Categorieën
lyriek

bevroren vuur

de zon verzonk. ik zag de rook rondom & voelde vuur.
zie: mijn lippen bloeden leeg,  mijn stille  hart verzuurt.
de stormen stuiken woedend in tot winden, ik flakker aan
& uit, & uit. het licht is weg, het zwart zuigt alles op.

veeg mij nogmaals in je ogen: dit boek van asse is  geen
steen, je prikt & strijkt er zo doorheen & laag na laag
van wat beschreven stond, vervalt in ritselingen grijs
& grauw naar donker stof. je vloek verjaagt nu alle

wensen. ik had daarin je hand bewaard, mijn lieveling,
je warme lijf & elke zee aan je beloofde huid, het bruisen
van je strand dat ik in mijn radeloze rouw bemin. niets.

er is geen jij. straks komt de sneeuw, dan ziet mij niemand
nog, dat is die schaamte weg, dan zink ik  diep & mooi,
als slijk de zwartste aarde in. uw dooi doet mij vergaan.

dv, kessel-lo, 21-22/09/09

Geef een reactie