Categorieën
lyriek

3 Vleugelschriftjes

Ja, het muzikale rijk reikt ver maar
verrekt als ik er  aankom zie jij enkel
nog dit  slaafs (ik met je oren te zeulen)
in toon gezet verlangen, ruis puls ruis

in een ritme waarmee je  uitgezonden
spanningen als gelegenheidsliefjes
in de vergane gelegenheid voor liefde
verlaat (kronkels in het beddegoed).

100wit

isafgesneden

Jij,  je hoge stem die van haar stilte is afgesneden
& als een loze waterstraal het zand inploft.

Ik heb de holle bolling van een blijgevormde
kom, de vleugels van Pazuzu  schuren trommels
onderaan het schedelbot & op de kam
wuift fijn gevederte, het vlammen

van de ondergang. Krulstaart
aan een mager lijf, met anderzijds
een serpentine klaar om naar je

innigste binnen te dingen.

100wit

deemstertweg

Het klinken deemstert weg
in dof gekraak. De hemel brak.

O boze windhoos, o doffe tok:
een van spier verstorven knie
die uit haar kom breekt,  droogjes
dan de grond op stokt. Een vloedgolf

ratten eer het water komt
& dit vlotten als onaanvaardbaar
naar je zwartste  diepte gomt.

100wit

Geef een reactie