Categorieën
lyriek

nu

je steekt mij de ogen & ik maak een naar geluid

voor kv

ik draag je handen overal nog met mij mee. je vingers
strelen mij de nek als burundese regen & in mijn droom
trekken ze meedogenloos de stoppen van ’t verlangen
uit,  je lijf  stroomt dan in vlagen uit mijn beven. ik word

wenend wakker & ik ween omdat ik wakker word. krekels
zetten vogels naast de schoten in de verte & van de moskee
zet in een klagerige gebedenzang. zij snoeren vast het meer
& willen van de wereld net als jij het einde zien & pas daarna

de tijden tot een plaats vervoegen waar het goede goed is
& het kwade kwaad. maar niets daarvan bestaat. de wereld
draagt ons in een diep geborgen bel & in het wiebelende

omspansel daarvan zien wij enkel onze eigen hel. het schone
spiegelt zich in ogen die wij in de ogen waren toen die nog
keken naar het schone dat wij in elkander zagen. nu dus niet.

dv, Bujumbura, Burundi 24/04/2009 @6:33

Geef een reactie