Categorieën
Kathedraalse Leer Ruis

noppes

erosend

[verschrijving van een stukje Kathedraalse Leer]

Representatie  zou niet gebeuren!

De voorstelling hoefde niet  plaats te vinden. : de voorstelling vereist een (onmogelijke) stasis, die haar geleverd wordt in een vervlechting van abstracte verbanden, die we benoemen als de ontologie, de zijnsleer, de mathesis.  In de metaforiek, de noodzakelijke analogie die we ditmaal plaatsen in het overzichtelijke gebeuren van de informatiewetenschappen, kan je  de ontologie van een representatiemechanisme herkennen als dat deel van haar code dat voor de decodering gereserveerd wordt.

Die mathesis voltrekt  zo  het humane. <em>De mathesis is de systeemtaal van het humane gereduceerd tot een systeem.</em>  De mathesis sluit het humane niet op of af. Voltrekken wil zeggen: trekken naar een volledigheid die noodzakelijkerwijze afwezig is, want het humane is uiteraard een openheid, een evolutief gegeven waarin je wel vrij stabiele stadia kon onderscheiden, maar enkel ten koste van de fictionaliteit van het onderscheidingskader, de meting die je doet, en dat blijkt keer op keer een zware prijs.

Maar de limiet van elk denken wordt beschreven door middel van mathesis. Binnen het mathematisch mogelijke kan het denken uiteraard ook derailleren, afwijken, imploderen, zich opplooien, zich ontplooien. De gedachten bewegen daarbij binnen de tijdruimte die je mathematisch kan omschrijven,  maar de beweging kan enkel in een talige vorm bewaard worden, verknoopt aan een of ander idiosyncratisch vergroeid  tekensysteem.

Een gedachtenbeweging noemen we in staat van  bewaring als het geheel van bewegingssporen van de beweging de beweging op voldoende wijze kunnen  reconstrueren als beweging. De reconstructie is daarbij differentiërend &amp; referentiëel explosief. Ze is differentiërend omdat twee gedachtenbewegingen, zo deze al op dergelijke manier quantificeerbaar zijn,   nooit identiek kunnen  zijn,  vermits ze zich om te beginnen al in een verschillende tijdruimte afspelen. Een reconstructie van een gedachtenbeweging brengt dus een verschil tot stand dat bovendien op explosieve wijze tot een veelheid van relaties tussen nieuwe gedachtenbewegingen leidt.

Voor elke neiging tot discreetheid van de gedachtenbeweging ontstaat er zo een even belangwekkende vaagheid, een waas van intergerelateerde afdrukken van het gevolgde traject. Vanop enige afstand, retrospectief dus, vormt net die waas  de gedachtenrand, de zichtbare aflijning van het gevolgde traject. De waarneming van die rand, dus de wazige waarneming van de gedachte, los van haar beweging, vernietigt  op finaliserende wijze de werking van de beweging.

De stasis was bereikt! De presentie benodigd voor de representatie bestond niet langer uit de afwezigheid van de beweging. Hier was het Rijk van het Eternele Zijn. Het Woord hakt &amp; schraapt haar letters uit de blaren in de zijnsverbrande  keel. De voorstelling kon beginnen. De mens had zich een masker laten stollen als poort naar het goddelijke.

In den beginne zou  er Niets zijn.

2 reacties op “noppes”

Je zou kunnen zeggen dat het woord, en vooral dat van de kunstenaar/dichter, altijd gericht is op het verheerlijken van een beweging, en daarmee op de vergoddelijking van een verglijdend moment, op de opneming van een heros onder de sterren, op de apotheose. Dat zou dan de vraag oproepen naar de aard van die band tussen hemel en aarde, naar de waarde van zulke ‘kosmische metaforen’, en eventueel – maar ik aarzel het uit te spreken! – naar de manier waarop mythen een en ander van drama voorzien?

Enfin, een erg verhelderende tekst met mooie negatieve afdruk, dit hier!

Bedankt voor je opmerking, Rutger.
Mythen zijn voor mij op dit moment uitingsvormen van herkenbare bewegingen, ritournelles. Ze zijn toepasbaar als analoge beweging, als iets dat correspondeert, met alle diepgang van dat woord.

Wat ik vooral wil aantonen/ontdekken/exploreren met deze serie van drie ‘verschrijvingen’ is hoe een theoretische beschouwing niet een bereikt stadium hoeft te zijn in een intellectuele ontwikkeling die de vorige in belang ver overtreft. Digitaal schrijven is net dat werken met tekstculturen, kweeksels waar je experimenten kan op doen, en dan zien hoe het uitpakt. Al het verhelderende zit in het losmaken van tekstsedimenten bij de lezer, vooral ook bij de auteur als percipieerder van zijn ‘vergroeide’ creaturen. Die sedimenten gedragen zich soms als cancerogene substanties die een wildgroei van ideologie veroorzaken. Anderzijds leveren ze vaak ons stabiliteit, een vlak waarvan vertrokken kan worden, de tekstafzetting kan gebruikt worden als afzet naar een nieuwe beweging.
Tekstexperimenten worden zo mengsels, heksenbrouwsels, een hectische hex-tex van medicinale infusen voor een amorf lichaam, een groteske Klümpf waar niet veel beweging in te krijgen is.

Freud toont aan/ ontdekt/exploreert het onderbewuste via de Oedipus mythe en slaat daarmee alles dood in een mechanistische Aufklarüng van de doodsdrift, maar je kan ook ’s de Herakles mythe nemen en heel die mechaniek er zo doorjagen.

Dat voorbeeld wordt aangehaald in een boek van Dorothea Olkowski dat ik nu aan ’t lezen ben ‘Gilles Deleuze and the Ruin of Representation’. Haar uiteraard vrouwelijke maar ook erg feministiche benadering van Deleuze is bijzonder interessant, omdat ze net uit is op een change of ontology die meteen ook een ontology of change zou kunnen zijn.

De mathesis strekt zich rondom uit als een oneindigheid die tegelijkertijd een meerduidigheid is, de eenheid ervan is geen ding dat we kunnen voltrekken. We hebben dan ook misschien wel nood aan een dynamische ontologie, een zijnsleer als tool die meegroeit, waarin je ontologische perspectieven kan genereren. Maar wat je je daar allemaal concreet moet bij voorstellen, dat is iets duurder dan dit soort vlugge stelling in mijn eigen tekstgoot.

Geef een reactie