Categorieën
Anke Veld Grafiek Het Pad KLEBNIKOV CARNAVAL Proza

maaike (1)

scuttletillyeburst

De eerste dood van Izeganz

Een plank op de grond, een tang, een hamer & een roestige nagel.

Izeganz staat voor mij met een bloedend gat in zijn hand, bevend,  maar wanneer hij begint te spreken verstillen zelfs  buiten de kraaien. Elke beweging verdwijnt, de stilstaande as van de tijd biedt enkel plaats voor de klank van zijn stem.

“ik sta zot van u Maaike, gij zijt een groot zwart gat in het oneindige veld van mijn gedachten, gij sleurt mij de letters als vislijnen uit de mond, de weerhaken scheuren mijn slokdarm, ik braak u de woorden uit de drek mijn dromen, ik wil ze niet zeggen maar ze broebelen & bruisen & botsen & ze moeten eruit want gij zijt zo schoon & uw lijf is het licht van een lampe & wij vliegen naar u als motten want in uw schoot worden de sterren geboren & versmelten het wit van de maan met het rood van de zon & in dat kolken slijmt ook de korrel van mijn ziel tot een groenige parel aan & aan & ik ben verworden tot een veelarmige krab met ne giftige worm in mijn schalen & ik scharrel maar wat rond op de bodem, ik schuifel & ik taffel & ik val om van verdriet & kolère & ik zie hoe het omhulsel verpulvert & uw zee overspoelt mij & ik krepeer”

Zijn lichaam verbrand ik,  de reine papieren van zijn geschriften besmeur ik met honing & ik eet ze op.  Een eerste getal keert weer naar de getallen.

&

2 reacties op “maaike (1)”

Geef een reactie