Categorieën
lyriek

Zege

Zodra je rechterhand, o Anna,
als plots van  droogte eng bevangen
de  zwembadwand aantikt, dan nog

limietsgewijs versnelt je vaart & je hand
is de hand die van de talloos andere handen
in je hand weggolven wil (waarvan al gauw

het vel verschrompelt, ervan het vlees verwit,
de beenderen poederig tot slijk vergaan),
zodra de eindmeet jou  het ene oog  in

& het andere al te tastbaar als horizon
wordt voorgehouden & zowel links
als rechts tot stilstand dreigt te komen,

dan maak ik je met links je vuist omhoog.
Je zwemt niet meer, je bent mijn meer:
de vlaggetjes, het medaillon & mij incluis.

Geef een reactie