Categorieën
lyriek

Sun Ra Solo

[3 manieren om uit bad te komen – afl. 3]

Monorails and Satellites

De winterzon botst op het raam & in vegen
fronst de stad haar koude op tot een vlak. Veelvoudig:

  1. de zon
  2. de zon
  3. de zon
  4. het raam (met een vermoeden van adem)

Het lied is een lied sta je midden in je niets te druipen  & door je lichaam
door de klare stralen herhaaldelijk te halen, streep je het vlees
uit op de tegels,  een stremmende klankvloed in het stof, dof

is  je cascade. Een huzarenstuk watert finaal je haren uit & weelderig
het heldere dat je kwijt was,  verschijnt in druppel-streep-druppel  notatie
met op de bodem straks een diep-groene gorgeling. Overal beweging
in de eeuwigheid van die adem (bevestiging).  Gewaagde

gelaagdheid: vandaag plukte ik al
de kans van gisteren
uit de noodzaak van morgen.

Verbittering bijt zich een gebit

in het zoete. Glorieus ivoor hoe je hemellicht
mij in het klavier valt & je zeep in bellen spat, je donker

mij de ogen prikt in volle vlucht & als vlindervleugels
sluit ik het zicht af in de  spiegeldeuren. De kast lijnt zich uit
& het is de lijn die je zien als een hebben voor ogen wou houden.

Licht. Adem.  Maar we doen toe wat we doen
door het uit te doen. Doof

botst de zon.


Geef een reactie