Categorieën
lyriek

tue a trop b(o)u(t)e toi

je suis un ans comme toi ma chère sa soeur

ik heb je ogen in mijn linkerhand je adem ruikt naar mij
je lichaam trilde in een vreemd oorzakelijk verband
je lach was diep je haar verfijnd je handen aarzelden ik
ben helaas geen ik er is geen reden voor paniek dit land

heeft alles wat jij hebt niet  het roze rond je tepels heeft
de lente kinderlijk naar het verlangen in  mijn hand gezet
verlies is van de tijd het restje rutte onomkeerbaarheid
ik ruk  je wel de  stoppen uit de oren [virgule] & voor de nijd &

afgepeigerd mededogen laten wij een ons als  laatste woord
de droom benaderen ik kan niet leven op azijn & weet je wat
je lijf is mooi je vergemakkelijkt zo moeiteloos de maartse dooi

de doden evenwel zijn het met ons onwillig aards oneens
zij dragen in hun rot een wrede onvree mee het is denk
ik weer zoiets zeperigs vanop tv.  je pense à vous. ah ja.

Één reactie op “tue a trop b(o)u(t)e toi”

Geef een reactie