een aardse hel die openstaat. Macht
verheft zich tot een macht in haar die hagel
strooit. Zijn leer wordt nu gelooid.  De weg

die alles zegt, lag klaar van in de wieg. Een mond
ontbrak, waar zij een dag haar tong instak. Krakend
breekt de dode godenstem: waar hij gaat, is hij.

dv, ‘121 Manieren om Heraclitus te lezen’


*Dit is de vertaling van Paul Claes van het betreffende fragment, in het recent bij Druksel verschenen ‘Heracleitos’, een bibliofiele uitgave van 100 fragmenten gekozen en vertaald door Claes. De vertaling is een welluidende vertaling, het opgenomen gedicht van Claes is een gedicht en het is een bijzonder mooi boekje. Ik ben blij dat ik het heb.

Geef een reactie